Laatste update 14:49
3.276
74

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Advies slavernijmuseum is eenzijdig en weinig ambitieus

De kans is levensgroot dat het kobalt, verwerkt in Uw mobiele telefoon, door Congolese kindslaven is gedolven. En zo zijn er nog veel meer importproducten die om zo te zeggen niet slaafvrij zijn. Net als in het verleden van de West-Indische en de Verenigde Oost-Indische Compagnie.

De Raad van Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad hebben een eenzijdig en weinig ambitieus advies uitgebracht over het te stichten Nationaal Slavernijmuseum. Zij stellen voor dat men zich voorlopig beperkt tot de trans-Atlantische slavenhandel. Azië komt dan later aan bod. Wel benadrukken de adviseurs dat de gevolgen voor de hedendaagse samenleving duidelijk naar voren moeten komen.

Dat is een gotspe. De door Nederlanders rond de Indische Oceaan bedreven slavenhandel was minstens zo omvangrijk als die op de kusten van West-Afrika en in het Caribisch gebied. Waarom de nazaten van de slachtoffers in de wachtkamer zetten? Er zijn bronnen en artefacten genoeg. Bovendien willen de raden hun museum vestigen in een iconisch gebouw. Aan ruimte zal geen gebrek zijn. Men kan bij de opbouw Oost en West gelijk op laten gaan. Tenslotte zegt het advies zelf: “Het is volgens de raden waardevol en noodzakelijk de interactie, overeenkomsten en verschillen tussen de Nederlandse koloniale slavernij in de Indonesische archipel, Indische Oceaan en Atlantische Oceaan te onderzoeken.” Nou dan!

slavernij
Koopman met slaafgemaakten in West-Indisch landschap, 1700-1725, anonieme schilder (Rijksmuseum Amsterdam)

De rol van Nederlanders in slavernij en slavenhandel kent nog een derde aspect dat evenmin mag ontbreken: als handelswaar. Van de zestiende tot het begin van de negentiende eeuw liepen bemanningen en passagiers op zee een reële kans in handen te vallen van zeerovers die voeren onder de vlag van het Ottomaanse Rijk. Vaak konden de zo tot slaaf gemaakten door de familie worden vrijgekocht. Veel vissers stortten wekelijks een bijdrage in een gezamenlijke pot die voor het betalen van zulk losgeld werd ingezet.

Dan is er het vierde aspect: de hedendaagse slavernij. De International Labour Organisation (ILO) van de Verenigde Naties schat dat er momenteel ongeveer veertig miljoen personen in situaties verkeren die met slavernij zijn gelijk te stellen. Zoveel waren er  zelfs niet in de hoogtijdagen van de Aziatische en de trans-Atlantische slavernij. Destijds verhandelden en verwerkten Nederlanders producten die door slaven waren geteeld en brachten die in heel Europa aan de man. Denk daarbij aan de suikerraffinaderijen en de tabakskerverijen. Tegenwoordig is dat nog steeds zo. De kans is levensgroot dat het kobalt, verwerkt in Uw mobiele telefoon, door Congolese kindslaven is gedolven. En zo zijn er nog veel meer van zulke importproducten. Net als in het verleden van de West-Indische en de Verenigde Oost-Indische Compagnie.

Tenslotte is er het vijfde aspect. Nederlanders hadden zonder zakenvrienden en bondgenoten nooit zo van de slavernij kunnen profiteren. Hun rol dient in het museum duidelijk naar voren te komen: van de koningen der Ashanti of de handelaren op de Bengaalse kust tot hun hedendaagse evenknieën, de producenten en tussenhandelaren zonder wie kobalt, tapijten, cacao en andere met slavenhanden geproduceerde goederen nooit een Nederlandse haven zouden hebben bereikt.

Een museum dat zich nationaal en inclusief noemt dient aan al deze vijf aspecten uit het verleden en het heden aandacht te besteden. Anders vertelt het één kant van het verhaal. Dan kan het de bezoekers niet op een geloofwaardige wijze confronteren met de rol van Nederland en Nederlanders in de slavernij. En wellicht die van de bezoekers zelf. Mooie opmerking voor de gids als die de groep vraagt tijdens de rondleiding de mobieltjes af te zetten: “Aan uw telefoontjes komen we straks zeker nog toe.”

Voor het overige ben ik van mening dat de toeslagenaffaire niet uit de publieke aandacht mag verdwijnen en de affaire rond het Groninger aardgas evenmin.

Beluister Het Geheugenpaleis, de podcast van Han van der Horst en John Knieriem over de politiek van nu en de geschiedenis.


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Zwarte Jaren

    Nederland in de Tweede Wereldoorlog

    2020


Geef een reactie

Laatste reacties (74)