5.220
128

Historicus, Theoloog en Arabist

Gert Jan studeerde Geschiedenis, Theologie, Arabische Taal & Cultuur, Internationale betrekkingen, American studies en Middle East & Mediterranean Studies aan de Rijksuniversiteit Groningen, de Universiteit Utrecht, de University of Wisconsin-Madison, King's College London en de London School of Economics. Hij was in het verleden onder meer werkzaam voor de European Council on Foreign Relations in Londen en het Europees Parlement in Brussel en is thans woonachtig en actief in de Haagse Schilderswijk.

Affaire Umar legt pijnlijk segregatie en gebrek aan gedeelde waarden bloot

Deze diepgaande en uiterst problematische segregatie is een van de grootste uitdagingen voor Nederland voor de komende jaren

cc-foto: Marc Dekkers
cc-foto: Marc Dekkers

De arrestatie van columniste Ebru Umar in Turkije –vanwege tweets die worden gezien als beledigend ten opzichte van de Turkse President Erdogan- de daarop volgende (in veel gevallen goedkeurende en zelfs juichende) reacties vanuit Turks-Nederlandse kring en de ophef die in de bredere Nederlandse samenleving als gevolg van dit alles ontstond leggen een aantal problematische zaken pijnlijk bloot. Als eerste dat er sprake is van zeer sterke segregatie tussen verschillende bevolkingsgroepen in Nederland -in het bijzonder Turkse Nederlanders en de rest van de samenleving-, een gebrek aan gedeelde waarden in Nederland –mede als gevolg van die segregatie- en het feit dat we als samenleving op dit moment -daar waar het Turkije, Erdogan en Ebru Umar betreft- niet in staat lijken te zijn om de bestaande kloof in de samenleving te overbruggen en te streven naar gedeelde waarden.

In de aflevering van Pauw van 25 april stelde presentator Jeroen Pauw de vraag wat de veelal goedkeurende en juichende reacties van Turks-Nederlandse jongeren op de arrestatie van Ebru Umar zeggen over over de integratie van Turkse Nederlanders. SP-Kamerlid Sadet Karabulut antwoordde daarop dat bij een gedeelte van de Turkse Nederlanders gedeelde waarden als de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid en het respecteren van een diversiteit aan meningen in de samenleving er niet in zit.

Redenen die zij gaf waarom dit niet het geval is, zijn zaken die al vaker genoemd zijn (onder andere door NRC columnist Zihni Özdil): de grote invloed van onder meer Turkse overheidsinstanties en (religieus-) extreem-rechtse organisaties binnen Turks-Nederlandse kring (organisaties die overigens vanuit de overheid steevast als samenwerkingspartner bij de integratie mogen optreden) en de bestaande segregatie in Nederland, het feit dat verschillende bevolkingsgroepen -mede als gevolg van een fouten in het integratiebeleid (of liever gezegd, een segregatiebeleid)- in parallelle werelden leven. De voorzitter van de Tweede Kamer, Khadija Arib, voegde daaraan toe dat men mocht verwachten van Turkse Nederlanders dat zij juist op zouden komen voor mensen als Ebru Umar die vanwege hun mening in Turkije gearresteerd worden.

In theorie zou je van elke burger die fundamentele vrijheden respecteert dit inderdaad mogen verwachten, maar de realiteit is dat dit helaas in het Nederland van nu niet het geval is. Er is een schrijnend gebrek aan gedeelde waarden. Binnen verschillende bevolkingsgroepen worden bepaalde waarden op een heel andere manier opgevat, en veel waarden worden onderling niet gedeeld in onze samenleving. Er bestaan diverse parallelle samenlevingen –waaronder in Turkse hoek- die voor een groot deel losgezongen zijn van de bredere Nederlandse samenleving. Veel Nederlanders –van alle verschillende afkomsten- leven steeds meer in hun eigen wereldje, op hun eigen eilandje, met om hun heen vooral mensen die hun eigen mening delen en bevestigen, waarbij zij niet of nauwelijks uitgedaagd worden door andere, kritische, meningen. Als dat al het geval is dan wordt die mening vaak gezien als die van de vijandige ‘Ander’, die tegen hun is, en waarvan men zich af wenst te keren.

Deze diepgaande en uiterst problematische segregatie is een van de grootste uitdagingen voor Nederland voor de komende jaren. Hoe slagen we erin deze te overbruggen? Hoe kunnen we als samenleving ervoor zorgen dat we gezamenlijk gedeelde waarden voorstaan, en ook uitdragen. Hoe kunnen we in diverse samenleving als de Nederlandse toch een gezamenlijke taal van waarden, een Moreel Esperanto, bewerkstelligen? Op dit moment lijken we daar niet toe in staat te zijn. We falen er collectief in, als samenleving zijnde, om bestaande kloven in de samenleving te overbruggen, fundamentele vrijheden te verdedigen, en gezamenlijke waarden uit te dragen.

Hier moet iets aan veranderen, want wanneer in een steeds diverser wordende samenleving bevolkingsgroepen steeds verder uit elkaar dreigen te groeien en gedeelde waarden zoek zijn hebben we een fundamenteel probleem dat in de toekomst wel eens goed uit de hand zou kunnen lopen. Wat kunnen we doen om dit te voorkomen? Standaard wordt als reactie op deze vraag het onderwijs genoemd. En ondanks dat het onderwijs niet mag verworden tot een dumpplek waar men alles dient op te lossen wat er mis gaat in de samenleving is en blijft het onderwijs cruciaal. Wat nodig is, is dat we in ons onderwijs kritisch leren denken voorop zetten, en dat we jongeren weerbaar maken voor de uitdagingen in de samenleving. Dat we nadrukkelijker deze waarden uitdragen, en duidelijk maken dat het feit dat jij als burger bepaalde rechten geniet impliceert dat je ook de rechten van anderen dient te respecteren. Als burger heb je namelijk bepaalde rechten, maar ook plichten.

Maar onderwijs is niet het enige dat oplossingen kan bieden. Wat naast een onderwijs systeem dat kritische, weerbare, burgers opleidt met gedeelde onderlinge waarden is ook een fundamentele, brede, discussie nodig over de waarden waar we als samenleving voor willen staan, over hoe we deze waarden breed willen uitdragen en hoe we alle burgers –ongeacht hun afkomst- hiervan willen doordringen. Te vaak, tot op heden, zijn we in Nederland (mede dankzij het multiculturele denken) vervallen in cultuurrelativisme, moreel relativisme en zelfs moreel nihilisme, wat geleid heeft tot de huidige situatie waarin de segregatie sterk is en een schrijnend gebrek aan gedeelde waarden bestaat.

Lange tijd dachten we dat in een plurale, multiculturele, samenleving het wel prima was dat een ieder op zijn eigen eilandje kon leven, met de eigen waarden. Maar nu worden we met de gevolgen daarvan geconfronteerd. Nu ervaren we hoe sterk die segregatie is, en hoe hard we die gezamenlijke waarden nodig hebben. We zullen daarom eerst moeten constateren wat het probleem heeft veroorzaakt voordat we gaan werken aan de oplossing. En daarbij zullen we af moeten van partners bij de integratie die onze waarden niet delen –of die zich zelfs daartegen keren- maar die toch verregaande invloed hebben binnen verschillende bevolkingsgroepen.

Om dit alles te bewerkstelligen zullen we ons af moeten keren van het multiculturele denken waarin we segregatie toestaan –of zelfs aanmoedigen- cultuur- en moreel relativisme praktiseren. In plaats daarvan moeten we toe naar een samenleving waarbinnen we in al onze diversiteit die er in Nederland bestaat toch in staat zijn om onszelf onderling als natie zijnde verbonden te voelen, om fundamentele vrijheden uit te dragen, de waarden van de liberale democratie onderling te delen, om te streven naar een samenleving waarin segregatie actief wordt tegengegaan –vanuit zowel de overheid als vanuit de samenleving- en als burgers van deze samenleving op te komen voor diegene –ongeacht hun afkomst- wiens rechten en vrijheden geschonden worden. Alleen dan zullen we in staat zijn om in de toekomst fundamentele botsingen -die de bestaande kloven in onze samenleving alleen maar nog groter zullen maken- te voorkomen.

Geef een reactie

Laatste reacties (128)