3.618
119

Econoom

David Hollanders (1978) doceert finance aan de Universiteit van Tilburg

Afschaffen hypotheekrenteaftrek is no-brainer

Iedereen die niet bij een bank werkt, zou voor afschaffen van de hypotheekrenteaftrek moeten zijn.

Nu een bont gezelschap (Elsevier-journaliste Marike Stellinga, CDA, de Telegraaf, VVD) zich tegen afschaffing van de hypotheekrenteaftrek keert, is het onder het oog brengen van de kolossale negatieve economische gevolgen van de hypotheekrenteaftrek klaarblijkelijk niet zo overbodig als men geneigd zou zijn te veronderstellen.

De kosten van de hypotheekrenteaftrek bedragen 15 miljard (ruim drie keer de opbrengst van verhoging van de AOW-leeftijd). Deze koopsubsidie begunstigt (rijkere) huishoudens en vooral ook banken. Door de hypotheekrenteaftrek stijgen de huizenprijzen en daarmee door banken ontvangen rente. De ironie wil dat wanneer een huishouden een hypotheek neemt van 7 keer het bruto inkomen i.p.v. 3 ½ keer, huishoudens er nauwelijks op vooruit gaan. Het fiscale voordeel valt weg tegen hogere rentelasten, terwijl men in hetzelfde (duurdere) huis woont indien iedereen een hogere hypotheek neemt. Aldus geschiedde inderdaad de afgelopen decennia. De prijs/inkomens verhouding nadert zeven en de hypotheekschuld verdrievoudigde naar 540 miljard. De belastingontwijking komt direct ten goede aan banken (27 miljard rente inkomsten bij 5% rente).

Hiernaast zijn er de economische verstoringen. De hypotheekrenteaftrek is een prijsopdrijvende subsidie die met marktwerking niets van doen heeft. Huizen blijven op dit moment onverkocht omdat de prijzen te hoog zijn. Zoals in elke markt, dient de prijs dan omlaag te gaan. Voorstanders bepleiten feitelijk minimumprijzen voor vastgoed. In communistische landen is dat geprobeerd, evenwel met weinig succes.

Ook de wonderlijke positie dat afschaffen de arbeidsmarkt verstoort, werd recentelijk betrokken door Stellinga in een uitzending van Pauw&Witteman. Het omgekeerde is het geval. De subsidie die de hypotheekrenteaftrek is, leidt tot belastingverhoging elders. Hiermee stijgen marginale tarieven en deze zijn cruciaal bij arbeidsaanbodbeslissingen. Ook wordt de arbeidsmobiliteit verlaagd door koopwoningen.

Tot slot de opmerking van dezelfde Stellinga dat dit een ordinaire belastingverhoging is. In sommige ogen is elk overheidsingrijpen ordinair, maar dit is geen belastingverhoging. Het is een subsidieverlaging, iets waar Elsevier overigens zelden tegen is. De logische consequentie van deze curieuze stellingname is dat geen enkele belasting ooit verhoogd dient. En geen enkele subsidie verlaagd wordt. Dat betekent niets doen, maar juist dat is nu juist niet houdbaar.

Ook de transitieproblemen zijn nihil. Enkel mensen die niet hebben afgelost, niet onder de Hypotheekgarantie vallen en wel gedwongen verkopen, hebben een restschuld. (Wie een nieuw huis koopt, heeft ook weer voordeel van een goedkoper huis.) Mochten er toch probleemgevallen zijn, dan betekent dat eerstens dat banken de kredietwaardigheid verkeerd hebben ingeschat, maar desgewenst zou men hiermee enigszins rekening kunnen houden. Bijvoorbeeld door wel onmiddellijk de fiscale erkenning van spaar- en beleggingshypotheken te staken maar de hypotheekrenteaftrek in een jaar of 15 af te bouwen, dezelfde termijn als bij de AOW.

Huishoudens winnen amper, de fiscus loopt 15 miljard mis, en de economie wordt verstoord. Iedereen die niet bij een bank werkt, zou dus voor afschaffen van de hypotheekrenteaftrek moeten zijn. Men zou geneigd zijn te veronderstellen dat dit evident is.

Geef een reactie

Laatste reacties (119)