1.447
49

Onderzoeker fac. Rechtsgeleerdheid EUR

Wouter de Been is sinds 2008 postdoctoraal onderzoeker aan de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 2009 werkt hij hier aan een onderzoeksproject over conflicten in de multireligieuze samenleving. In dit project wordt geprobeerd tot een meer dynamische en open interpretatie te komen van klassieke idealen als neutraliteit, scheiding van de kerk en staat, godsdienstvrijheid, gelijkheid en vrijheid van meningsuiting.

Afscheid van het einde van de geschiedenis?

Over globalisering, populisme, en de (sociaal-)democratie: De beleidsrecepten van de afgelopen 30 jaar zijn sleets geworden en de beloftes hol

Zo’n 25 jaar geleden verscheen The End of History and the Last Man van de Amerikaanse politicoloog Francis Fukuyama. Met de val van de muur en de teloorgang van het communisme leek de overwinning van de liberale democratie en de vrije markt een feit. Maatschappelijk had de mensheid een eindfase bereikt, stelde Fukuyama. Onze communistische rivalen hadden overal in het stof gebeten. Politiek, sociaal en economisch was geen betere ordening meer denkbaar dan die van het Westen. Daarmee was de grote geschiedenis, de geschiedenis van zich evoluerende maatschappijsystemen, ten einde gekomen. Uiteindelijk zou de hele wereld worden herschapen in het evenbeeld van het zegevierende Westen. Fukuyama’s notie van “het einde van de geschiedenis” sloeg aan en werd een populair motto voor de voorspoed en het optimisme van de jaren negentig. In Nederland werd dit sentiment kernachtig uitgedrukt met de slogan “Nederland is af”. We hadden alles prima voor elkaar en de Paarse kabinetten hoefden alleen nog op de winkel te passen.

Francis Fukuyama | Beeld: Fronteiras do Pensamento
Francis Fukuyama | Beeld: Fronteiras do Pensamento

Van dit triomfalisme en deze hoogmoed is niet veel meer over, ook niet bij Fukuyama. Een kwart eeuw na de publicatie van zijn invloedrijke these, is Fukuyama bezorgd geraakt over de levensvatbaarheid van de westerse democratie in een tijd van globalisering, economische crisis, en populisme. Fukuyama stelt in een recent artikel in Foreign Affairs zelfs dat de Verenigde Staten politiek aan het aftakelen is. Globalisering en de liberalisering van de economie hebben het bestaan van talloze miljoenen Amerikaanse burgers onzeker gemaakt, hun levensstandaard weggeërodeerd, en de economie in een taaie crisis gestort. De ongelijkheid is schrikbarend toegenomen en de Amerikaanse middenklasse ― historisch een essentiële demografische bouwsteen voor een levenskrachtige democratie ― krimpt zienderogen. De electorale onvrede over de nare bijwerkingen van de globalisering, ondertussen, is jarenlang door de Republikeinse politieke elite misbruikt voor haar eigen doeleinden ― verdere deregulering en belastingverlaging voor de rijken ― en door de Democratische politieke elite volledig veronachtzaamd.

Het populisme van Donald Trump aan de Republikeinse en van Bernie Sanders aan de Democratische kant kunnen beschouwd worden als een open revolte van de burgers tegen de neoliberale beleidsconsensus die beide partijen decennialang hebben omarmd. Fukuyama betreurt deze kiezersrevolte niet. Het zou volgens hem een ernstige fout zijn om het populisme slechts te zien als een oprisping van contraproductieve en betreurenswaardige ideeën die niet serieus genomen hoeven te worden. “Populisme” zo stelt hij, is een etiket dat politieke elites graag plakken op beleidsvoorstellen van gewone burgers waar ze niet op zitten te wachten. Maar de grieven van de burgers zijn reëel ― hun banen zijn echt onzekerder geworden, hun lonen echt gestagneerd en hun perspectieven echt verwelkt. Ze zien in hun leven al jaren geen vooruitgang meer en vrezen voor de toekomst. Het opgewekte verhaal van voorspoed en kansen voor iedereen in de geglobaliseerde kenniseconomie van de 21ste eeuw sluit niet aan bij de geleefde ervaring van een groot segment van de bevolking. De beleidsrecepten van de afgelopen 30 jaar zijn sleets geworden en de beloftes hol.

Je kan de kiezers hun onbehagen dan ook niet kwalijk nemen. Waar het volgens Fukuyama vooral aan schort is een aansprekend alternatief voor de failliete beleidsrecepten van de laatste drie decennia, een alternatief dat iets kan doen aan de aanhoudende malaise en de groeiende ongelijkheid. Tot nu toe komen de populaire “oplossingen” vooral van rechts ― eigen volk eerst, internationale verbanden verlaten, de grenzen dicht, en de migranten eruit, ― maar de huidige crisis schreeuwt eerder om oplossingen die aan de linkerkant van het spectrum gezocht moeten worden, een nieuw project dat de globaliseringsverliezers weer een waardig bestaan kan bieden. Een inspirerend progressief verhaal over hoe we de huidige malaise moeten overwinnen en de belangen van gewone burgers moeten beschermen komt echter maar niet uit de verf, schreef Fukuyama een aantal jaren terug al in Foreign Affairs: “It has been several decades since anyone on the left has been able to articulate, first, a coherent analysis of what happens to the structure of advanced societies as they undergo economic change and, second, a realistic agenda that has any hope of protecting a middle-class society.”

Ondertussen hebben we weliswaar Thomas Piketty en zijn Capital in the Twenty-First Century, maar dat neemt niet weg dat de meeste linkse intellectuelen en wetenschappers al twee generaties nauwelijks meer over sociaaleconomische thema’s praten. De dominante stromingen in het linkse gedachtegoed van de afgelopen 40 jaar ― postmodernisme, multiculturalisme, feminisme, kritische theorie ― hebben primair betrekking op cultuur en identiteit en niet op economische ongelijkheid. Dit “culturele links,” zo merkt Richard Rorty aan het eind van de vorige eeuw al op in zijn boek Achieving Our Country, lijkt het ordinair te vinden om het nog over geld te hebben (1998, p. 79). Ze maken zich liever druk over gevestigde attitudes die leiden tot discriminatie en uitsluiting, dan over sociaaleconomische structuren die leiden tot sociale ongelijkheid.

Bij gebrek aan een alternatieve sociaaleconomische visie hebben gematigde linkse politici dan ook geen andere keus dan een afgezwakte versie van het neoliberalisme te huldigen, een “derde weg” die iets meer van de welvaartstaat overeind houdt dan het neoliberale origineel. Zo worden ze noodgedwongen burgermeesters in crisistijd, politici die beweren niets fundamenteels aan de geloofsartikelen van marktwerking en globalisering te kunnen doen en die zich beperken tot het verzachten van de nare gevolgen ervan voor de burgers. De traditionele sociaaldemocratische achterban neemt daar duidelijk geen genoegen meer mee. In Europa lopen de traditionele sociaaldemocratische middenpartijen overal leeg en omarmen de verliezers van de globalisering steeds radicalere populistische alternatieven. Dat is een ontwikkeling die langzamerhand een existentiële kwestie begint te worden voor een aantal westerse democratieën.

Maar hoe zou een links alternatief er dan uitzien? In zijn artikel schildert Fukuyama de contouren. Linkse politici zouden minder over identiteit en meer over ongelijkheid moeten gaan spreken. Ze zouden het idee van alsmaar vrijere markten en alsmaar opener grenzen ter discussie moeten stellen. Globalisering heeft ons veel goede dingen gebracht, zeker, maar het is geen doel op zich. Het is niet verboden om in bepaalde gevallen te kiezen voor de eigen bevolking en te besluiten mensen niet bloot te stellen aan de gure winden van de internationale concurrentie. Dat zou burgers ook weer het gevoel geven dat ze een zekere grip hebben over hun eigen noodlot. Nu voelen ze zich vaak een speelbal van anonieme ontwikkelingen en dat is funest voor de vitaliteit van de democratie. Tot slot zou de overheid moeten proberen om de maatschappelijke energie te bundelen en te investeren in een groot project. Er zijn tal van mogelijke kandidaten: omschakeling naar een CO2-neutrale economie, overschakeling op nieuwe vormen van energie, investeringen in de infrastructuur, onderwijs, onderzoek. Terwijl wij de laatste jaren eindeloos hebben gedebatteerd over hoofddoekjes, Islam en de teloorgang van onze normen en waarden is de opwarming van de aarde in versneld tempo doorgegaan. Misschien is verstandiger om onze energie in dat probleem te steken. Daarmee zou een land als Nederland pas echt sterker uit de crisis komen.

Geef een reactie

Laatste reacties (49)