2.513
9

Ali wil zwemmen

Ali liep vanuit het Midden-Oosten naar Nederland zonder te weten wat hem hier te wachten stond

cc-foto: Shirley de Jong

Er werd op mijn deur geklopt. Ik schrik altijd een beetje als er op mijn deur wordt geklopt. Ik schrik ook altijd een beetje als ik word gebeld. Slecht nieuws denk ik dan. Anders sturen ze wel een appje. Ik zette mijn Netflix op pauze, liep naar mijn deur en deed open.

Aan de andere kant stond mijn huisgenoot Ali. Ali is een klein mannetje met gitzwart haar en vriendelijke ogen. Hij mist een hoektand rechtsboven in zijn mond. ‘Ben jij klaar om gaan zwemmen?’ vroeg hij opgewekt.
‘Zwemmen?’ vroeg ik.
‘Wij zouden zwemmen vanavond? Toch? Zeven uur.’
‘Oja!’ Ik sloeg mijn hand op mijn voorhoofd. ‘Helemaal vergeten!’

Ali komt uit Afghanistan. Dankzij onder andere de Taliban moest hij naar Nederland vluchten. Hoe hij dat precies heeft gedaan weet ik niet, maar uit de kleine beetjes informatie die hij me geeft blijkt dat hij het grootste gedeelte van de reis heeft gelopen. Ali is net als ik 26. We wonen op dezelfde gang in Startblok Elzenhagen, een project in Amsterdam-Noord waar jonge statushouders samenwonen met jongeren uit Nederland.

Ali is de eerste vluchteling die ik ooit sprak. Hij is erg vriendelijk en ondanks zijn geschiedenis lacht hij veel. Hij vindt ook veel dingen grappig. Regen bijvoorbeeld. Of dure koffie. Of aubergines gevuld met gehakt. Als hij lacht en daarmee dat ene ontbrekende tandje ontbloot, lacht hij oprecht en doet me denken aan mijn opa. Wanneer mijn opa ergens om moest lachen lachte hij ook oprecht, uitgebreid en zonder schaamte. Vol levensvreugde eigenlijk. Mijn opa lachte hartelijk om uiteenlopende zaken die op het eerste gezicht niet per se grappig zijn.

Tijdens de Tweede Wereld Oorlog zat hij in een Arbeidslager waar hij moest werken voor de Duitsers. Op 20-jarige leeftijd overleefde opa bombardementen, honger, uitputting en een dodenmars. Uiteindelijk is hij vanuit Oost-Duitsland, ergens vlakbij de Poolse grens, helemaal terug naar Nederland gelopen. Dwars door verwoeste steden en plekken waar de Duitsers nog steeds vochten met de geallieerden. Toen hij zwaar ondervoed en verzwakt aankwam in Tilburg waren daar mijn oma, zijn broer en zijn moeder om hem te ontvangen.

Ali liep vanuit het Midden-Oosten naar Nederland zonder te weten wat hem hier te wachten stond. Toen hij hier aankwam was hier geen familie om hem met open armen te ontvangen. Hij kwam terecht in een asielzoekerscentrum in Emmen waar hij bijna drie jaar heeft gewoond op een kamertje dat hij moest delen met vier andere mensen. Niet vanuit Oost-Europa maar vanuit een geheel ander werelddeel liep hij helemaal hiernaartoe.

Iedere dinsdagavond komen de huisgenoten van Elzenhagen samen om te eten. Iedereen brengt wat mee. Mijn ene huisgenote is half Grieks, een ander Georgisch en dit levert telkens lekkere buitenlandse hapjes op. Ook Ali kookt graag. Hij maakte voor ons Kabuli Palow: Afghaanse rijst, rozijnen, zoete wortel, een gehele knoflook en boterzacht lamsvlees, alles geserveerd op een dienblad. ‘Smaakt lekker,’ zei Ali erbij en dat was het ook. Tijdens het afwassen vroeg ik hem terloops naar zijn ouders, iets waar ik vaker naar vraag om mensen beter te leren kennen, maar in het geval van Ali had ik dat beter niet kunnen doen.

‘Mijn ouders zijn dood,’ vertelde hij terwijl hij een bord afdroogde met zijn vaatdoek. ‘Oorlog,’ voegde hij eraan toe. Ons gesprek viel stil omdat ik niet wist wat ik hierop moest zeggen. Achter ons ging het onbezorgde gelach van mijn Nederlandse huisgenoten ongestoord verder.

Terug aan tafel ging het inmiddels over het Noorderparkbad, een zwembad vlakbij Elzenhagen. Misschien dat we daar een keer zouden kunnen gaan zwemmen met z’n allen?
‘Ik kan niet zwemmen,’ biechtte Ali toen op met gebogen hoofd. ‘Maar ik wil wel heel graag. Ik hou van zwemmen.’
Daarna vroeg hij aan mij of ik hem wilde leren zwemmen.
‘Dat is goed,’ zei ik meteen met zijn treurige verleden in mijn achterhoofd en we maakten een afspraak voor maandag zeven uur.

Hier stond hij dan in de deuropening. Hem leren zwemmen leek me nu opeens een stuk minder goed idee.
‘Misschien geven ze wel zwemlessen voor volwassenen,’ stelde ik voor. ‘Dat is denk ik beter dan dat ik jou leer zwemmen. Dan krijg je zwemles van een echte leraar.’
Ali knikte vrolijk maar daarna bleek dat hij het niet helemaal begrepen had. ‘Wij gaan niet zwemmen, nu?’
‘Nee, wij gaan nu niet zwemmen maar ik ga even voor je bellen naar het zwembad om te vragen of jij zwemles kan krijgen.’

Zelf kreeg ik jarengeleden zwemles in De Vennen in Dongen. Het zwembad was vlakbij Oosterhout, waar ik woonde, en mijn moeder bracht me er met de auto naartoe. Onderweg luisterden we naar cassettebandjes van VOF de Kunst. Van de zwemles herinner ik me het koude water en de strenge juf, het drijvende plankje en het chloor in mijn ogen, het ‘vrij zwemmen’ aan het eind en het stiekem plassen onder de douche. Mijn moeder die me naderhand, met blauwe badmutsen onder haar schoenen, weer op kwam halen. In het kleedhokje trok ik gelijk mijn pyjama aan, thuis met natte haren macaroni eten voor de televisie, Sesamstraat, Klokhuis en het Jeugdjournaal en daarna lekker naar bed.

Bij mijn diploma-uitreiking zaten mijn vader, moeder, broertje en alle opa’s en oma’s op witte plastic stoeltjes aan de kant om mij toe te juichen. Samen met de andere kinderen sprong ik na het fluitsignaal met mijn kleren aan van de duikplank, trok een paar baantjes en werd onthaald met een droge handdoek en grote vreugde.

Het Noorderparkbad vertelde aan de telefoon dat er inderdaad zwemlessen voor volwassenen waren. Op zaterdag. Een jaar wachttijd. Ik keek naar Ali in de deuropening. Op zijn rug doeg hij een rugtas met hoogstwaarschijnlijk een handdoek en zwembroek.

‘Zijn er misschien doordeweeks ook lessen?’ vroeg ik aan het zwembad. Dinsdagochtend. Geen wachtlijst. Inschrijven bij de receptie. Hierop vertrokken Ali en ik naar het Noorderparkbad. De vrouw achter de balie die het zwembad-thema in haar azuurblauwe oogschaduw had doorgevoerd, hielp ons met de procedure. Zwemles bleek duur. Ali pinde het ene na het andere bedrag.

‘Morgenochtend om negen uur melden,’ sprak de receptioniste tegen hem.
‘Is goed,’ knikte Ali. Tevreden verlieten wij het pand.
‘Als je nou kunt zwemmen gaan we een keer met z’n allen,’ zei ik verheugd.
‘Is goed,’ zei Ali en hij glimlachte.

Bij zijn zwemdiploma-uitreiking zullen zijn ouders er niet zijn om hem aan te moedigen. Maar wij wel.


Laatste publicatie van Ties Teurlings

  • Krentenkoppen

    2017


Geef een reactie

Laatste reacties (9)