2.500
76

Publicist

Jan Krikke is voormalig correspondent voor de GPD en het FD in Tokio, managing editor voor uitgeverij Asia 2000 in Hong Kong en Azië-correspondent voor de Automatisering Gids en de IEEE. Hij is de auteur van 'A Corridor of Space' (Olive Press, Amsterdam) en thans semi-gepensioneerd in Thailand.

Alle wegen leiden naar Teheran

Westerse inmenging en de dramatische gevolgen daarvan zijn de rode draad in de moderne geschiedenis van islam

Het conflict tussen islam en het Westen is uit de lucht komen vallen. Niemand had het kunnen voorzien. De gevolgen zijn enorm, maar er is geen oorzaak. Oplossingen zijn er niet. Dit, in grote lijnen, is het beeld dat afgelopen decennia is ontstaan over de problemen in het Midden-Oosten. De werkelijkheid is natuurlijk anders. Het conflict heeft een specifieke oorzaak, is herleidbaar naar een specifiek jaartal en naar specifieke hoofdrolspelers.

Het was de meest ingrijpende beslissingen van een westerse politicus in de naoorlogse periode. In 1952 vroeg de Britse premier Winston Churchill steun van de Amerikaanse president Harry Truman om de democratisch gekozen regering van Iran omver te werpen. De Iraanse premier Mohammad Hedayat Mossadegh had kort daarvoor toestemming gekregen van het Iraanse parlement om de olie-industrie te nationaliseren. Truman weigerde Churchill te helpen de Iraanse regering af te zetten, maar de Britse premier probeerde het opnieuw toen Dwight Eisenhower president werd. Eisenhower ging akkoord en de CIA en M16 werden ingezet om Iran te destabiliseren en een staatsgreep voor te bereiden.

De Iraanse olie was sinds 1913 onder controle van de Anglo Iranian Oil Company, de voorganger van BP. Churchill was op vertrouwd terrein. In de jaren 1920 was hij adviseur van het Britse olieconcern. In 1952 was de Iraanse olieconcessie de grootste overzeese “asset” van Groot-Brittannië. Terwijl de Britse vloot de havens van Iran blokkeerde, zocht Mosaddegh steun bij de Verenigde Naties. Hij wees er op dat Iran nauwelijks profiteerde van haar eigen olievoorraden en dat de winst van het Britse olieconcern alleen al in het jaar 1950 groter was dan wat het bedrijf in de voorgaande 50 jaar voor de oliewinning aan Iran had betaald.

Het mocht niet baten. De eerste (en seculaire) democratisch gekozen leider van een islamitisch land werd afgezet en vervangen door een marionettenregime onder leiding van Mohammad Reza Shah Pahlavi (de Sjah van Iran). De Anglo-Amerikaanse coupplegers verdeelden de Iraanse olie via het ‘Consortium voor Iran’, een groep oliebedrijven die later bekend werd als de Seven Sisters, (BP, Shell en vijf Amerikaanse oliemaatschappijen). De afzetting van Mossadegh was het begin van de militarisering van de regio, bestuurd door erfelijke autocratische heersers die afhankelijk waren van Amerikaanse militaire bescherming. Het westen propageerde zelfbeschikkingsrecht en democratie in de gedekolonialiseerde wereld, maar het mantra in het Midden-Oosten werd ‘stabiliteit’.

In 1978 werd de opgelegde stabiliteit verstoord door de Iraanse Islamitische Revolutie. Jarenlange opgekropte woede tegen het terreurregime van de sjah leidde tot een opstand van volgelingen van sjeik Khomeini. ’s Wereld eerste islamitische staat werd geboren. Westerse inlichtingendiensten waren verrast door de onverwachte religieuze opstand, maar het lag voor de hand dat islam de spil werd van de Iraanse revolutie. Nationalisme en communisme waren vreemd aan het islamitische wereldbeeld en liberale democratie was het systeem van de vijand. De stichting van een islamitische staat inspireerde het verzet tegen dictatoriale regimes in rest van de regio en het duurde niet lang voordat de wereld werd wakker geschud door een nieuw fenomeen: islamitisch fundamentalisme, Heilige Oorlog en zelfmoordterroristen.

In 2013 werd Mohamed Morsi, de eerste democratisch gekozen president van Egypte, door het Egyptische leger afgezet en gevangen gezet. Het westen kreeg de kans om de schade veroorzaakt door de staatsgreep in Iran te herstellen en achter Morsi te gaan staan, maar koos, na plichtmatige protesten, de kant van de militairen. Hardline islamisten kregen een nieuw argument aangereikt: het was niet langer de vraag of islam verenigbaar is met westerse democratie, maar of de westerse democratie verenigbaar is met de islam.

De staatsgreep in Egypte werd gevolgd door een barrage van negatieve publiciteit over Morsi en de Moslimbroeders. Morsi was ondemocratisch, had fouten gemaakt, onderdrukte vrouwen en zijn afzetting door de militairen was “de wil van het volk”. In andere woorden: het was niet nodig te wachten tot de volgende verkiezing om de wil van het volk te peilen. Minder aandacht was er voor de vraag waarom de Broeders-beweging überhaupt bestond. Op Wikipedia lezen we:

De Moslimbroeders begon [in 1928] als een religieuze sociale organisatie; het prediken van islam, het onderwijzen van de ongeletterde, het opzetten van ziekenhuizen en zelfs het opstarten van commerciële ondernemingen. Haar invloed bleef toenemen en in 1936 begon het zich te verzetten tegen de Britse overheersing van Egypte.”

Westerse inmenging en de dramatische gevolgen daarvan zijn de rode draad in de moderne geschiedenis van islam. De Britten vertrokken uit Egypte in 1954 en maakten de weg vrij voor het Egyptische leger. Gamal Adbel Nassar, voorganger van Sadat en Mubarak, verbood de Broeders en zette duizenden leden gevangen. Een deel van de beweging, die inmiddels afdelingen had in andere islamitische landen, radicaliseerde en ontwikkelde militante facties, waaronder Al-Qaeda. Deze extremisten ontwikkelden een gewelddadige islamitische versie van bevrijdingstheologie, een proces helder beschreven door Arabist Ryan Evans van John Hopkins University:

Het falen van de Broeders om politieke macht te verkrijgen deed een deel van de Broeders, die gestaald waren in de gevangenissen van Egypte en elders, besluiten om meer drastische middelen te zoeken. Dit falen, in combinatie met de stimulerende invloed van Sayyid Qutb [de theoreticus van de Broeders], het aantoonbare effect van de Iraanse revolutie, en de hel van de Sovjet-Afghaanse oorlog, leidde tot de overtuiging bij sommige islamisten dat het geen zin meer had om het systeem van binnenuit te veranderen. Geweld lag meer voor de hand. Een toevlucht zoeken tot geweld door een fractie is een strategische keuze die normaal gesproken alleen wordt gemaakt nadat activisten geloven dat andere middelen zijn uitgeput.”

Iedereen heeft het recht op een eigen mening over islam, ook mensen die islam als een bedreiging zien. Maar niemand heeft het recht op zijn eigen feiten of om oorzaak en gevolg om te draaien. Een feit is dat het Westen een seculaire democratie in een islamitisch land op een kritieke periode in de geschiedenis in de kiem heeft gesmoord voor de meest basale reden: financieel gewin. Iran was een seculaire democratie toen Spanje, Portugal en Griekenland nog militaire dictaturen waren. Een democratisch Iran had de radicalisering van islam kunnen voorkomen en een inspiratie kunnen zijn voor haar buurlanden. De regio had zich, net als Azië, op haar eigen manier economische en sociaal kunnen ontwikkelen. Andere scenario’s waren mogelijk geweest maar een ontwikkeling die bloediger was dan de afgelopen 50 jaar is nauwelijks denkbaar.

Ook het westen heeft een hoge prijs betaald voor de catastrofale interventie in Iran. Duizenden mensen werden het slachtoffer van terreuraanslagen en demagogen kregen de kans het politieke debat te vergiftigen. Al Qaeda en haar splinterbewegingen zijn nu actief in meer landen dan in 2001. De stroom van politieke en economische vluchtelingen zal met de uitbreiding van het conflict naar Afrika wellicht nog toenemen. Het westen volhardt intussen in symptoombestrijding die het zicht op de enige mogelijke en uiteindelijk onvermijdelijke oplossing ontneemt: de volledige terugtrekking van alle westerse militaire aanwezigheid uit de islamitische wereld en een complete overgang naar alternatieve energiebronnen.

De westerse “oliechargie” en haar militaire en politieke bondgenoten zullen proberen de status quo te bewaren zolang het winstgevend is. Maar contouren van een ommekeer zijn al zichtbaar. De invloed van Azië in het Midden-Oosten groeit. Het Verre Oosten is nu de grootste afnemer van olie uit het Midden-Oosten. China werd vorig jaar de grootste handelspartner van de Golfstaten en bouwt havens, wegen, telecommunicatie en andere infrastructuur in de regio. Aziatische landen zijn niet alleen natuurlijke economische partners voor de regio, als voormalige koloniën hebben ze empathie met landen die gestreden hebben tegen westerse inmenging.

Geef een reactie

Laatste reacties (76)