5.429
140

Lid van Dwars en FNV Jong

Jens Bosman is lid van Dwars en namens FNV Jong kandidaat voor het Ledenparlement

Alleen een brede linkse samenwerking kan de VVD temmen

Het is daarvoor nodig dat D66 stopt met haar legehulscampagne van pastelkleuren en hashtagfetisjisme

Het zal mensen die de linkse politiek een warm hart toedragen ongetwijfeld bekend voorkomen: een gevoel van machteloosheid dat optreedt bij het zien van de peilingen waarin de VVD van Mark Rutte, de premier die van ijsschots naar ijsschots springt maar nooit verdrinkt, een zetelaantal haalt van 40 tot 45. Als een Oost-Duitse zwemkampioen ingesmeerd met vaseline weet onze teflonpremier alle schandalen en affaires van zich af te laten glijden.

Er heerst een soort lethargie onder kiezers wat betreft de electorale consequenties die logischerwijs zouden moeten volgen uit – en ik noem maar wat – de stikstofcrisis, de gênante aanpak van het coronavirus, de toeslagenaffaire, het gebrek aan urgentie over klimaatverandering, de escalerende woningmarkt, de manier waarop we met vluchtelingen en ontheemden omgaan, de verdubbeling van het aantal daklozen en de afbrokkeling van de hele publieke sector waaronder het onderwijs en de zorg. Stuk voor stuk schandalen en dossiers waar ministers, kabinetten en premiers permanent door beschadigd zouden moeten raken.

Links
Sigrid Kaag | cc-foto: Ministerie van Buitenlandse Zaken

En toch gaan “we” Rutte naar alle waarschijnlijkheid naar zijn vierde termijn stemmen in maart. Wat Rutte slim heeft gedaan om te voorkomen dat de kiezer hém afstraft voor al het bovenstaande, is delegeren als een malle. Coronacrisis? Hugo de Jonge. Toeslagenaffaire? Wiebes en Asscher zijn toch opgestapt? Op andere dossiers maakt Rutte er een sport van om verantwoordelijkheid te ontlopen, waarbij hij als het ware om de hordes heen rent in plaats van durft te springen. Zodoende valt hij nooit.

Tegenwoordig is politiek en de publieke opinie dermate gefragmenteerd en in bubbels opgedeeld dat een groot deel van de kiezers de val van het kabinet en de toeslagenaffaire maar half heeft meegekregen, en er geen consequenties aan verbindt voor hun stemgedrag. Er is een klimaat ontstaan, dankzij het individualistische participatie-liberalisme van de afgelopen 30 jaar, waarbij we ontzettend veel geven om onze eigen stoep maar het niet merken als twee straten verderop de straat is ondergelopen. Dat is voor Mark Rutte het ideale klimaat om te opereren. Zijn beleid raakt immers de onderlaag van de samenleving hard, maar raakt de middenklasse en de elite nauwelijks. En laten zij het nou zijn die Rutte op zijn troon laten zitten. Zij merken het niet als gezinnen in andere wijken steeds minder te besteden krijgen en door de overheid worden behandeld als paria’s. Zij merken het niet als het aantal daklozen verdubbelt, al moeten ze allicht op straat vaker hun neus ophalen. En dus heerst bij een groot deel van het electoraat nog altijd het beeld dat “het nog nooit zo goed is gegaan met Nederland”, een gedachte die voor de coronacrisis zijn hoogtepunt bereikte. Zodoende hebben aanvallen op Mark Rutte, zijn kabinetten en zijn beleid geen effect op hun stemgedrag – want waar hebben ze het over? Ik heb het toch prima?

Op individueel niveau is deze gedachtegang de stemmer ook nauwelijks kwalijk te nemen. De middenklasse zit gevangen in een collectief Stockholmsyndroom waarin men is gaan geloven dat de aftakeling van publieke voorzieningen en het niet meestijgen van de lonen vanzelfsprekend is – beleid maakt men immers met een reden, niet? Er is sprake van een vrijwillige blindheid voor de welwillendheid van de Nederlandse overheid om het grote bedrijven en schimmige rijke figuren zo makkelijk mogelijk te maken. De mate van invloed van multinationals, lobbyisten en bedrijven die met hun tentakels diep in ministeries en Kamerfracties zitten is simpelweg niet doorgedrongen tot het collectief bewustzijn. Dat is verwonderlijk, gezien het bewijs dat zich opstapelt – de bekendste voorbeelden zijn de afschaffing van de dividendbelasting, de miljardensteun aan KLM en het carrièreverleden bij grote bedrijven van vele huidige ministers.

Door de potentiële liberale stemmer zorgvuldig in te pamperen dat hij het goed heeft hier, er niets te klagen is en we gewoon normaal moeten doen, heeft de VVD haar volautomatische verdedigingsmechanisme tegen (linkse) kritiek zeer vernuftig in elkaar gezet. Wordt een mogelijke VVD-stemmer door een linkse idealist geconfronteerd met alle affaires en schandalen, dan luidt de repliek (conform formule) maar al te vaak dat we een gelukkig volk zijn, het ons economisch voor de wind gaat en we best wat meer trots mogen zijn op hoe we het doen als klein kikkerlandje. Leg daar bovenop de drogredeneringen en dooddoeners van Rutger Bregman (de meeste mensen deugen en we handelen allemaal goed, toch?) en Peter-Hein van Mulligen (“we blijven het maar goed doen”) en iedereen die nog durft te zeuren kan soepel en met gemak worden weggezet als een linkse drammer en een rupsje nooitgenoeg.

Wat is er te doen aan deze gedachtegang? De aanvallen die politieke partijen hebben ingezet op de persoon Rutte zullen in ieder geval niet bijster veel effect hebben. Zoals we na al die jaren inmiddels wel weten gedijt Rutte uitstekend in debatten, en kan hij aanvallen makkelijk van zich afslaan met lacherige nonchalance. Het “nieuwe leiderschap” waar Sigrid Kaag en/of Wopke Hoekstra van spreken zal ook om die reden geen potten breken. Door de positie van Rutte als prooi neer te zetten, krijgt hij ook de gelegenheid om zich te verdedigen. Het is slimmer om het thema van de campagne als oppositie zelf te willen bepalen, wat betekent dat je je eigen verhaal wil vertellen en herhalen. Partijen als de PvdA en GroenLinks begrijpen dit, maar zijn helaas electoraal nog te klein om hun uitgangspunten dominant te laten zijn in de campagne. Een samenwerking met D66, waarbij een narratief van een duurzamer, socialer en rechtvaardiger Nederland op de voorgrond treedt, zou ideaal zijn. Herhaling van die drieslag met een breed front van partijen kan de VVD dwingen te reageren op de plannen van links, in plaats van als een soort eindbaas in Mario Bros alleen maar aanvallen te hoeven afslaan.

Voorlopig is dat echter nog niet aan de orde. Het is daarvoor nodig dat D66 stopt met haar legehulscampagne van pastelkleuren en hashtagfetisjisme, en het vereren van de lijsttrekker ondergeschikt gaat verklaren aan de samenwerking met gelijkgestemden. Als progressieve partijen elkaar nu nog de tent blijven uitvechten is dat een doodzonde. In een tijd die zo troosteloos en moedeloos is als de onze, is hoop bieden door samen een verhaal van steun en vertrouwen uit te dragen zowat het meest essentiële wat gedaan kan worden.

Er is tijdens de afgelopen kabinetten al zoveel verloren, dat we deze verkiezingen meer dan ooit te winnen hebben. Aan het werk dus.

Voor diegene met z’n mateloze trots,
Op z’n risicoloze hoge toren
Op z’n risicoloze hoge rots
Moet u weten: zo zijn wij niet geboren
.

Geef een reactie

Laatste reacties (140)