4.540
56

Schrijfster

Ginny Mooy is schrijfster, antropologe, en grafisch ontwerper. Ze woonde lange tijd in Sierra Leone, waar ze onderzoek deed naar de gevolgen van extreme geweldpleging, reïntegratie van (en de daarmee samenhangende positie van vrouwen) in de naoorlogse samenleving. Ginny volgde in Sierra Leone de lange termijn reïntegratie van voormalig kindsoldaten voor verder onderzoek.

Over haar eerste onderzoek schreef Ginny de roman 'De wil om te doden'. In April 2009 verscheen Ginny’s tweede boek 'Moordjongens'. Een boek voor jongeren vanaf 12 jaar, gebaseerd op waargebeurde verhalen en situaties.

Bekijk ook haar website www.ginnymooy.nl

Alleen school is belangrijk voor kinderen. Vinden volwassenen

Toen ik een paar weken geleden opriep de kinderen een extra week herfstvakantie te geven zodat er een harde knip in de transmissieketen gegeven kon worden, kreeg ik met veel verbale agressie te maken. Wat me nog het meest verbaasd heeft: dat heel veel mensen denken dat kinderen in mentaal of psychisch opzicht voor het leven beschadigd raken door één extra week herfstvakantie.

school
cc-foto: Atelier PRO

De New York Times kopt vandaag: “Het lijkt onwaarschijnlijk dat kinderen de verspreiding van het coronavirus aanjagen.” Voor jonge kinderen in het basisonderwijs wordt Nederland in het artikel daar als voornaamste bewijs voor opgevoerd. In Nederland zijn – in tegenstelling tot andere landen – de scholen open zonder restricties. Volgens Brooke Nichols, modelleur infectieziekten aan de Boston University School of Public Health, blijkt uit de Nederlandse gegevens dat kinderen het virus nauwelijks aan volwassenen overdragen. Een redenering die we eerder hebben gehoord van het RIVM en het OMT, waar de wetenschappelijke bewijsvoering voor ontbreekt. Het is een aanname, want kinderen jonger dan 13 worden nauwelijks getest.

De situatie op scholen en onder kinderen is in Nederland een grote zwarte doos. Het bron- en contactonderzoek ligt in zijn algemeenheid vrijwel stil, maar ook toen het nog functioneerde, werd er onder kinderen nauwelijks bron- en contactonderzoek uitgevoerd. Bovendien werd toen het BCO nog ‘optimaal’ functioneerde slechts 30% van alle bronnen opgespoord. We weten dus maar bitter weinig over de verspreiding. Wat we wel weten: kinderen en jongeren worden zelden ernstig ziek. Of er kinderen zijn met long-covid, is onbekend. Er wordt niet over gerapporteerd en er is geen centrale registratie. Besmet raken kinderen in ieder geval wel. In welke mate? Niemand kan daar antwoord op geven. Uit het percentage positief geteste kinderen uit de RIVM rapportage van afgelopen dinsdag kunnen we maar 1 ding concluderen: onder kinderen wordt veel te weinig getest. En verhoudingsgewijs basisschoolkinderen momenteel de groep die het meest vaak positief getest wordt.

Niet alleen in Nederland maar wereldwijd, is de discussie rond de rol van kinderen in de coronapandemie, zeer gepolitiseerd geraakt. Het is misschien wel het heetste hangijzer van de pandemie. Wetenschappelijke onderzoeken zijn bijna zonder uitzondering gebaseerd op verkeerde uitgangspunten, scheve selecties en te harde conclusies. Tijdens de eerste golf, waren bijna overal ter wereld de scholen gesloten. Waar ze niet snel werden gesloten, waren er toch relatief veel zieke kinderen. In New York City alleen werden 89 kinderen in ziekenhuizen opgenomen met de zeldzame ernstige complicatie MIS-C. Nederland rapporteerde ‘ongeveer’ 20 gevallen van MIS-C, terwijl de kinderen hier tijdens de ‘intelligente lockdown’ toch in relatieve afzondering leefden.

Pas deze herfst, tijdens de tweede golf, zullen we meer inzicht krijgen in het ziektebeloop onder kinderen die voltijds en zonder restricties naar school gaan. Nederland is de proeftuin van de wereld. Logisch, vinden wij, want school is het allerbelangrijkst voor kinderen en restricties op scholen, daar blijven we ver vandaan. De school vormt een belangrijke sociale basis voor kinderen en jongeren. Maar daarnaast vrezen we vooral de veronderstelde leerachterstanden die kinderen zouden oplopen door hybride of afstandsonderwijs.

Toen ik een paar weken geleden opriep de kinderen een extra week herfstvakantie te geven zodat er een harde knip in de transmissieketen gegeven kon worden, kreeg ik met veel verbale agressie te maken. Scholen moeten hoe dan ook openblijven. Wat me nog het meest verbaasd heeft: dat heel veel mensen denken dat kinderen in mentaal of psychisch opzicht voor het leven beschadigd raken door een extra week herfstvakantie. Eén extra week. Die je dan – als het echt moet – ook makkelijk van de zomervakantie af kunt halen. Eén week extra, voor of na de herfstvakantie. Als het ons om leerachterstanden zou gaan en het welzijn en de gezondheid van de kinderen hierbij centraal zouden staan, zouden we dat idee toch moeten omarmen.

Het belangrijkste argument waar ik mee om de oren geslagen wordt: op scholen is er geen corona. Alleen af en toe een incidenteel geval. Zal wel van een feestje zijn. Of van contact buite school. Daar lijken kinderen het dan wel aan elkaar over te dragen, maar zodra ze de school binnenlopen, is dat risico op overdracht blijkbaar op het schoolplein achtergebleven. De werkelijkheid: We weten simpelweg niet wat er gaande is op de scholen. Er is veel onrust, onder leerkrachten, maar ook onder leerlingen. Er is veel verzuim. Kinderen raken ook besmet. Vooral jongeren. In hoeverre ze elkaar aansteken? Onbekend. Bron- en contactonderzoek wordt niet gedaan. Sommige scholen moesten al de deuren sluiten. Klassen worden naar huis gestuurd omdat leerkrachten in quarantaine moeten of besmet zijn geraakt. Hoe het zit met verspreiding van kinderen en jongeren naar hun ouders is onbekend. Niemand heeft daar gegevens over. Niemand heeft zicht, of grip. En dat zou je nou toch juist wél willen hebben.

School is het allerbelangrijkst voor kinderen. Daar lijkt niemand aan te twijfelen. Om verspreiding van kinderen naar ouders tegen te gaan, raadt het RIVM aan om thuis zoveel mogelijk 1,5 meter afstand te houden. Naar opa en oma kunnen ze niet meer. Dat geldt tenminste voor de families die zich dat kunnen permitteren. Iets meer dan de helft van de ouders met baby’s en kleuters die gebruik maken van kinderopvang namelijk, laten de grootouders zeker 8 uur per week oppassen. Een derde van de ouders met kinderen in de basisschoolleeftijd, laten de grootouders 8 tot 12 uren per week oppassen. En vanwege de woningnood zijn er ook behoorlijk wat alleenstaande ouders die na een relatiebreuk samen met de kinderen bij de (groot)ouders op zolder hun intrek moesten nemen. In achterstandswijken wonen vaak meerdere generaties onder 1 dak.

Het is dus niet altijd even makkelijk, die 1,5 meter afstand. En de risicogroepen komen zo onvermijdelijk toch binnen het bereik van het coronavirus. Tenminste, áls kinderen dat überhaupt zouden kunnen verspreiden. En dan nog in welke mate. Met welke viral load. Want ze hebben vaak milde klachten, niezen en hoesten niet zo hard en dan zou het mee kunnen vallen. Buiten Nederland blijkt dat kinderen vaak een ander ziektebeeld hebben dan volwassenen en zou covid-19 bij hen zich vaak uiten in buikklachten en diarree. In Nederland lijkt dat niet het geval te zijn, althans niet volgens de website van het RIVM.

Intussen zijn de scholen in regio noord na de herfstvakantie alweer begonnen. De andere vakantieregio’s volgen vanaf volgende week. De tweede golf lijkt de ziekenhuizen als een tsunami te overspoelen. Alles wat met recreatie te maken heeft, is gesloten of draait met allerlei beperkingen door. Trainen mogen kinderen nog wel, maar wedstrijden spelen niet. De sportkantines zijn gesloten. Een middagje shoppen is niet de bedoeling. Ergens anders dan op school ergens in een binnenruimte samenkomen ook niet.

Op school draait alles door als normaal. En voor veel kinderen is dat prettig. Maar tegelijkertijd ook, maken veel kinderen zich zorgen. Sommigen piekeren dat ze hun ouders zouden kunnen besmetten, of hun grootouders. Of hun leerkrachten. En is er dan in de ziekenhuizen wel plek? Een meisje van 17 vertelde me dat ze ‘s nachts vaak wakker ligt omdat haar vader herstellend is van een hartoperatie en ze iedere dag moet wikken en wegen of het nog verstandig is om naar school te gaan. Moet ze dit jaar als verloren beschouwen en haar eindexamen maar volgend jaar doen?

Groep 8’ers maken zich zorgen over hun niveau, want door uitval van de leerkracht zitten ze dan plotseling weer thuis en loopt het afstandsonderwijs niet zo gesmeerd meer, als tijdens de intelligente lockdown. Gaan de open dagen op de middelbare scholen wel door? Hun eindmusical? Schoolkamp? En hoe lang gaat de pandemie duren? Kunnen ze ooit weer normaal met opa en oma omgaan? Wordt het Sinterklaas zonder familie, in een gedeeltelijke lockdown? En hoe gaat dat met Kerstmis en Oud en Nieuw. Hun verjaardag? Wordt het leven ooit weer normaal?

Hoe zit het met de mama met ‘onderliggend lijden’ die zich zoveel mogelijk in haar slaapkamer moet afzonderen? En met de papa die het huis heeft moeten verlaten omdat hij tot een risicogroep behoort en ze alleen van afstand, buiten, kan zien? En dan zijn er de samengestelde gezinnen die onder spanning leven omdat het ‘andere gezin’ het niet zo nauw neemt met de regeltjes. Sommige kinderen komen klem te zitten in onderlinge ruzies en spanningen, die de botsende levensstijlen met zich meebrengen. Hoe gaat het met het kind van die alleenstaande moeder die als ZZP’er werkt en nu al voor de derde keer door haar kind werd aangestoken met een corona-achtige ziekte? Zij moet in afwachting van een test thuis blijven en weet niet meer hoe ze haar rekeningen kan betalen. En omdat de kinderen ineens weer, van de ene op de andere dag, dagenlang thuis kunnen komen te zitten, wordt het ook moeilijk met het aannemen van nieuwe opdrachten. Sport wordt opgezegd, in de uitgaven moet worden geschrapt. Het wringt en het schuurt overal. En de kinderen van horeca-ondernemers maken zich al langere tijd zorgen dat het gezin met faillissement en langdurige financiële sores te maken zal krijgen. En dan zijn er nog de kinderen met ouders in de cultuursector of de evenementenbranche, die intussen niet meer weten hoe ze de eindjes aan elkaar moeten knopen.

School is belangrijk voor kinderen. School is belangrijk voor de ouders. School is belangrijk voor de economie. School is belangrijk, punt. Maar er is meer dan school en dat lijken we wel heel makkelijk te vergeten. Het welzijn van kinderen hangt van meer af, dan van alleen leren en het sociale leven in een schoolgebouw. Ook, of juist buiten die muren, leren kinderen over het leven. Bouwen ze relaties op met anderen en verruimen ze hun horizon in contacten met andere generaties. De wereld gaat niet aan ze voorbij. Zullen we ook hun andere zorgen en verdriet serieus nemen? Kunnen we oog hebben voor hun gehele welzijn, zonder alles aan fysieke aanwezigheid in een schoolgebouw op te hangen? Kunnen wij volwassenen ophouden voor kinderen te beslissen dat voor hen enkel naar school gaan zonder maatregelen er tijdens deze pandemie toe doet? Wat voor kinderen belangrijk is, is een compleet bestaan, mèt school, maar ook met gezonde ouders, ouders met werk en redelijke financiële draagkracht, sporten zonder restricties, shoppen, schoolreisjes, Sinterklaas en Kerst met familie, knuffelen met oma en vooral ook: de garantie dat hun gezondheid voor ons op nummer 1 staat.

Geef een reactie

Laatste reacties (56)