Laatste update 18:12
3.597
33

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

De Zwarte Zwadderneel van de politiek neemt afscheid

Alles wat Elco Brinkman aanraakte veranderde in lood

Op zijn zeventigste verlaat Elco Brinkman de politiek. Hij gaat zich met zijn kleinkinderen bezig houden, verklaart hij in de NRC. Maar voor hij hen in plaats van de kiezers sprookjes gaat voorlezen, had hij ook nog een verhaal voor het Nederlandse volk, dat – aldus het scheidende lid van de Eerste Kamer – door de politiek lelijk in de steek gelaten wordt. Het is opgezadeld met een klimaatwet, klaagt Brinkman en als de gewone man zegt: ‘we kunnen alle Afrikanen niet binnen halen,’ dan wordt dat niet serieus genomen. De politiek verraadt zijn kerntaak, waarschuwt de scheidende voorzitter van de Eerste Kamer.

Hij pleit voor een hernieuwd contact met de PVV en een betere relatie met Thierry Baudet. De meeste revoluties zijn op straat begonnen, voegde Brinkman er als klap op de vuurpijl nog aan toe. Volgens Trouw is Brinkman daarnaast ontsticht door het experiment met de legale wietteelt. Kennelijk heimwee naar het toneel van zijn kindertijd, het Flakkeese dorp Stad aan ´t Haringvliet, waar zijn vader burgemeester was, de bevolking blank en jenever de drug van kloeke calvinisten, die – zei reeds Abraham Kuyper – niet naast de chocoladeketel geboren waren.
Het is een passend afscheid. Je hebt mensen die alles wat zij aanraken veranderen in goud. Bij anderen wordt het juist lood. Brinkman is zo iemand. In toon en stijl doet hij nog het meest denken aan de Zwarte Zwadderneel, een onheilsprofeet uit de Bommel-sage.

Topkunst
Hij was een van de gezichtsbepalende ministers in het eerste kabinet van Lubbers dat in 1982 aantrad om Nederland door middel van bezuinigingen uit de toenmalige recessie te houden. Met zijn uitpuilende ogen en zijn chagrijnige blik gaf Brinkman een gezicht aan de magere jaren die voor de gewone Nederlanders aanbraken. Hij kreeg het departement van Volksgezondheid, Welzijn en Cultuur toegewezen. Onder zijn hoede begon de afbraak van het welzijnswerk en de demonisering van de professionals op dat gebied die afgedaan werden als wereldvreemde geitenwollensokkendragers. Ook de culturele sector kreeg er van langs, net als later onder Halbe Zijlstra. De minister had het over ‘topkunst’ die meer centraal moest staan in het beleid. Wat was die topkunst? Als het maar geld opleverde, dan was het goed. Het was duidelijk dat de minister in de war raakte van minder neuriebare muziek en van werk waar je niet meteen aan kon zien wat het voorstelde. Dat kon niet gauw topkunst zijn tenzij het natuurlijk miljoenen opbracht bij Christie´s. En verder de Mattheüs Passion en zo, dat was pas topkunst.

Zorgzame samenleving
De minister muntte behalve topkunst nóg een nieuw woord: de zorgzame samenleving. Tegenwoordig is deze uitdrukking vervangen door de participatiemaatschappij. In beide gevallen betekent het: je problemen heb je aan jezelf te wijten. Los ze dan ook zelf op en als het niet lukt, ga je maar langs bij de familie of de buren. Brinkman kon geweldig oreren tegen de koude van de staat met zijn reglementen om daar de warmte van de gemeenschap tegenover te plaatsen. Liefdadigheid in plaats van recht.
Door dit alles wist de in de jaren tachtig al bejaard ogende benjamin van het CDA zich in de positie van kroonprins te manoeuvreren. Hij trad niet toe tot Lubbers´ derde kabinet, een coalitie met de PvdA, waarin Wim Kok minister van financiën was. In plaats daarvan werd hij voorzitter van de CDA-fractie in de Tweede Kamer.

Houterige calvinist
Een CDA-congres benoemde hem tot lijsttrekker voor de kamerverkiezingen van 1994. Brinkman stelde een jonge voorlichter van het CDA, Frits Wester, als spin doctor aan. Deze overtuigde de houterige calvinist ervan dat zijn presentatie niet meer van deze tijd was. Van hem moest Brinkman met een microfoontje op zijn revers zich vlot over het podium bewegen. Het publiek zag nu een houterige calvinist die zich liep aan te stellen. Hij deed ook nog de verkeerde uitspraken. ‘Het speelkwartier is voorbij,’ zei hij naar aanleiding van de CDA-PvdA-coalitie. Dat nam premier Lubbers hem hoogst kwalijk en hij kondigde op de televisie aan dat zijn rode potlood boven het bolletje voor Brinkmans naam zou blijven zweven en dat hij een voorkeurstem uit ging brengen: op Ernst Hirsch Ballin, de vrome minister van justitie in zijn laatste kabinet. Dat was een stevige klap voor Brinkman, maar de nekslag bracht hij zich zelf toe.

Hij klaagde over de kosten van de verzorgingsstaat en eiste dat de AOW zou worden bevroren. Anders was het land ten dode opgeschreven. Daarmee joeg Brinkman in een klap talloze ouderen tegen zich in het harnas. Dat leverde Nederland zijn eerste fractie van bejaarden in het parlement op, die weldra vechtend over het Binnenhof rolden. Erger was dat het CDA werd gehalveerd en voor het eerst sinds 1917 naar de oppositiebanken werd verwezen. Door zijn eigen falen had Brinkman het terrein rijp gemaakt voor acht jaar paarse politiek. Hij trok zich wijselijk terug uit de politiek om lobbyist te worden voor het bedrijfsleven, vooral als voorzitter van Bouwend Nederland maar ook in verschillende bijbaantjes zoals commissaris van de sigarettenmultinational Philip Morris.

Aan het begin van de grote kredietcrisis dook Brinkman kort op in de publiciteit. Hij bleek voorzitter te zijn van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds en in die functie deed hij als talkshowgast zwarte toekomstvoorspellingen. Hij keerde in 2011 terug in de politiek, ditmaal als lid van de Eerste Kamer waar hij het bracht tot fractievoorzitter van het CDA. Het was een prima plek voor de voorzitter van Bouwend Nederland. Senatoren krijgen mensen die er toe doen nu eenmaal gemakkelijk te spreken.

En nu verdwijnt Elco Brinkman dan echt in het particuliere leven. Hij herhaalde de streek die hij dertig jaar geleden Ruud Lubbers leverde. Hij vertrekt met een sneer naar de politiek leider van het CDA en zet Sybrand Buma te kakken. Die heeft zijn handtekening geplaatst onder het klimaatakkoord. Bovendien heeft hij uit de tijd van Rutte I geleerd dat er met de PVV geen goed garen te spinnen valt. Juist die twee principiële beslissingen valt Brinkman aan. Hij zegt er ook nog bij dat ze bewijzen hoezeer de politiek lák heeft aan de gewone mensen. Buma laat zich overigens niet uit zijn tent lokken en hij zwaait Brinkman veel lof toe. Kun je rustig doen met iemand die toch van het toneel verdwijnt. Dan worden zijn woorden het snelst vergeten.

En zo trad Elco Brinkman bij zijn afscheid van de Nederlandse politiek op in de rol die hem het beste paste, die van onheilsprofeet, van de zwarte zwadderneel in de Nederlandse politiek.


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (33)