Laatste update 14:50
1.988
17

Sociaal ondernemer bij IZI Solutions

Cemil Yilmaz is geboren in Tukkerland (Enschede) en heeft Arabische en
Turkse roots. Hij houdt zich als sociaal psycholoog en sociaal ondernemer bij IZI Solutions dagelijks bezig met sociale innovatie.

Allochtoon en autochtoon der Lage Landen: vaarwel of tot ziens?

Hoe gaan we ervoor zorgen dat politiek en media deze nieuw ingeslagen weg niet gaan vervuilen en vervallen we niet in oud gedrag

Nederland is het enige land ter wereld dat in zijn statistieken onderscheid maakt tussen autochtonen en allochtonen op basis van het geboorteland van iemands ouders. Het is ook een van de weinige landen waar zowel het geboorteland van mensen zelf als dat van hun ouders wordt geregistreerd (WRR, 201^6). Tot begin deze week.

Begin deze week verscheen de publicatie “Migratie en classificatie: naar een meervoudig migratie-idioom” van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In de publicatie wordt geconcludeerd dat tweedelingen ‘allochtoon en autochtoon’ en ‘westers en niet-westers’ niet langer passen bij onze zeer diverse samenleving.

cc-foto: Roel Wijnants
cc-foto: Roel Wijnants

Het nieuwe uitgangspunt is dat classificeren naar herkomst alleen nog gebeurt als het niet anders kan. De label ‘allochtoon’ is technisch niet correct voor de nakomelingen van migranten, heeft een uitsluitende werking en roept negatieve associaties op. Het onderscheid ‘westers versus niet-westers’ is ook niet langer bruikbaar. Het geheel afzien van het maken van onderscheid naar herkomst brengt met zich meebrengt voor wetenschap en beleid, omdat dat leidt tot een gebrekkig zicht op achterstanden wat betreft in o.a. het onderwijs, op de arbeidsmarkt en met de gezondheid.

Oftewel het classificeren naar herkomst kan zinvol zijn bij de monitoring van problemen, de ontwikkeling van beleid en het bepalen van de effectiviteit van beleid. Dus als de classificatie aantoonbaar bijdraagt aan een bepaald doel, dit doel niet op een andere manier valt te bereiken en als de voordelen van classificatie opwegen tegen negatieve effecten. Tevens moet de classificatie voldoende empirische informatie bieden en zo min mogelijk verwarring veroorzaken. Tot slot mag de classificatie zo min mogelijk een uitsluitende werking hebben, geen negatieve associaties oproepen en zoveel mogelijk nevenschikken in plaats van rangschikken (WRR, 2016).

Wat betekent dit in de praktijk?
In de afgelopen jaren zijn er verschillende alternatieven aangedragen. Zo valt de registratie bijvoorbeeld te beperken tot de eerste generatie en door niet langer het geboorteland van iemands ouders (de tweede generatie) vast te leggen. Ook kunnen we labels meer inclusief maken door de eerste generatie migranten ‘allochtonen’ te noemen en de tweede generatie, die hier geboren is, voortaan ‘autochtonen’ te noemen. Labeling kan ook ruimte bieden voor meervoudige identiteiten door het koppelteken-model, waarbij iemand bijvoorbeeld een Turkse Nederlander of Turks-Nederlands burger is. Ook zal er meer min mogelijk in algemene termen (generaliserend) gesproken worden. Als dat toch nodig is, bijvoorbeeld bij bevolkingsstatistieken, dan gaan we voortaan spreken over ‘inwoners met een migratieachtergrond’ en ‘inwoners met een Nederlandse achtergrond’. Kinderen van migranten kunnen vallen onder ‘inwoners met een migratieachtergrond’ (WRR, 2016).

Helpt dit?
Hoewel het wijzigen van labels een kortetermijnoplossing en de houding van de ontvangende samenleving naar nieuwkomers niet gelijk verandert, helpt het doordat het de maatschappelijke tegenstellingen tussen gevestigde burgers en nieuwkomers niet onnodig versterkt. Op langer termijn kan het effect wat groter zijn, omdat de overheid de wetenschap volgt (WRR, 2016). De politiek de overheid volgt. De media de politiek volgt en de burger weer de media volgt.

Hoe denken Nederlanders zelf hierover?
Een tijd geleden schreef ik op Joop: “ik pleit voor acceptatie. Acceptatie is inclusief en is een nieuwe definitie voor het Nederlanderschap. Een Nederlanderschap met geherdefinieerde normen en waarden waar kleurrijke Nederlanders een onderdeel van zijn. ” Hoewel we er nog lang niet zijn, is deze publicatie een stap in de goede richting van acceptatie. Een stap in de goede richting van een inclusief Nederland waarbij er ruimte is voor meerder identiteiten en er weg wordt gebleven van onnodige veralgemeniseringen die mogelijke stereotyperingen, vooroordelen en negatieve beeldvorming in de hand werken.

Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) heeft in drie onderzoeken (sim 2006 en sim 2010/2011), onder personen met een Turkse, Marokkaanse, Antilliaanse en Surinaamse achtergrond en onder personen met een Iraanse, Irakese, Afghaanse, Somalische, Poolse en Chinese achtergrond (sing 2009), de vraag voorgelegd: ‘Ziet u zichzelf als allochtoon? Van de mensen die zichzelf wel zien als allochtoon gaf een deel machtsargumenten (omdat anderen dat bepalen, omdat anderen je zo behandelen of benaderen, omdat het is opgelegd). Een ander deel verwees naar raciale argumenten (omdat ik zwart/bruin ben, vanwege mijn huidskleur, omdat ik een ander uiterlijk heb). En wezen de reacties op gevoelens van afwijzing (omdat ik me niet thuis voel, omdat ik er niet mag zijn). Slechts een klein deel van de respondenten verwees naar de formele definitie (omdat ik Surinamer ben, omdat mijn ouders in Suriname geboren zijn, omdat ik niet uit Nederland kom). Dit betekent dat het stempel ‘allochtoon’ vooral negatieve en afwijzende associaties lijkt op te roepen bij de ‘allochtonen’ zelf.

Dus of je nou voor of tegen het behoudt van de term ‘allochtoon’ of ‘autochtoon’ bent is in mijn optiek niet meer relevant. Het nadelige effect op het zelfbeeld en gevoelens van uitsluiting onder de groep Nederlanders met een migrantenachtergrond is te groot. Tevens zorgt het voor stereotyperingen, vooroordelen en negatieve beeldvorming. Nu rijst echter de vraag: hoe gaan we ervoor zorgen dat politiek en media deze nieuw ingeslagen weg niet gaan vervuilen en vervallen we niet in oud gedrag. Want binnen de overheid merken we dat het woord allochtoon inmiddels is vervangen door migrant. En burgers die zeggen. Ah dus eerst waren we gastarbeiders, toen buitenlanders, allochtoon, economische vluchteling, vreemdeling, gelukszoeker, multicultureel, bi-cultureel, weer allochtoon en nu weer migrant.

Dus is het vaarwel of tot ziens allochtoon of autochtoon?

Geef een reactie

Laatste reacties (17)