722
7

Promovendus en docent scheikunde

Drs. Arjan Linthorst is bestuurslid van Stichting Schoon Milieu Op Curaçao, docent scheikunde in het VO en promovendus. In 2010 ontving hij de Pieter Langerhuizen Award van het Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen.

Als het over Curaçao gaat, is historisch besef zoek

Wat geeft Ronald van Raak en Geert Wilders het idee dat de Curaçaose bevolking zich van het Koninkrijk wil losmaken? Vermoedelijk zeggen ze dit uit politiek effectbejag

Sommige Kamerleden zijn er als de kippen bij om kort en bondig te reageren op actualiteiten. Volgens mij lenen de meeste onderwerpen zich daar juist niet voor als je een land wilt besturen. Dit geldt ook voor de verhoudingen met de Caribische rijksdelen. Daarmee heeft Nederland een rijke historische relatie. Neem bijvoorbeeld het befaamde vlagincident op St. Eustatius van 16 november 1776. De Verenigde Staten werden toen voor de eerste keer door een buitenlandse mogendheid als onafhankelijke natie erkend.

Met de VS heeft het Koninkrijk der Nederlanden wel vaker een symbiotische relatie onderhouden, bijvoorbeeld gedurende Tweede Wereldoorlog, toen de geallieerden in belangrijke mate afhankelijk waren van brandstof die afkomstig was van de olieraffinaderijen op Aruba en Curaçao. Wie staat daar eigenlijk bij stil op 4 mei?

Daarnaast is er ook nog een cultuurhistorische component met de familierelaties die zich niet laten stoppen door de Noordzee. Genoeg redenen dus om zich over zaken als een eventuele onafhankelijkheid van Curaçao genuanceerd en vanuit een historisch besef uit te laten en terughoudend te zijn met oneliners.

Zo stelt Ronald van Raak (SP) dat Nederland niet verantwoordelijk kan zijn voor goed bestuur op Curaçao. Het is maar hoe je het bekijkt. Als Den Haag het goede voorbeeld geeft, dan helpt dat vast wel. Het achterlaten van een asfaltmeer op Curaçao met de verkoop van de Shell-raffinaderij, medio jaren tachtig, past daar niet bij. Over de bijbehorende sociaal-economische ellende die dit met zich heeft meegebracht – ten dele door toedoen van Nederland, ten dele door die van Curaçao – heb ik het dan nog niet eens.

Rechte rug
In artikel 43 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden is de gedeelde verantwoordelijkheid voor ‘de deugdelijkheid van bestuur’ vastgelegd. Wat is daarvoor nodig? Politieke wil, verstand van zaken en een rechte rug van Den Haag. De soevereiniteitsoverdracht aan Suriname (in 1975) laat zien hoe ingrijpend en gecompliceerd een boedelscheiding is. Daarvan zouden Kamerleden die Curaçao zouden willen afstoten zich bewust moeten zijn. En mocht 1975 voor hen te lang geleden zijn, dan herinner ik hen graag aan het referendum van 8 april 2005: slechts 4,8 procent van de Curaçaose bevolking koos toen voor onafhankelijkheid.

Wil de Curaçaose bevolking dus onafhankelijk worden van Nederland? Ik denk het niet. De verkiezingen van 19 oktober 2012 gingen daar dan ook niet over. Voor de Curaçaose partij die de onafhankelijkheid het duidelijkst nastreeft, Pueblo Soberano (PS), geldt zelfs dat Curaçao momenteel nog niet klaar is voor onafhankelijkheid.

De overtuigende overwinning van PS komt dan ook niet voort uit een breed gedragen verlangen naar onafhankelijkheid, maar uit frustratie over de sociaal-economische situatie. Wat geeft Ronald van Raak en Geert Wilders dan het idee dat de Curaçaose bevolking zich van het Koninkrijk wil losmaken? Vermoedelijk zeggen ze dit uit politiek effectbejag.

Handomdraai
Curaçao is een land dat nog maar twee jaar bestaat en dat sociaal-economisch in zwaar weer zit. Van zo’n jong land kan niet worden verwacht dat het alle problemen waarvoor het zich gesteld ziet in een handomdraai oplost. Juist Geert Wilders zou dat moeten beseffen. Hij hoefde geen land te leiden maar slechts een politieke beweging, en zelfs dat verliep niet bepaald vlekkeloos – getuige de schandalen en schandaaltjes waarbij enkele fractiegenoten betrokken waren.

De landen die samen het Koninkrijk der Nederlanden vormen, delen een verleden maar onderhouden ook gevoelige betrekkingen met elkaar. Daarvan zouden juist Kamerleden zich bewust moeten zijn.

Arjan Linthorst is docent scheikunde. Hij woonde en werkte enige tijd op Curaçao.

Dit artikel verscheen in de Volkskrant van 24 oktober

Geef een reactie

Laatste reacties (7)