3.809
61

Opiniepeiler

In 1971 ben ik afgestudeerd als Sociaal Geograaf bij de UvA in Amsterdam. Na een korte periode als wetenschappelijk medewerker ben ik 15 jaar actief geweest als onderzoeker, tussen 1973 en 1975 bij Inter/View, daarna samen met Hedy d’Ancona (Cebeon) en vanaf 1980 als mededirecteur van Inter/View. Vanaf 1976 was ik in de media actief op het terrein van verkiezingsonderzoek. Eerst bij Vara’s In de Rooie Haan. Later o.a. in Achter het Nieuws en NOVA.
In 1984 werd ik assistent van Anton Dreesmann, waarbij onder andere het project Micro Computer Club Nederland werd opgezet en ik directeur werd van Headstart in de Verenigde Staten. Bij de beursgang van Inter/View in 1986 werd ik gevraagd als voorzitter van de raad van commissarissen te functioneren. Dat heeft tot 1999 geduurd. Na vier jaar (1991-1995) te hebben gewerkt bij ITT Gouden Gids op het terrein van marketing en business development was ik drie jaar CIO bij Wegener Arcade. Daarbij onder meer verantwoordelijk voor de interne IT en de internetactiviteiten. Van 1998 tot en met 2001 ben ik CEO geweest van Newconomy.
Sinds 2002 run ik www.peil.nl, een opiniepanel, waarmee actuele ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving op de voet gevolgd kunnen worden. En ik ben betrokken bij een aantal vernieuwingsprojecten op het terrein van technologie en media.

Als je deel van het probleem bent…

De verkiezingen beginnen hun schaduw vooruit te werpen. En het beeld ziet er voor coalities niet goed uit.

De Amerikanen hebben een gezegde: ‘If you’re not a part of the solution, you’re a part of the problem’. Direct na het sluiten op 26 april van het (toen nog geheten) Kunduz-Akkoord leek dat de overheersende lijn te zijn, niet alleen van de 5 deelnemende partijen, maar ook in de media. Partijen die niet aan dit akkoord deelnamen werden als een soort outcast neergezet.

Op 29 april schreef ik daar een artikel over onder de titel De week waarin alles anders werd (of niet?) met cijfermateriaal waar de grote veranderingen binnen één week werden getoond. Inmiddels zijn we 4 weken later en nog 3.5 maand voor de verkiezingen van 12 september. Niet alleen is de situatie grondig veranderd, maar ook beginnen die verkiezingen hun schaduw vooruit te werpen.   

In de loop van deze week kwamen de belangrijkste elementen bij elkaar:
– Na het enthousiasme voor het feit dat er überhaupt in korte tijd een akkoord gesloten werd, zien we nu enerzijds dat de kiezers zien wat dit akkoord voor hen zelf betekent terwijl anderzijds de vijf partijen zich in het licht van de naderende verkiezingen ten opzichte van elkaar aan het profileren zijn.
– De ontwikkelingen rondom de schuldencrisis in Europa (met Grexit als een bespreekbare optie) met het debat over de ratificatie van het ESM (het Europese noodfonds) deze week als kern.

Er is goed te zien wat dit teweeg brengt onder de kiezers en welke invloed dat heeft op de electorale positie van de verschillende partijen en de mogelijke uitkomst op 12 september. Zondag 27 mei zullen de resultaten weer op Peil.nl verschijnen.

Belangrijk daarbij is te beseffen dat het verschil in beoordeling van de gang van zaken een steeds groter verschil laat zien ten aanzien van de kiezers met een hogere en met een lagere opleiding. Dat is het best te zien als we naar de stemmers kijken van de 5 partijen uit de Kunduz-coalitie. Van de mensen met een universitaire of HBO-opleiding stemt ruim tweederde op één van die 5 partijen. Van de mensen met een  opleiding van Mavo of lager stemt nog geen eenderde op één van die 5 partijen.

Tegelijkertijd laat de peiling van deze week nog iets anders zien. CDA, PvdA en VVD staan inmiddels alle drie duidelijk op verlies. Ze zijn een kwart tot een derde van hun kiezers van 2010 kwijtgeraakt. Samen staan ze nog maar op circa 60 zetels, ruim 20 minder dan in 2010. En dat voor drie partijen die vóór 2002 doorgaans tussen 110 en 130 zetels scoorden.

Nu ook de VVD electoraal in zwaar weer is gekomen, zie je het proces dat ook de afgelopen tijd bij verkiezingen in andere Europese landen te zien was: een afrekening met degenen die het recentst de eindverantwoordelijkheid droegen. Spanje, Frankrijk en Griekenland zijn daarvan duidelijke voorbeelden.  

Als je de politici van de 5 partners van het Lente-akkoord hoort dan lijken ze niet te begrijpen, laat staan te voorzien, wat er bij veel kiezers speelt. Zij slaan zich op hun borst dat ze ‘hun verantwoordelijkheid nemen’ en gaan ervan uit dat ze daar door de kiezers voor worden beloond. Door sommige media en commentatoren lijken ze daarin te worden gesteund. 

Maar dan hebben ze toch weinig begrepen van wat zich over heel Europa onder kiezers aan het afspelen is. Veel kiezers vinden de ‘zittende’ politici verantwoordelijk voor de schuldencrisis, de economische situatie en de noodzaak tot grote bezuinigingen. In Nederland zaten CDA, VVD en PvdA de afgelopen 23 jaar ieder ongeveer tweederde van de tijd in de regering. VVD en CDA nu en de PvdA het laatst tussen 2007 en 2010.

In dat kader klinkt het ‘verantwoordelijkheid nemen’ voor veel kiezers nogal wrang. Want men neemt die wel voor de maatregelen naar de toekomst toe, maar men neemt die niet voor de besluiten uit het verleden en het nalaten van het uitvoeren van hervormingen toen het economisch veel makkelijker kon. Want in de afgelopen 20 jaar waren er veel betere momenten om te starten met hervormingen op het terrein van de hypotheekrenteaftrek, flexibilisering van de arbeidsmarkt, pensioen, gezondheidszorg dan op dit moment.

Het lijkt erop dat het Amerikaanse gezegde in de politiek in Europa niet opgaat. Meer en meer ziet het ernaar uit dat het gezegde hier luidt ‘If you’re part of the problem, you’re not a part of the solution’

Daardoor wordt de kans groter dat we op 12 september in Nederland een uitslag krijgen waarmee het vormen van een regering, laat staan een stabiele regering, vrijwel onmogelijk is. We belanden dan in een vergelijkbare situatie als in Griekenland na de recente verkiezingen.

Daarmee krijgen we de rekening gepresenteerd voor een andere belangrijke hervorming die politici in heel Europa hebben nagelaten en zeker ook die in Nederland: een ingrijpende hervorming van het parlementair democratisch stelsel. Een nieuw stelsel waarbij het creëren van draagvlak en het verkrijgen van steun voor ingrijpende maatregelen centraal had moeten staan. Zodat kiezers een directe medeverantwoordelijkheid hadden gekregen voor belangrijke besluitvorming, ook (of zeker) in het kader van het Europese project. Nu kunnen we die verantwoordelijkheid voor wat fout is gegaan volledig bij de politici leggen en wordt dat ook Europa-breed gedaan bij  elke verkiezingen weer. 

Net zoals andere hervormingen blijkbaar alleen onder zware druk van externe omstandigheden tot stand komen zal dat uiteindelijk ook gaan gebeuren met de politieke hervormingen. Maar dat zal dan niet goedschiks gaan. Want: ‘als je deel van het probleem bent, dan ben je geen deel van de oplossing’.

Volg Maurice ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (61)