664
20

Hoogleraar Openbare Financiën

Professor Harrie Verbon is econoom en momenteel werkzaam als hoogleraar Openbare Financiën en Sociale Zekerheid aan de Universiteit van Tilburg. Zijn onderzoek behelst onder meer de volgende terreinen: de macroeconomische effecten van vergrijzing, migratie, herverdeling en economische groei, overdrachten tussen generaties (inclusief pensioenen) en verhandelbare emissierechten. Professor Verbon is daarnaast lid van het bestuur van het Rathenau Instituut. Hij was eind jaren '90 lid van de programmacommissie van het CDA, maar heeft inmiddels het lidmaatschap van die partij opgezegd.

Als Zalm blijft, kan dan die Scheltema niet weg?

Laten we het over de betrouwbaarheid van Zalm hebben. Kan Michiel Scheltema, die het functioneren van Zalm bij DSB onderzocht, daar wel goed over oordelen?

Het lijkt inmiddels in kannen en kruiken dat Zalm bij de ABN AMRO bank mag blijven. De Nederlandsche Bank (DNB) vindt dat en Scheltema vindt dat, en de minister van financiën vindt dat ook. Alleen de Autoriteit Financiële Markten (AFM) had, als mede-toezichthouder op de banken, DNB de ‘aanbeveling’ gedaan Zalm te laten ontslaan. Maar na een goed gesprek met de minister van financiën vindt de AFM nu ook dat Zalm mag blijven. Zalm zelf vindt dat overigens ook in hoge mate.

Maar wacht even, ik ben er ook nog. Toevallig ben ik als belastingbetaler mede-eigenaar van die bank en mijn mening telt dus mee. De brief van Scheltema aan de MvF, gedateerd 26 februari 2010, heb ik daarom ook zeer serieus gelezen. Deze brief heeft mij zeer verbaasd. Er is onderzoek gedaan door AFM en DNB naar het functioneren van Zalm als bestuurslid van de DSB-bank en Scheltema heeft die onderzoeken ‘marginaal getoetst’. De aanleiding voor het onderzoek was dat door publicaties in de media de indruk was gewekt dat Zalm het wanbeleid van Scheringa heeft verdedigd, zowel intern als extern. Voorts dat hij vrijwel geen poging heeft gedaan het beleid van de DSB-bank in een goede, namelijk meer klantvriendelijke richting om te buigen. 
Het onderzoek zou dus moeten gaan, dacht ik, over de integriteit van Zalm als bestuurder bij de DSB-bank. In meer wettelijke termen moet zo’n onderzoek gaan over de ‘deskundigheid’ en de ‘betrouwbaarheid’ van de betrokkene. Ook goed, alleen ben ik niet zo benieuwd naar de deskundigheid van Zalm. Ook een deskundige bankier kan in zijn gedrag van weinig integriteit getuigen. Laten we het dus vooral over de betrouwbaarheid van Zalm hebben. Maar wat blijkt? Scheltema wijdt letterlijk één zin aan de betrouwbaarheid van Zalm. Die zin is door Scheltema opgevist uit het DNB-rapport over Zalm en hij kan alleen maar voluit geciteerd worden om de nietszeggendheid er van te tonen: “op het punt van betrouwbaarheid wordt gesteld dat er geen sprake is van antecedenten die de persoonlijke integriteit van de heer Zalm raken”. Geen bewijs en geen hint van een redenering die tot deze conclusie heeft geleid. 
Verder gaat kennelijk het hele onderzoek van zowel de AFM als DNB over de deskundigheid van Zalm. Volgens DNB heeft Zalm duidelijk goede dingen gedaan. De kosten werden, bijvoorbeeld, verlaagd. De solvabiliteit werd verbeterd. Heel goed, maar deze punten raken niet aan het vraagstuk van de integriteit, namelijk of Zalm ervoor gezorgd heeft dat de klanten op een eerlijke manier werden benaderd en behandeld. Daarover oordeelt DNB en ik citeer maar weer Scheltema letterlijk (blz. 13): “Volgens het oordeel is een gezond verdienmodel uitgebleven, is onvoldoende tegenwicht geboden tegen de beide andere leden van de raad van bestuur, en is aan de gedragsrelevante problematiek — overkreditering, goede advisering, hoge provisies — nog onvoldoende gedaan.” Op dezelfde bladzijde 13 van de brief staan de belangrijkste bezwaren van AFM tegen Zalm. Dat zijn exact dezelfde bezwaren als DNB, alleen in wat fellere bewoordingen weergegeven. Waarom vindt Scheltema dan toch de conclusie van DNB dat Zalm gehandhaafd kan blijven overtuigender dan de aanbeveling van AFM dat Zalm moet worden ontslagen? Hij noemt zeven redenen en ik neem daarvan de zesde om de logica van Scheltema te illustreren. Volgens Scheltema heeft AFM onvoldoende in het oordeel mee laten wegen wat Zalm na (en ook voor) zijn tijd bij de DSB-bank heeft gepresteerd. 
Ik heb eerder Zalm vergeleken met iemand die als ‘een burgemeester in oorlogstijd’ opereerde. Het beleid van de DSB-bank was wel immoreel, maar zonder Zalm was het nog erger geweest. Scheltema zegt nu impliciet dat Zalm misschien wel als een burgemeester in oorlogstijd opereerde, maar dat hij voor en na de oorlog zo’n goede burgemeester was gebleken dat zijn fouten tijdens de oorlog hem niet zo zwaar aangerekend moeten worden. Scheltema vliegt hier, kennelijk met DNB, heel erg uit de bocht, omdat hij het morele aspect van het handelen van Zalm volledig buiten haken heeft gezet en daarom zijn handelen in ‘normale’ tijden (voor en na de DSB-tijd) op één lijn kan stellen met zijn handelen als DSB-bestuurder. 
Dit doet trouwens het ergste vrezen over de oordelen die Scheltema als voorzitter van zijn commissie straks gaat vellen over de gehele DSB-affaire. Nu Zalm kennelijk mag blijven zitten, zou mijn aanbeveling aan het parlement zijn om Scheltema te ontslaan en te vervangen door iemand die wel in staat is een oordeel te vellen over moreel of immoreel handelen. 

Geef een reactie

Laatste reacties (20)