369
6

Oorlogsverslaggever De Pers

Arnold Karskens kreeg de afgelopen vijfentwintig jaar bekendheid als een van Nederlands beste en volhardendste oorlogsverslaggevers. Hij werkte voor Nederlandse en Vlaamse radio- en tv-zenders en is nu oorlogsverslaggever voor dagblad De Pers.
Karskens is auteur van onder andere: Pleisters op de ogen, over de geschiedenis van de Nederlandse oorlogsverslaggeving van Heiligerlee tot Kosovo. In oktober 2009 verscheen ‘Rebellen met een Reden’, verhalen over idealistische Nederlanders in de oorlog.
http://www.arnoldkarskens.com/

‘Als ze maar een checkpoint overleven’

De afgelopen drie maanden stierven in Kunduz zeker tachtig politieagenten. Ze vormen een 'prime target' voor de opstandelingen. Wat ook iets zegt over de gevaren voor politieopleiders

De afgelopen drie maanden stierven in Kunduz zeker tachtig politieagenten. Ze vormen een ‘prime target’ voor de opstandelingen. Wat ook iets zegt over de gevaren voor politieopleiders. Het zit de boomlange Sven Mewes, hoofd van het Duitse Politie Trainingscentrum in Kunduz, niet mee. “Vandaag om half tien zouden 120 rekruten zich moeten melden, maar er is er nog niet één.”

Pas op de derde dag marcheren de Afghanen met onregelmatig zwaaiende armen naar de appèlplaats. Het spektakel, sommigen dragen zelfs slippers, doet denken aan een scène uit de BBC-serie Dad’s Army (Daar komen de schutters). Maar de gezichten verstrakken als de Afghaanse vlag wordt gehesen en een toespraak volgt van de chef-opleider: “Het is erg moeilijk om tegen de terroristen te vechten en daarom is een goede training nodig. Als u niet goed oplet of gemotiveerd bent, is het erg moeilijk te overleven.”

Dat doet de 19-jarige Ahmad Khan met puberpukkels op zijn wangen even slikken. Hij komt uit de naburige Takhar en is net aangekomen. “Ik wil mijn land dienen”, zegt hij plichtmatig. “En natuurlijk mijn familie onderhouden.” Het maandinkomen van 260 dollar, inclusief eetgeld, trok hem uiteindelijk over de streep. Want Ahmad Khan heeft allerminst voor een veilig beroep gekozen. “De afgelopen drie maanden zijn tachtig politieagenten in Kunduz om het leven gekomen”, zegt Mewes in een van de gebouwen van het moderne centrum met lichtgeel geschilderde puien, pal naast het grote ISAF-kamp.

“De islamistische taliban zijn verantwoordelijk voor 95 procent van de aanvallen op de politie. Het rondrijden in ongepantserde voertuigen is een belangrijke reden voor het hoge sterftecijfer.” Zijn Duitse Politie Project Team valt onder het Duitse ministerie van Binnenlandse Zaken. Daaraan werken tien Duitsers en enkele Afghanen mee, wat ruwweg een trainer op tien rekruten inhoudt. ‘Zes weken is te kort voor een gedegen opleiding. Tot 80 procent van de rekruten is analfabeet’, erkent Mewes. “Daarom concentreren we op drie kernpunten: teamgeest, discipline en wapenkunde.” De lat ligt op een praktische hoogte: “We stellen als doel: als ze maar een checkpoint kunnen overleven.”
Volgens het voornemen van het kabinet-Rutte zullen Nederlandse trainers dit voorjaar de Duitsers ondersteunen. Oberrat Sven Mewes, pistool op de heup, heeft uit gesprekken vernomen dat dit met name buiten de poort zal gebeuren. De Nederlanders zullen het werk gaan “intensiveren”, zoals hij dat noemt. Mewes diende zelf jarenlang bij de Duitse antiterroristeneenheid GSG6. Hij blijft binnen de poort. Over de gevaren oordeelt hij nuchter. “Het is hier gevaarlijker dan Nederland of Duitsland. Maar ik zie geen problemen als ze door beveiligers worden beschermd, als een schild om de trainers.”

Dat zouden dan de 270 militairen moeten zijn die volgens de kabinetsplannen worden meegestuurd. Voor kolonel Abdul Rahman Aghtash, de tweede man van de politie van Kunduz, voldoet de politie-opleiding nu niet. Volgens hem wordt de manschappen niet geleerd hoe ze zich moeten verdedigen tegen zelfmoordenaars. Ook wil hij zware wapens voor zijn agenten. “We willen leren chauffeuren met gepantserde voertuigen en we willen leren omgaan met mortieren”, zegt Aghtash op zijn kantoor in Kunduz-Stad.

Over het precieze aantal agenten in de provincie Kunduz doet hij geen uitspraken, maar hij zou blij zijn met nog zeker duizend agenten erbij. De Nederlanders ziet hij dus graag komen, zeker als ze ook nog eens een mooie uitrusting meenemen. “In sommige streken is er één agent op 4000 inwoners.” Mewes is tegen het lesgeven in het gebruik van zware wapens. “We moeten de politie civieler maken. Leren dat ze voor de bevolking is.” Maar daar denkt de politie zelf dus anders over.

Dit artikel is eerder verschenen op het weblog van Arnold Karskens

Geef een reactie

Laatste reacties (6)