516
12

Promovendus rechtsgeleerdheid

Khaibar Sarghandoy studeerde af in de rechtswetenschap en is nu bezig met een proefschrift over de vrijheid van meningsuiting aan de Erasmus School of Law.

Amerikaanse verkiezingen, een feest der democratie?

Wat de Amerikaanse democratie zo levendig en de moeite van het volgen waard maken zijn de serieuze besprekingen bij zenders als DemocracyNow!

De Amerikaanse presidentsverkiezingen zijn altijd goed voor een overweldigend mediaspektakel. De media doen uitgebreid verslag van de partijbijeenkomsten, toespraken en verkiezingsdebatten.

De presidentskandidaten worden van dag tot dag gevolgd in hun verkiezingscampagne en hun strategieën worden tot in de kleinste details becommentarieerd en toegelicht. Om het voor de gemiddelde Amerikaan allemaal een beetje overzichtelijk te houden zijn er maar twee kandidaten die op alle media-aandacht kunnen rekenen, en, mede als gevolg daarvan, een serieuze kans maken om de volgende president van de VS te worden.

Er kunnen verschillende verklaringen worden gegeven voor het uitsluiten van de kleinere partijen die aan de verkiezingen meedoen. Om te beginnen hebben de twee grootste partijen het meeste geld en de meeste politieke invloed. Na de uitspraak van het Hooggerechtshof in de zaak Citizens United v. Federal Election Commission in januari 2010 is er een einde gekomen aan de restricties die tot dat moment golden aan de mate waarin de private sector politieke invloed mag kopen door geld te steken in met name de campagnes voor de presidentsverkiezingen. Snel na deze uitspraak werd bekendgemaakt dat bij de komende verkiezingen de grens van een miljard dollar aan opgehaald campagnegeld door een kandidaat zal worden overschreden.

Tot zover niets nieuws onder de zon. Het is algemeen bekend dat de Amerikaanse politiek wordt gerund en beïnvloed door grootkapitaal. Volgens de Amerikaanse politiek econoom Thomas Ferguson – bekend van zijn investment theory of politics – zijn de presidentsverkiezingen gelegenheden waarop een groep investeerders bij elkaar komt om te bepalen wat voor beleid er de komende vier jaar zal worden gevoerd. Ferguson heeft verschillende presidentsverkiezingen onderzocht en is tot de conclusie gekomen dat de winnaar van de verkiezingen meestal degene is die het meeste geld heeft opgehaald. Bovendien kan vrij nauwkeurig worden voorspeld wat voor beleid hij de komende vier jaar zal voeren door te kijken naar wie precies hebben bijgedragen aan zijn campagne.
Zo kan een grote bijdrage van de financiële sector erop wijzen dat de kandidaat – als hij verkozen wordt – in zijn beleid rekening zal houden met de voorkeuren en belangen van die sector. De verwijzing is natuurlijk naar Obama die de financiële sector niet alleen een hand boven het hoofd heeft gehouden, maar veel mensen uit die sector op de sleutelposities van zijn regering heeft benoemd. Volgens kenners zouden diezelfde mensen strafrechtelijk vervolgd moeten worden voor hun aandeel in de financiële malaise van 2008.

Een positieve ontwikkeling is wel dat de ontevredenheid over het politieke establishment en deze gang van zaken steeds meer toeneemt. Bovendien zijn de gewone mensen zich steeds meer bewust van het bestaan van andere alternatieven. Een van de belangrijkste verdiensten van de Occupy-beweging is dat issues als ongelijkheid, armoede en de graaicultuur in de private sector en het bankwezen deel zijn gaan uitmaken van de debatten en discussies in de massamedia.

Deze ontevredenheid is de campagnestrategen van Obama en Romney kennelijk niet ontgaan. Dat blijkt uit het feit dat beide partijen allerlei maatregelen hebben genomen om hun invloed – en daarmee die van hun geldschieters – nog sterker te laten doordrukken in de verkiezingsdebatten. Onlangs werd door de alternatieve nieuwszender DemocracyNow! bekendgemaakt dat campagnemedewerkers van beide partijen betrokken zijn geweest bij geheime onderhandelingen en een contract over de wijze waarop de presidentsdebatten worden vormgegeven. Op deze manier kunnen de twee grootste partijen onderling bepalen wie aan de debatten mogen deelnemen en welke onderwerpen tijdens deze debatten worden behandeld. Dit heeft geleid tot veel verontwaardiging bij veel burgers en organisaties in de VS die zich sterk maken voor de verbetering van de Amerikaanse democratie. Verschillende burgerorganisaties hebben het privébedrijf dat de debatten organiseert onder druk gezet om de details van het contract openbaar te maken.

Het eerste resultaat van deze geheime afspraken was overigens een paar dagen geleden te zien toen Obama en Romney voor het eerst in deze campagne met elkaar in debat gingen. Alle serieuze issues werden zorgvuldig vermeden of in lege en nietszeggende termen gehuld. Beide kandidaten hadden het steeds over de grootsheid van Amerika en de willekeurige Amerikaan (meestal bij voornaam genoemd) die ze tijdens hun campagne hadden ontmoet en wat hij/zij allemaal te melden had. Geen concrete voorstellen en doelstellingen, geen visie, maar wel veel oneliners en lege formules, allemaal geheel volgens het script dat van tevoren uitgebreid is besproken en uitonderhandeld.

De bovengenoemde nieuwszender – DemocracyNow! – had een interessante en inspirerende manier gevonden om deze gang van zaken aan de kaak te stellen. Waar de twee grootste partijen het debat vernauwen en de hen onwelgevallige standpunten en ideeën proberen uit te sluiten, had de presentatrice van DemocracyNow! Amy Goodman twee andere presidentskandidaten waar de meerderheid van de Amerikaanse bevolking nog nooit van had gehoord uitgenodigd om te reageren op het debat tussen Obama en Romney en hun eigen alternatieven en ideeën naar voren te brengen. Na elk segment waarin Obama en Romney aan het woord waren geweest, werd de opname stilgezet en kregen de kandidaten van twee kleine partijen – Jill Stein, presidentskandidaat voor de Green Party en Rocky Anderson, presidentskandidaat voor de Justice Party – de kans om erop te reageren en hun eigen ideeën naar voren te brengen.

Het zal de uitkomst van de verkiezingen waarschijnlijk niet beïnvloeden, het wordt toch Obama of Romney, maar het is een teken van hoop dat er alternatieve mediaorganisaties zijn die een ander geluid laten horen en de vergaande machtsmisbruik van de twee grootste partijen aan de kaak stellen.

Wat de Amerikaanse democratie zo levendig en de moeite van het volgen waard maken zijn dan ook niet de verkiezingen en de wijze waarop erover wordt berichtgegeven door de mainstream media, maar de serieuze besprekingen van issues bij alternatieve zenders als DemocracyNow! die het debat letterlijk verruimen én verdiepen, en zo een enorme dienst bewijzen aan de democratie in hun land.

Geef een reactie

Laatste reacties (12)