Laatste update 20:13
3.272
23

Kunstenaar

TINKEBELL is kunstenaar. In 2005 studeerde zij af aan de afdeling design van het Sandberg Instituut te Amsterdam. In 2004 verkreeg ze landelijke bekendheid met een handtas die zij gefabriceerd had van het bont van haar eigen kat. Begin 2008 deed ze opnieuw van zich spreken met de tentoonstelling Save the pets, waarbij ze in galerie Masters in Amsterdam, 95 hamsters tegelijk liet rondlopen in zogenaamde hamsterballen. Zij wilde hiermee laten zien hoe mensen omgaan met hun huisdieren. Haar werk leverde meermalen een storm aan publiciteit en kritiek op, inclusief haatmail en doodsbedreigingen. Een deel van deze haatmail en doodsbedreigingen werden gepubliceerd in het boek Dearest TINKEBELL uit 2009. Ook publiceerde zij het boek 'De Duitsers zijn uitgeschakeld'. In 2018 publiceerde ze een boek over haar ervaringen in het Japanse kernrampgebied: Het gevaar van angst – hypochonderen in Fukushima.

Angst in tijden van corona en de kernramp bij Fukushima

2000 mensen stierven na de ramp, niet door de gevreesde straling maar ten gevolge van stress en angst

Het lijken twee totaal andere situaties, maar wanneer je kijkt naar de overeenkomsten in de primaire reactie van mensen en hoe het gevoelsmatig het beste lijkt om jezelf en een hele omgeving zo veel mogelijk te beschermen tegen elk risico blijkt er ook heel veel hetzelfde. Dus in deze video, een klein stukje geschiedenis en: wat kunnen we leren van de kernramp in Fukushima in de context van het coronavirus?

Vandaag is het 9 jaar geleden dat in Japan de kernramp in Fukushima Daiichi plaatsvond. 160.000 mensen evacueerden vanuit een gebied ongeveer zo groot als België. Niemand werd ziek. En niemand overleed door straling. Wèl stierven er ruim 2000 mensen ten gevolge van stress door de evacuatie en angst voor straling.

cc-foto: Gill Tudor / IAEA

Sinds 2015 onderzoek ik de sociologische impact op de bevolking in het getroffen gebied, met name in het dorp Tomioka. Om de gebeurtenis vandaag nog eens extra invoelbaar te maken, hierboven mijn uitleg over de overeenkomsten met de uitbraak van het coronavirus en hieronder de door mij opgetekende verslagen van vier vrouwen uit Tomioka.

Miss Sanpei Yoko, 81 jaar oud.
“Samen met mijn twee zonen, hun vrouwen en drie kleinkinderen woonde ik in een huis op de bergwand, op 500 meter afstand van de zee. Ik kon het water zien.

Normaal gesproken ben ik veel op pad voor allerlei activiteiten of ik verbouw het land. Maar die dag was ik alleen thuis. Ik was ziek en ik lag in bed. Mijn kinderen werkten en de kleinkinderen zaten op school
Alles viel. De ramen klapten en alle spullen vlogen door het huis. Omdat het huis nieuw was, bleven de muren staan maar toen ik naar buiten keek waren de dagen van de dertig huizen die ik normaal kon zien verdwenen in een zwarte zee. Het sneeuwde en in de verte zag ik dat er witte rook uit de kerncentrale de lucht in werd geblazen.

Er kwam een officieel bericht: ik hoefde me geen zorgen te maken. Alles was veilig. Maar toen de kleinkinderen thuis kwamen roken we gas. We volgden de geur door het gruis van de weggevaagde huizen en vonden lekkende gastanks. De brandweer kwam. Ze dichtten de gastanks.

Toen kwam het bericht dat we toch moesten evacueren. Ondanks dat een van mijn zoons nog niet thuis was vertrokken we toch Maar de school waar we moesten slapen was te ver weg dus sliepen we buiten in de auto. Er was nergens water en geen electriciteit dus reden we de volgende dag terug naar huis om een kamping gasstel op te halen. Precies op dat moment ontplofte de reactor. We moesten de regio zo snel mogelijk verlaten, naar Kawauchi.

Kawauchi is normaal gesproken 30 minuten rijden vanaf ons huis. Die dag deden we 5 uur over de rit. Onderweg stopten we bij winkels maar nergens was nog iets te eten. Toen we eindelijk in Kawauchi kwamen bleek er capaciteit voor 3000 mensen. Maar we waren met 16000. We belandden in een gymlokaal van de school waar we op de harde vloer probeerden te slapen.

Gelukkig konden we daarna naar mijn dochter in Sukagara. Dat ligt nog net in de provincie Fukushima, tussen Koriyama en Tokyo in. In de eerste 2 maanden lukte het me niet om uit bed te komen. Ik was zo moe. Mentaal was ik gebroken. Ik kon zelfs niet lopen. Toen we daar al 4 maanden logeerden kreeg ik een bericht van de overheid dat ik een tijdelijke woning kreeg. In het opvangkamp waren 400 mensen uit Tomioka geplaatst, maar ik kende bijna niemand. daarom sloot ik me aan bij een dansgroep voor ouderen en nam ik plaats in een buurtcommissie. Hierdoor raakte ik langzaam gewend aan de nieuwe omgeving en de 400 bewoners.

Maar toen bouwde de overheid nieuwe huizen waar iedereen naartoe verhuisde en viel de groep uit elkaar. Ook ik kreeg een nieuw appartement. Een eenkamerwoning op de vijfde etage van een groot gebouw. Daar moest ik erg aan wennen. In Tomioka had ik een eigen huis en werkte ik op het land. Het liefst wilde ik terug maar dat kon niet. Daarom ging ik zo veel mogelijk naar buiten om de mensen te zien die ik in de tijdelijke opvang had ontmoet.

Dit jaar is heeft de goeverneur aangekondigd dat mensen terug kunnen gaan naar Tomioka. Ik wil dat heel erg graag, maar ik heb veel zorgen. Slechts de helft van de regio is opgebouwd en waar ik woonde stonden de huizen van 10 families bij elkaar. Echter, niemand anders wil terug. Als ik de enige bewoner ben dan durf ik niet. Ik zou eenzaam zijn en ik heb geen rijbewijs dus ik zou totaal geisoleerd leven. Er zijn wilde zwijnen die inbreken in de huizen. Maar ik ben niet bang voor de straling want ik ben toch al oud dus ik leef niet meer lang.

Ook mijn kinderen willen niet terug omdat mijn kleinkinderen ondertussen ergens anders op de middelbare school zitten. Ik moet het dus echt alleen doen.

De lokale festivals waar ik zo veel van hou zijn onlangs weer opgestart in Tomioka. Ik zou er zo graag naartoe gaan, maar het is twee uur rijden vanaf de plaats waar ik nu woon. Het maakt me verdrietig want ik mis mijn huis en ik wil graag terug. Ik voel me in de steek gelaten.

Er zijn veel mensen zoals ik. Maar ook voor hen is de situatie in Tomioka te moeilijk om er weer te gaan wonen. Er zijn veel nieuwbouwhuizen gebouwd in het centrum, dat zou een perfecte oplossing voor me zijn, maar daar mogen alleen gezinnen wonen en ik ben maar alleen. Voor oudere mensen is er een appartementencomplex, maar dan woon ik weer met andere mensen en dan durf ik mijn voordeur niet open te laten staan terwijl ook dat gevaarlijk is, want als er dan iets met me gebeurt dan kan de dokter niet naar binnen. Ik ben bang om met mensen te wonen. Behalve met vrienden, dat zou ik wel willen: met vrienden in een normaal huis wonen. Maar niemand gaat mee.

Heel soms ga ik terug. Tijdens speciale dagen om mijn voorouders te eren bij hun graven.

Tijdens de ramp, toen we moesten evacueren ontstond al snel rivaliteit omdat er te weinig opvangcapaciteit was. Dat mag nooit meer. De overheid moet een beter systeem bedenken voor als het weer mis gaat.

En als er iets mis gaat, dan mag het nooit meer een kernramp zijn. Want zelfs als een stad na jaren wordt herbouwd: het wordt nooit meer hetzelfde. Dat is heel erg. Daarom moeten alle kerncentrales dicht.

Wist u dat er in Tomioka slechts 24 mensen zijn overleden door de tsunami? Niemand door de straling van de kernramp. Maar in de jaren erna gingen 380 van de 16000 inwoners dood door stress.”

Miss Matsumoto Chiharu, 68 jaar oud.
“Het regende. Samen met mijn man en zoon woonde ik in Tomioka. We woonden fijn en we verbouwden aardappelen in onze tuin. Mijn man was ambtenaar en mijn zoon werkte als bejaardenverzorger. Zelf werkte ik voor een bedrijf wat onderdelen voor de kerncentrale verkocht en toen het gebeurde zat ik alleen met een vrouwelijke collega op kantoor. De aardbeving was heviger dan alle andere aardbevingen, dus we renden naar buiten. Alles schudde, zelfs de auto’s op de parkeerplaats. Het duurde lang en het water steeg tot de straten onder liepen. Het riool stroomde over.

’s Avonds overlegden we met de familie en besloten we naar mijn dochter in Tokyo te reizen. Het was echter zo druk op de wegen dat we tot de volgende dag, zaterdag, moesten wachten. De electriciteit was uitgevallen en er was ook geen water. Toen we wilden vertrekken werden zowel mijn man als mijn zoon opgeroepen. Als ambtenaar moet je beschikbaar zijn en oude mensen hadden extra hulp nodig. Allebei bleven ze drie dagen weg, zonder dat ik iets hoorde. Ik zat alleen in het huis zonder voorzieningen en ik was doodongerust. Ik ging naar mijn buren en samen kookten we water. Die zondag hoorden we dat we moesten evacueren naar Kawauchi. Ik vertrok zonder mijn man en zoon en omdat er ruimte in mijn auto was reden vier buren met me mee. Normaal gesproken is het twintig minuten rijden, maar die dag deden we er vier uur over. Er was een enorme lange rij met auto’s en we stonden helemaal achteraan.

Toen ik het raampje van mijn auto opende voor wat frisse lucht kwam er meteen een politieagent die zei dat we de ramen dicht moesten houden. Dat was het moment dat ik me realiseerde dat er iets mis was bij de kerncentrale. Ik zag dat alle agenten beschermende pakken en maskers droegen. Er moest straling zijn gelekt. Maar niemand vertelde ons iets.

Toen we in Kawauchi kwamen waren de opvangplaatsen vol. Een van de buren die in mijn auto zat had nog een oud huis in Miyakosi, een dorp iets verderop. Daar gingen we heen. Haar ouders woonden daar en toen we aankwamen maakten ze rijstballen voor ons. In het dorp werden boodschappen omgeroepen door luidsprekers. Er werd omgeroepen dat iedereen moest evacueren. Nog steeds zei niemand iets over radioactieve straling, maar ik wist dat dat het moest zijn.

We reden naar Tamura Highschool in Miharu waar we met heel veel mensen samen werden opgevangen. Ook mijn man en zoon kwamen daar naartoe. Ik was heel erg blij ze weer te zien. We sliepen op de harde vloer en we maakten gebruik van een vies toilet wat slechts bestond uit een gat in de grond. Veel mensen klaagden en er werd een iets betere toiletvoorziening geregeld. Voor mij was dat voldoende, maar voor veel mensen was de situatie zeer problematisch.

In een grote schoolkeuken werd eten gemaakt. Rijstballen en groenten. We bleven tien dagen.
Toen reisden we door naar een andere opvanglokatie. ‘Sawaishi Kaikan’ Een gebouw waar honderd mensen verbleven. Daar sliepen we op tatami van handgevlochten gras. De man die deze matten maakte had ze gedoneerd zodat we niet op de harde vloer hoefden te liggen.

Maar iedereen lag bij elkaar. ’s Nachts hoorde je de mensen snurken.

Gelukkig hadden we genoeg te eten doordat boeren uit de omgeving groenten brachten die de vrouwen kookten in de openbare keuken.

We bleven hier iets korter dan een maand. Rond die tijd kregen de meeste mensen tijdelijke huizen aangeboden dus ging de opvang dicht. Maar wij kregen dit niet omdat mijn man ambtenaar is. Als ambtenaar dien je de bevolking en dus moet je voor jezelf zorgen.

We vonden snel een appartement in Koriyama en hoefden gelukkig slechts één nacht te overbruggen waarin we in een andere gymzaal sliepen.

De eerste twee jaar woonde onze zoon bij ons in het appartement in Koriyama. Daarna moest hij naar Iwaki verhuizen omdat de meeste oude mensen daarheen waren geevacueerd.
soms kwamen mijn kleinkinderen op bezoek. Maar niet vaak want het appartement in Koriyama was te klein om mensen te ontvangen. ik wilde heel erg graag weer een groter huis dichter bij ons oude huis in Tomioka. Terug verhuizen gaat niet omdat ons huis in de no return zone ligt. Gelukkig vonden we wel een wat groter huis in Koriyama.

Mijn man gaat af en toe kijken in ons oude huis. Er is geen grote schade maar of ik als dat ooit kan, nog terug zou willen, dat weet ik niet. Wanneer ik in Tomioka ben ga ik vaak even naar Tomioka Salon. dat is een winkel waar je gereedschap en chemicalien kan kopen. Ik haal daar dan materialen om mensen te kunnen helpen met het herstellen van hun huis.

Ondertussen ben ik gesetteld in ons nieuwe huis in Koriyama maar het maakt me verdrietig om geen inwoner meer van Tomioka te zijn. Soms twijfel ik of we niet toch zouden moeten verhuizen. Maar mijn man is nu gepensioneerd en we hebben afstand gedaan van ons land. Dat staat nu vol met zwarte zakken vol radioactief afval. Het doet pijn om dat te zien.

Jaren voor de ramp hoorde ik op mijn werk een keer een gesprek tussen Tepco medewerkers. Ze vroegen zich hardop af hoe het mogelijk was dat er mensen waren die zo dicht bij de kerncentrale wilde wonen.
Ik maak me ook zorgen over het vervuilde water bij de reactor. Ik ben gaan kijken en ze bouwen daar nu een ondergrondse opslag voor de vervuilde grond uit de omgeving. Ze zeggen dat die opslag voor de komende driehonderd jaar veilig is, maar eerlijk gezegd betwijfel ik dat.

Toen we moesten evacueren wist niemand wat er aan de hand was, behalve het Tepco personeel. Zij kregen direct bescherming terwijl de gewone mensen moesten raden wat er aan de hand was. Zelfs later werden we niet op de hoogte gebracht van de gevaren.”

Miss Sakamato Takako, 77 jaar oud.
We woonden in een groot huis met twee verdiepingen: mijn man, mijn zoon, zijn vrouw, hun twee kinderen (een jongen en een meisje) en ik. Mijn zoon werkte voor Hatichi. dat is een bedrijf wat machine onderdelen maakt de kerncentrales. Hun kantoor zat in de tweede centrale (Fukushima Daini – niet ontploft tijdens de kernramp) Zijn vrouw werkte bij een vergelijkbaar bedrijf. Mijn kleinzoon zat in de eerste klas van de middelbare school en mijn kleindochter op de basisschool.

Negen maanden voor die dag moest ik geopereerd worden. Ik had baarmoederhals kanker. Na die operatie was ik maanden lang opgenomen in het ziekenhuis en kreeg ik medicatie. Op 10 maart 2011 mocht ik tijdelijk naar huis. Een dag voordat het gebeurde. Ik had geen haar en was 12 kilo afgevallen.

De aardbeving was zwaar en ik lag op bed. Mijn zoon en schoondochter waren aan het werk en mijn kleinkinderen naar school. Mijn kleinzoon was toevallig met zijn klas aan het sporten in de bergen. Dat deden ze ook wel eens aan zee, maar die dag gelukkig niet, anders hadden ze het niet overleefd.

Om 22:00 ‘savonds was iedereen thuis en we besloten om voor de zekerheid niet in het huis, maar in onze auto’s te slapen. De kans op meer aardbevingen was groot. De volgende dag, de 12e verlieten we Tomioka en reden we naar het evacuatiekamp in Kawauchi. Maar toen we daar aankwamen bleken alle plaatsen vol. Gelukkig konden we naar het huis van mijn ouders waar mijn broer woonde in Ono. Dat ligt tussen Tomioka en Koriama in. We bleven daar een week maar daarna vertrok mijn zoon met zijn gezin naar de provincie Nigata. Zijn werkgever had daar een kantoor waar ze aan het werk moesten. Mijn man en ik bleven in totaal 52 dagen in het huis tot het moment dat ik weer opgenomen moest worden in het ziekenhuis. Na onderzoeken bleek dat ik nog langer behandeld moest worden wat ons verplichtte ons om een woning in de buurt van het ziekenhuis in Koriyama te zoeken.

Door de medicijnen wilde ik niet meer eten. Pas na 18 maanden ging het beter en mocht ik naar huis.

Voor het eerst van mijn leven moest ik in een appartement wonen. In een hele kleine kamer. Ik voelde me daar zo ontheemd waardoor ik van de stress het huis niet meer verliet. 5 maanden lang bleef ik in die kleine kamer. Ik was mentaal instabiel en had hulp nodig. Die vond ik in Otagaisama, in een centrum voor geestelijke zorg.

Het centrum was een organisatie waar mensen werden aangespoord om voor elkaar te zorgen. Het is een soort cultureel huis met cursussen etcetera. En zo kwam het dat ik startte met het volgen van Hawaiaanse danslessen. Ik werd deel van een Hawaiaanse dansgroep.

Ook werd ik lid van een storytellinggroep Daar was ik eerst nogal onzeker over omdat ik dacht dat ik niets te vertellen had. Maar het was fijn en ook het dansen hielp me om me beter te voelen.
Nu dansen we jaarlijks bij de herdenking van de ramp in Tomioka op de straat en heb ik heel veel nieuwe mensen leren kennen. Onze dansgroep heeft 15 leden, de meesten uit Tomioka, maar sommigen ook uit Koriyama. Dat is fijn, want zo leer ik daar ook nieuwe mensen kennen.

Elk jaar is er een groot evenement in Kanagawa in Enoshima. Daar komen 1000 mensen bij elkaar om Hawaiaanse dansen te dansen. Het is geweldig om daar bij te zijn.

Door de aardbeving is het dak van ons huis in Tomioka ingestort. Wilde dieren kwamen binnen en daardoor moesten we het huis laten slopen. Het Dat proces duurde vier maanden. Vijf maanden geleden was het klaar en nu is er alleen nog maar een stukje grond over waar gras groeit. We hebben het weggegeven aan onze zoon. Hij kan later zelf beslissen wat hij er mee wil doen.

We kochten een nieuw huis in Koriyama. Daar wonen we nu. Af en toe gaan we terug naar Tomioka om de graven van onse voorouders te bezoeken.

Of om te dansen, want mijn dansgroep treedt vaak op tijdens evenementen.

Mijn zoon moest van zijn baas naar Tokyo verhuizen terwijl zijn gezin net was gesetteld in Iwaki. Daardoor wonen ze nu niet bij elkaar. Maar ik ben blij want ik ben gezond en mijn familie ook. Ondanks dat we uit elkaar zijn gehaald zien we elkaar nog een aantal keer per jaar. We realiseren ons dan dat we allemaal nog leven terwijl in andere families mensen zijn overleden.

Miss Kobayashi Rumiko, 73 jaar oud.
We woonden in Otsuka, mijn man en ik. Dat ligt dicht bij Tomioka waar mijn zus woonde. Vroeger woonde mijn zoon, zijn vrouw en hun kind bij ons. Ze werkten bij een golfbaan en ik paste vaak op mijn kleinkind. We hadden een stuk land waar we groenten verbouwden. In 2008 verhuisde mijn zoon met zijn gezin naar Shiba.

Ik heb vaak last van duizelingen dus toen de grote aardbeving plaatsvond dacht ik dat het niet echt was en alles in mijn hoofd gebeurde. Ik was op het land en er was niemand thuis.
Pas toen mijn man niet op tijd thuis kwam realiseerde ik me dat er iets mis was. Hij was de bergen ingerend om te vluchten voor de tsunami.

Ik besloot mijn zus te gaan halen in Tomioka. Er waren drie bruggen waar ik kon oversteken, maar twee daarvan waren ingestort. Gelukkig was de derde nog in tact waardoor ik mijn zus toch kon bereiken. door die kapotte brug bedacht ik dat de rivier het onmogelijk kon maken om mensen te bereiken. Op weg naar het huis van mijn zus zag ik in de winkelstraten van Tomioka dat veel ruiten kapot waren en mensen vluchtten de stad uit. Toen ik mijn zus had bereikt bleek dat de aardbeving bij haar minder schade had aangericht. Daarom besloot ik weer naar huis te rijden. ’s Avonds laat kwam mijn man gelukkig ook thuis.

We waren bang dat ons huis zou instorten dus we sliepen die nacht in de auto. Toen ik door de autoruit naar buiten keek zag ik heel veel hele mooie vallende sterren. Het was prachtig, maar toen ik dat tegen mijn man zei verklaarde hij me voor gek. Hij was ongerust. Ik niet.

We sliepen slecht door de naschokken, maar toen we de volgende dag wakker werden waren alle buren al weg.
We wilden weten wat er aan de hand was dus samen vertrokken we naar Tomioka op zoek naar informatie. We gingen naar het gemeentehuis, maar daar was niemand. We gingen naar de school waar niemand iets zei, behalve dat er bussen kwamen om ons naar Kawauchi te brengen.
We bleven een tijdje wachten. Tot het bericht kwam dat de bussen ons toch niet kwamen halen. Daarom vertrokken we toen met onze eigen auto, Mijn zus reed met ons mee.

Er was een hele lange file. Vijf uur duurde het. We sloten vanaf een zijweg aan in de rij met auto’s en gelukkig lieten mensen ons ertussen. Onderweg spraken we met andere mensen maar bijna niemand wist wat er aan de hand was. Ik had er, toen we uit Tomioka vertrokken, niet aan gedacht dat het mogelijk was dat we nooit meer naar huis zouden keren. Ik had niets meegenomen. Geen noodspullen. Niets.
We hadden wel eens emergency trainingen gehad, maar ook daar had nooit iemand iets gezegd over wat je moest doen tijdens de evacuatie van een hele stad.

Het was die uur in de middag toen ik voor het eerst hoorde waarom we allemaal weg moesten. Er was een kernreactor ontploft. Ik hoorde het bij toeval omdat naast ons in een auto een peuter zat met een portable radio. Een speelgoed ding met ontvangst. Zo kregen we onze informatie.

In Kawauchi aangekomen moesten we in de rij staan voor een maaltijd. Mijn man weigerde. Hij was te trots.
Maar ik was wel blij want iedereen deelde eten en spullen. Sommige mensen hadden ‘high survival skills’ en hadden de avond daarvoor al eten voorbereid. Het leek erop dat deze mensen meer vrienden en daardoor meer informatie hadden. Daardoor konden ze sneller denken en handelen. Ik heb, toen ik dit zag, enorm veel respect voor dit soort mensen gekregen. Ik ben er door gaan reflecteren op mijn eigen handelen en mijn onvermogen om goed voorbereid te zijn.

De mensen die wél goed voorbereid waren verlieten Kawauchi snel nadat ze alles wat ze hadden, hadden verdeeld. Ze lieten al hun spullen achter. Kennelijk wisten zij al lang dat we daar toch weg zouden moeten.

In een gezin ontstond ruzie. De vrouw wilde doorreizen, maar de man wilde in de opvang in Kawauchi blijven. Uiteindelijk vertrok de vrouw in haar eentje. Ze liet haar man, die totaal radeloos en mentaal gebroken was, achter met hun kinderen. We hebben met een aantal mensen voor hen gezorgd.

Een dag later, de 13e, hoorden we dat ook Kawauchi geevacueerd moest worden. De bussen zouden ons de volgende dag komen halen. De burgemeester sprak ons toe en zijn laatste woorden waren: “laten we hier over jaren terug komen”
Toen wisten we dat we niet meer terug zouden keren.

Sommige mensen huilden, iedereen was ongerust. Sommigen vertrokken heel snel. Zij hadden familie bij Tepco werken waardoor ze wisten hoe gevaarlijk het was. Dat vertelden ze aan niemand zodat ze zelf als eerste konden vertrekken. Ons in onwetendheid achterlatend.
Jaren later hoorde ik dat deze mensen daar zelf psychtische klachten aan hebben overgehouden. Schuldgevoel.

In totaal zijn we vier dagen in Kawauchi gebleven voordat we naar Koriyama vertrokken. Daar, in een gymzaal, werden we nagekeken op straling in ons lichaam. De mensen bij wie het te hoog was werden in quarantaine gezet.

Hier, in deze gymzaal, bleven we 105 dagen.
Veel mensen raakten gedeprimeerd. Een aantal, echter, bleef positief. Het viel me op dat dat de vrouwen waren. Die mannen, die hebben zelfs vandaag nog last van depressies. Terwijl vrouwen snel herstellen.

We hadden helemaal geen geld meegenomen, maar uit heel Japan werden hulpgoederen opgestuurd. De verdeling van opvang echter, dat ging via loting en ik verloor steeds. Daardoor zaten we zo lang in die gymzaal. Gelukkig kregen we uiteindelijk toch een voorlopige plek aangewezen tot we via nog een andere loting naar een echt appartement konden verhuizen.

Het liefst zou ik terug gaan naar mijn oude huis. Maar dat gaat niet. Alle spullen zijn vernietigd. Niets is nog hetzelfde en ik ben bang voor de straling. Ook mijn kinderen en kleinkinderen durven daar niet te komen. Er is geen gas, geen water en geen electriciteit. Wat vroeger was, bestaat niet meer.

Maar ik ben blij dat ik nu in Koriyama kan wonen. En ik ben zo trots op mijn kleindochter! Ze zit op een nieuwe school in een nieuwe stad, naar tijdens het sporten weigert ze iets anders te dragen dan haar oude sporttenue uit Tomioka.


Laatste publicatie van Tinkebell

  • Het gevaar van angst

    Hypochonderen in Fukushima

    2018


Geef een reactie

Laatste reacties (23)