Laatste update 20:01
2.384
24

Directeur Stichting Maruf

Dino Suhonic is directeur van Stichting Maruf, die zich inzet voor een betere positie van moslim LHBTQI's. Daarnaast is hij docent op een middelbare school , opiniemaker en redacteur voor Nieuwemoskee.nl. Dino is Bosniër, homo en moslim. Opinieartikelen van zijn hand verschenen eerder in onder meer NRC, de Volkskrant en op De Correspondent.

Anti-homobeleid is politiek voordelig

Homoseksualiteit is geworden tot één van de strijdvelden tussen het “decadente Westen” en het “pure Oosten”

Foto: ANP

De nieuwgekozen Franse president, Emmanuel Macron, heeft vorige week beloofd de vervolgde homo’s uit Tsjetsjenië in zijn land te verwelkomen en te zullen opnemen. De timing van dit bericht was opmerkelijk: het gebeurde tijdens het staatsbezoek van Poetin aan Frankrijk. Na deze ontmoeting zei Macron dat hij naast de situatie in Syrië, het gezamenlijk bestrijden van terrorisme, ook de staat van LHBTI-rechten in Tsjetsjenië in de gaten zal houden. Velen beschouwen dit als een dappere actie en zien in Macron de Europese versie van Justin Trudeau. De premier van Canada liep vorig jaar mee met de Toronto Pride, naast een Syrische homovluchteling. Trudeau voert bovendien ook een progressieve buitenland agenda als het om de homorechten gaat.

Zijn Macron en Trudeau twee van de weinige gezichten die de globale backlash van homorechten gaan bestrijden?

De wereld schrok van de berichtgeving uit Tsjetsjenië, gepubliceerd door Novaya Gazet, over ‘concentratiekampen’ waarin ten minste honderd LHBTI’s zijn gemarteld en verhongerd en waarvan er drie gedood zijn. De getuigenissen van de overlevenden in het rapport van Human Rights Watch herinneren LHBTI-activisten wereldwijd eraan dat er nog een lange weg te gaan is.

Maar de berichten uit Tsjetsjenië zijn geen geïsoleerde gevallen. In de afgelopen drie maanden zijn er vergelijkbare voorvallen geweest in Bangladesh, Nigeria en Indonesië. De wrede oorlog tegen LHBTI’s door de terroristische groep ‘Islamitische Staat’ is ook nog steeds gaande. Het lijkt erop dat er een goed georganiseerde en steeds actievere golf van anti-homogeweld aan het ontstaan is.

Het betreft in deze gevallen moslimlanden. Maar om dit fenomeen als iets exclusief ‘islamitisch’ te beschouwen is te makkelijk en doet te kort aan de bredere, moderne context ervan.

Het globale karakter van de terugval
Geen burgerrechtenbeweging kende zo’n snelle en explosieve groei als de ‘homobeweging’. In een relatief kort tijdsbestek, sinds de Nederlandse primeur van huwelijksgelijkheid, zijn er éénentwintig landen die het ‘homohuwelijk’ erkennen en nog eens vijftien waar geregistreerd partnerschap tussen het gelijke geslacht is toegestaan. Maar geen revolutie gaat zonder tegenslag. Ondanks de verbijsterende resultaten die vooral in West- en Noord-Europa en in Noord- en Zuid-Amerika gevierd kunnen worden, kennen veel landen in Afrika, het Midden-Oosten en de postcommunistische wereld niet alleen straffen op ‘onnatuurlijke’ seks, maar sinds een paar jaar vindt daar ook goed georkestreerde homovervolging plaats.

Foto: ANP

Anti-LHBTI-sentimenten hebben helaas geen regionaal, maar een globaal karakter.
Ondanks de snelle vooruitgang in Europa en de Amerika’s, is daar tegelijkertijd een anti-homobeweging die erop gericht is om LHBTI’s te intimideren en hun rechten terug te draaien. Voorbeelden daarvan zijn de grote protesten met meer dan een half miljoen mensen op de straten van Madrid in 2005 en Parijs in 2013, na de introductie van de huwelijksgelijkheid in deze landen. In beide landen leken de protesten goed georganiseerd te zijn door vooral religieuze en extreem-conservatieve groepen. Op de straten van Parijs liepen extreemrechtse organisaties handinhand met conservatieve christenen en moslims. Marine le Pen heeft ook meegelopen met deze anti-homohuwelijk demonstraties.

Ook verder van huis zijn er terugvallen geweest. Misschien wel de grootste weerstand in Zuid-Amerika was in Brazilië met het lanceren van de Hetero-Pride in Sao Paolo en de opmerkelijke toename van anti-LHBTI-geweld. Eerder dit jaar heeft Taiwan aangekondigd om als eerste Aziatische land de huwelijksgelijkheid te introduceren, waarna er ook in dat land goed georganiseerde anti-homo protesten plaatsvonden.

Wat zijn de oorzaken van de backlash?
Volgens het PEW-rapport “the global divide on homosexuality” ligt de intolerantie jegens homo’s vooral aan het niveau van religiositeit en armoede. Ook speelt opleidingsniveau en de politieke situatie van het land een rol. Ontwikkelingslanden waar democratie, mensenrechten en het maatschappelijk middenveld onder druk staan, zouden minder tolerant zijn tegenover de LHBTI-gemeenschap. Het PEW-rapport en veel andere onderzoeken baseren zich vooral op de sociale acceptatie van homoseksualiteit.

Homofobie is een koloniale nalatenschap
Een van de grootste obstakels van LHBTI-rechten is de criminalisering van ‘onnatuurlijke seks’. De meesten van de 74 landen waar homoseksuele handelingen strafbaar zijn, zijn voormalige koloniën van Groot-Brittannië en Frankrijk. Landen als Marokko, Algerije, Nigeria, Sudan en Bangladesh kennen anti-sodomie wetten, codes die weinig tot geen oorsprong vinden in islamitische bronnen of jurisprudentie. De Europese imperialistische machten hebben aan het begin van de twintigste eeuw bijna negentig procent van de aardoppervlakte bezet, waaronder gebieden waar veel moslims leefden. Eén van hun strategieën was om óf alle vormen van islamitische wetgeving af te schaffen, zoals in het “Franse” Noord-Afrika, óf om wetgeving langzamerhand om te vormen tot een ‘legal Frankenstein’ zoals de ‘Anglo-Muhammedan law’ van Brits India. Zo zien we de doodstraf op homoseksualiteit in Pakistan als een ‘islamitische wet’, terwijl die straf zich in feite op de koloniale ‘penal code 377’ baseert. De ‘islamitische wetgeving’, vooral de Hanafi rechtsschool (jurisprudentie die Pakistan zou moeten volgen) heeft geen eenduidige en duidelijke straffen op “homoseksualiteit”. Vergelijkbare casussen zien we ook in de andere moslimlanden.

Een stap vooruit, twee achteruit
Een andere oorzaak van de anti-gay backlash zou de steeds grotere zichtbaarheid van LHBTI-mensen kunnen zijn. Sinds de jaren 60 en 70, heeft de homo-burgerrechtenbeweging een impuls gekregen in de Verenigde Staten, maar ook in Nederland. Na de AIDS-crisis in jaren 80, veranderde de visie op homoseksualiteit drastisch, wat resulteerde in het opnemen van seksuele diversiteit in de populaire media. In jaren 90 kreeg queer culture, zowel in Nederland als internationaal, steeds vaker een platform in de mainstream media. Dit resulteerde in weerstand, zowel in Nederland als de VS, als in andere delen van de wereld. In de meeste landen in Afrika, het Midden-Oosten en de postcommunistische wereld werd de strijd voor gendergelijkheid en LHBTI-emancipatie gezien als iets verwerpelijks en typisch westers. Homoseksualiteit werd één van de strijdvelden tussen het “decadente Westen” en het “pure Oosten”. Dit is onderdeel van een fenomeen dat Ian Buruma omschrijft als ‘occidentalisme’, een afkeer van de Westerse beschaving die “materialistisch, lichtzinnig en individualistisch” zou zijn. Als resultaat hiervan lijkt de anti-homoretoriek van verschillende religieuze en politieke leiders zelfs van zogenaamd “botsende culturen”, bijzonder veel op elkaar.

Homofoben, verenigt u!
Recentelijk hebben op de Family Summit in Boedapest Amerikaanse evangelisten, orthodoxe Russen en Oost-Europese conservatieven besproken hoe ze gezamenlijk kunnen strijden tegen homorechten en andere uitingen van het ‘totalitaire liberalisme’. Extreem-rechtse organisaties en leiders uit Oost- en West-Europa sluiten zich aan bij deze strijd, die vaak onder de vlag van ‘pro-Family’ of ‘pro-Life’ leuzen plaatsvindt, ondanks het feit dat deze concepten uit het ‘vijandige’ Amerika komen. De zelfverklaarde verdediger van de “Europese christelijke cultuur”, de Hongaarse premier Viktor Orban was een van de co-organisatoren van ‘World Congres of Families’, een podium dat de kabinetsleden van EU-lidstaten van Polen, Hongarije en Kroatië deelden met Russisch-orthodoxe aartspriester Dmitri Smirnov, bekend om zijn homofobie en vrouwonvriendelijke uitspraken. Deze ‘familie-top’ in Boedapest is slechts een enkel voorbeeld van de groeiende alliantie tussen anti-LHBTI-krachten die uit zowel het Westen als het Oosten komen.

LHBTI’s als politieke zondebokken
Een van de politieke redenen waarom autoritaire regimes vaak LHBTI-rechten bestrijden is omdat de activisten heel kritisch zijn over hun positie in de maatschappij. Om hun stem te laten horen, sluiten LHBTI-activisten allianties met politieke partijen en organisaties die anti-regime zijn. Dit maakt hen een makkelijk doelwit van de regering. Dit zou ook een van de redenen kunnen zijn waarom de “antipropaganda wet” in Rusland en de “anti-gay bill” in Oeganda van kracht zijn geworden. China heeft vorig jaar een wet ingevoerd waardoor lokale non-gouvernementele organisaties niet door een buitenlandse organisatie gesteund mogen worden. Daardoor wordt ook het werk van LHBTI-organisaties beperkt.

Het beschermen van de rechten van LHBTI’s vermindert de kans op ‘zondebokken’-politiek. Minderheden worden door de autoritaire regimes vaak gebruikt als gezamenlijke vijand om politieke eenheid te creëren. Het bestrijden van LHBTI’s in landen waar de sociale acceptatie van deze groep sowieso al laag is, levert leiders bonuspunten op. De Egyptische president Sisi heeft kort na zijn aantreden zijn conservatieve achterban laten zien dat hij dezelfde normen en waarden deelt, door de immorele homo’s te vervolgen. Ook Robert Mugabe geniet groot aanzien voor zijn anti-homo sentimenten en voor het beschermen van de familie en de “Afrikaanse” cultuur.

Vrije hand voor de anti-homoalliantie
Sinds Donald Trump aan de macht is gekomen, hebben de leiders van de anti-homobeweging de vrije hand. Amerikaanse LHBTI’s zijn bezorgd om hun positie sinds de terugval van de homorechten die tijdens de Obama-administratie zijn verworven. De terugkomende discussie over transgendervriendelijke toiletten en over de ‘vrijheid van geloof’ als argument voor verbloemde homofobie zijn slechts enkele voorbeelden van het nieuwe politieke discours. Trump moet zijn conservatieve achterban tevreden houden, vooral de prominente evangelischen, die niet alleen anti-abortus, maar ook anti-gay beleid hoog op de prioriteitenlijst van de nieuwe president willen hebben.

De Obama en Clinton administratie zagen het bevorderen van LHBTI-rechten als een van de speerpunten van hun internationaal beleid. Ondanks enorme kritiek dat dit het ‘pinkwashing’ van de Amerikaanse buitenland politiek zou zijn, heeft vooral de financiële steun aan de internationale mensenrechtenorganisaties tot goede resultaten geleid. De enorme tegenwerking van de inzet van de Hongaars-Amerikaanse filantroop George Soros in Hongarije en de kritiek op Soros’ werk in de Verenigde Staten wegens zijn anti-Trump standpunten zijn voorbeelden van hoe het werk van het maatschappelijk middenveld wordt beperkt.

Dichterbij huis kampen Europese leiders niet alleen met interne onenigheid over LHBTI-rechten, in het bijzonder huwelijksgelijkheid, maar ook met nieuwe uitdagingen als de “vluchtelingencrisis” en opkomend extremisme. Het lijkt erop dat Europese overheden onder steeds sterkere invloed van rechtse partijen en religieuze organisaties de LHBTI-agenda niet als een hoge prioriteit zien. Mensenrechtenactivisten maken zich steeds meer zorgen over de invloed van de Russische ‘anti-homopropaganda’-wet in Litouwen, Moldavië en Oekraïne en de pro-familiebeweging in Polen, Hongarije en Kroatië. De mondiale anti-homocoalitie, gedreven door interreligieuze samenwerking met politieke conservatieven, heeft zich inmiddels sterk geïnstitutionaliseerd op alle werelddelen.

Een tegenbeweging vereist nieuwe leiderschap

Foto: ANP

Het wegvallen van Amerika op het internationale toneel in de strijd voor een betere positie van LHBTI’s onder Trump zal een enorme impact hebben. Een gevolg hiervan is dat andere landen minder bevreesd zullen zijn dat ze kritiek vanuit Amerika krijgen op hun anti-homobeleid. Maar laten we niet vergeten dat we op internationaal niveau nog steeds veel kunnen verwachten van landen die traditioneel een progressieve agenda hebben gehad en goede resultaten hebben geboekt. Ondanks dat Nederland, Spanje, België en Frankrijk achter lopen op de verdere verwerving van de rechten van vooral transgenders en mensen met een interseks conditie, dienen deze landen nog steeds als goede voorbeelden. Malta, Noorwegen en Groot-Brittannië zijn de nieuwe koplopers als het om LHBTI-rechten gaat. Argentinië stond ooit op de lijst van de meest gevaarlijke landen voor LHBTI’s, nu is het een lichtend voorbeeld in Latijns-Amerika. Taiwan brengt een nieuwe hoop voor Aziatische LHBTI’s. Trudeaus Canada dient steeds meer als veilige haven voor LHBTI’s en Emmanuel Macron lijkt met zijn verwelkoming van Tsjetsjeense LHBTI’s een nieuw, moreel leiderschap uit te stralen. De vraag is: zijn deze leiders in staat om de anti-homo backlash tegen te gaan en een nieuwe impuls te geven aan de bevrijding van de LHBTI-gemeenschap wereldwijd?

Geef een reactie

Laatste reacties (24)