1.634
23

Promovendus geschiedenis

Jelle Bruinsma werkt als promovendus aan het European University Institute in Florence. Daarnaast is hij actief als redacteur van ROAR Magazine: http://roarmag.org.

Antiracisme: bondgenootschap versus solidariteit

Over solidariteit en het problematische concept van de ‘witte bondgenoot’

Zoals ik eerder betoogde zijn er nogal wat verschillen tussen de antiracismebewegingen in de jaren ’60 en nu. De gebruikte identiteitspolitiek brengt dilemma’s met zich mee, en het idee van ‘witte bondgenoten’ an sich en de rol die zij zich moeten aanmeten in de praktijk zorgt voor nog meer dilemma’s.

Ik eindigde het vorige artikel met een betoog voor de noodzaak van het debat, ongeacht identiteit. De realiteit is uiteraard, zoals vele zwarte activisten terecht zullen benadrukken, dat de verongelijkte schreeuwerige reactie van witte mensen zo alomtegenwoordig is (denk aan een Han van der Horst). Vandaar ook de noodzaak tot zelf-organisatie van zwarte mensen (net als vrouwengroepen of Nederlandse moslims) en de vaak begrijpelijke reacties op reactionaire blanken. Wanneer dit echter doorslaat – een simpele grens is niet te geven – naar een cultuur van volledige afscheiding en uitsluiting kom je in een zelfdestructief patroon terecht. Zover zijn we nog niet, maar er lopen steeds meer mensen rond die eerder onderdeel van een identiteitscult dan een sociale beweging lijken te zijn. 

Peter Breedveld, in zijn verder rancuneuze stukje, rekent bijvoorbeeld terecht af met de kwalijke mythe dat witte mensen zich zonder sociale kosten tegen racisme kunnen verzetten, alsof zij een soort über-elite zijn die kunnen doen en laten wat ze willen – want, privilege. Het is honderd procent zeker waar dat de kosten voor mensen van kleur die hun nek uitsteken een stuk hoger zijn, maar dat doet niks af aan de negatieve consequenties die vele blanken ook ondervinden. Van het kapot gemaakt worden op sociale media, het verliezen van vrienden en familie, tot aan het in elkaar geslagen worden door de politie of rechts-extremisten. 

Die witte mensen hoeven daar geen veren voor in de reet te krijgen, ze doen eenvoudigweg wat ze horen te doen. Maar hun handelingen simpelweg afdoen als “wit privilege” doet hun niet alleen tekort, het schaadt op termijn ook de solidariteit. En hier komen we ook weer op dat centrale idee: hoeveel verschillen er ook zijn, welke problemen zich ook voordoen, hopelijk is er iets dat ons bindt, een ideaal van een betere samenleving, wellicht niet op exact dezelfde manier geformuleerd, maar toch stilzwijgend aanwezig. 

Bondgenoten?
In het denken over de organisatie van verschillende groepen is er één concept, hierboven al genoemd, dat heroverweging verdient: het bondgenootschap. In een binnenkort te verschijnen bundel van Noord-Amerikaanse anarchisten, Taking Sides: Revolutionary Solidarity and the Poverty of Liberalism, wordt door één van de auteurs een kritiek uiteengezet op het concept bondgenootschap (“Ally politics”). Er is een belangrijk verschil tussen bondgenootschap (“white allies”) en solidariteit, zo stelt de auteur. 

Een bondgenoot zijn is het idee dat je de leiding overlaat aan de onderdrukte groep, in dit geval de zwarte gemeenschap, en hun volgt. Als eerste leidraad is dit een meer dan juiste stap, maar de praktijk wordt al gauw een stuk gecompliceerder. Ten eerste, zoals al benoemd, is er niet één stem die we kunnen volgen. Zo’n hiërarchische manier van doen zou bovendien neerkomen op het ontkennen van een stem aan dissidenten binnen die gemeenschappen. Moeten we in de Verenigde Staten luisteren naar Al Sharpton of andere prominente zwarten die Obama’s imperialisme steunen, of naar radicalere dissidenten die een alomvattende bevrijdingsstrijd willen voeren? 

Ten tweede is een dergelijk volgzaam bondgenootschap het ontwijken van verantwoordelijkheid voor je eigen acties: “legitimizing your position by taking the voice of someone else, always acting in someone else’s name.” In de praktijk komt dit maar al te vaak neer op het vinden van een zwarte stem die overeenkomt met jouw politieke voorkeuren en die kan rechtvaardigen, vaak tegenover andere blanken.

De auteur zet het model van bondgenootschap verder uiteen tegenover een solidariteitsmodel:

“The charity and ally models (…) are so strongly rooted in the ideas of I and the other that they force people to fit into distinct groups with preordained relationships to one another. According to ally politics, the only way to undermine one’s own privilege is to give up one’s role as an individual political agent, and follow the lead of those more or differently oppressed. (…) The solidarity model dispels the idea of one inside and one outside, foregrounding how individuals belong to multiple groups and how groups overlap with one another, while simultaneously demanding respect for the identity and self-sufficiency of each of those groups.”

Oftewel, ja, we worden allemaal op verschillende vlakken onderdrukt of gediscrimineerd (intersectionaliteit). Moslims en zwarte Nederlanders ondervinden dagelijks een meedogenloos racisme. Homo’s, transgenders, en anderen ondervinden dagelijkse vernederingen, vluchtelingen en andere migranten ondervinden dagelijks de gevolgen van het niet hebben van burgerrechten. We worden bijna allemaal uitgebuit door de bazen waarvoor we werken en onderdrukt door het ontbreken van noemenswaardige democratie: of het nou op ons werk of in de politiek is, we hebben allemaal bijna geen moer te zeggen. 

Een op solidariteit gericht model ontkent op geen enkele wijze het belang van het luisteren naar en leren van de onderdrukte groep, noch dat zij het voortouw moeten nemen in de strijd. De afgelopen jaren zijn voor veel (oogkleppen-op-hebbende) witte mensen enorm belangrijk geweest om in te zien hoe stereotypen als Zwarte Piet voelen voor zwarte Nederlanders. Daarbij is het, zoals Anja Meulenbelt uit haar jarenlange ervaring schrijft, belangrijk met een bescheiden houding te luisteren, te leren, te lezen, en je in te leven in de positie van de ander. 

Het feit dat we allemaal op verschillende wijzen worden uitgebuit, onderdrukt, en gediscrimineerd betekent dat we allemaal op verschillende momenten onze adem moeten inhouden, ruimte moeten geven aan onze kameraden, enzovoorts. Het betekent ook dat we allemaal wat te winnen hebben in het omverwerpen van al die systemen die ons onderdrukken – kapitalisme, patriarchaat, en white supremacy. Die strijd voor de bevrijding van ons allemaal impliceert ook de noodzaak van solidariteit, het samen werken en het samen bespreken van problemen, tactieken en strategieën. 

Zoals Lilla Watson, een inheemse activiste in Australië het zei: “If you come here to help me, you’re wasting your time. If you come because your liberation is bound up with mine, then let us work together.

Geef een reactie

Laatste reacties (23)