3.707
37

Promovendus geschiedenis

Jelle Bruinsma werkt als promovendus aan het European University Institute in Florence. Daarnaast is hij actief als redacteur van ROAR Magazine: http://roarmag.org.

Antiracisme en het probleem van ‘bondgenootschap’

Over het antiracismedebat en de rol van "Helper Whitey"

Nederland heeft een groot racismeprobleem. Tegelijkertijd is de meest positieve ontwikkeling van de afgelopen jaren de groei en kracht van de antiracismebeweging, met name vanuit de zwarte gemeenschap. Na decennia van ontkenning en bagatellisering slaagde een kleine groep vastberaden activisten er de afgelopen jaren eindelijk in onderwerpen als etnisch profileren en Zwarte Piet tot nationaal debat te maken, en in het verlengde daarvan komen steeds meer racismeproblemen op de agenda.

De huidige debatten over racisme en antiracisme, hoewel tegenwoordig met een sterk postmodern taal-tintje, zijn niet heel veel anders dan die in de jaren ’60. Eén groot verschil is er echter wel: het idee van een gedeelde noemer, iets dat ons uiteindelijk allemaal verbindt, is een stuk minder sterk aanwezig, obligate verwijzingen naar intersectionaliteit ten spijt.

Zihni Özdil, als kritiek op enkele uitspraken in het NRC-interview met vier gekleurde vrouwen, twitterde een foto van Ruby Bridges die begeleid door witte mannen naar school ging met het bijschrift “Als het aan sommigen in NL had gelegen, waren zij ook fout.” De foto is misschien niet het beste voorbeeld – de mannen waren per slot van rekening agenten, en geen doorsnee blanken die uit eigen beweging wilden helpen. 

Toch raakt het punt dat hij maakt een kern, namelijk de samenwerking tussen zwart en wit Amerika die er soms was. In die jaren was er bijvoorbeeld heel wat samenwerking tussen dappere Afro-Amerikaanse activisten die leiding gaven aan de burgerrechtenbewegingen en niet minder dappere jonge witte activisten die naar het Amerikaanse zuiden reisden om zij aan zij met hun zwarte broeders en zusters te staan, soms letterlijk als menselijk schild. Blanken die – in modern taalgebruik – hun privilege gebruikten ter bescherming van hen die zij als kameraden zagen. 

Niet dat er in die jaren geen soortgelijke conflicten waren. Binnen de zwarte gemeenschap waren er hevige debatten over de juiste strategie, tussen de op burgerrechten gerichte bewegingen waar Martin Luther King deel van uitmaakte en de militantere Black Nationalism groepen onder invloed van Malcolm X, en later tussen de American Dream Black Power-variant en de socialistische Black Power-idealen van de Black Panthers. 

Maar ook tussen de zwarte bewegingen en solidaire witte activisten vonden hevige debatten plaats. Binnen het SNCC (Student Nonviolent Coordinating Committee), bijvoorbeeld, waar Stokely Carmichael pleitte voor het belang van aparte zwarte en witte organisaties. Maar het SNCC bleef vervolgens wel actief en intensief samenwerken met de radicale meer blanke organisaties, met name SDS (Students for a Democratic Society), waarmee ze zij aan zij streden tegen racisme, de Vietnamoorlog, en de algehele ongelijkheid in de samenleving, onderwerpen die voor hen allemaal verbonden waren. 

Misschien wel de meest iconische groep was de Black Panthers, de groep die later door het illegale FBI-programma COINTELPRO letterlijk kapot werd gemaakt, onder andere door de FBI-liquidaties van Fred Hampton en andere activisten. De Black Panthers waren een Black Power-beweging die zichzelf expliciet als onderdeel van de internationale communistische beweging zagen. Zij kozen en introduceerden de geheven vuist als symbool van hun beweging, juist om hun internationaal revolutionair linkse identiteit te onderstrepen. Dat het feit dat witte revolutionairen dat symbool vandaag nog steeds gebruiken onlangs door sommigen werd gezien als “cultural appropriation” is een teken van het ontbreken van connecties tussen de sociale bewegingen van toen en nu.

Identiteit en debat
Ook vandaag de dag houden veel antiracistische activisten zich bezig met bredere sociale problemen. Özdil heeft bijvoorbeeld jarenlang sociaal-economische mistanden in Nederland beschreven (hoewel er daarbij, surprise surprise, veel minder naar hem geluisterd werd dan wanneer hij over “allochtonen-issues” schreef). Maar over het algemeen zijn dit soort aspecten een veel minder belangrijk onderdeel van de ideeën dan in de bewegingen van enkele decennia terug. Het centrale verschil tussen de sociale bewegingen van toen en nu is het op de achtergrond raken van de onderliggende gedachte van een gedeeld belang, iets dat ons uiteindelijk allemaal bindt en het mogelijk maakt te denken aan een rechtvaardige samenleving. 

De politiek die zich vooral richt op dan wel voortkomt uit identiteit, zonder de gedeelde noemer van een gezamenlijke strijd voor een rechtvaardige samenleving, stelt “de witte bondgenoot” voor een dilemma: naar wie moet ik luisteren, wie moet ik mijn steun verlenen? Zihni Özdil, of Sinan Çankaya (die Özdil onlangs hard aanviel om zijn nieuwe boek)? Quinsy Gario, of een van de radicalere zwarte activisten? Ondanks de gedeelde ideeën bestaat er niet één zwarte gemeenschap waar naar geluisterd kan worden; en hoe verder we afraken van simpele issues als Zwarte Piet, hoe meer dit zal gelden.

Begrijp me niet verkeerd: het bestaan van dit soort debatten en conflicten zijn een natuurlijk en soms productief onderdeel van het proces. Alleen kunnen blanken niet simpelweg “de zwarte gemeenschap” volgen: de praktijk dwingt solidaire activisten en bezorgde burgers tot stellingname en deelname aan het debat. En uiteindelijk zal hun stellingname, en niet hun identiteit, bepalen aan welke kant ze staan. Daarbij is het voor witte mensen uiteraard, zoals Anja Meulenbelt terecht stelt, van belang jezelf bescheidenheid aan te meten, iets waar het vaak aan ontbreekt. Dat kan betekenen dat je begrip toont voor iemands reactie, of je leert soms even stil te zijn, meer ruimte te geven aan iemand anders. 

Aan de andere kant van de medaille komt het echter steeds vaker dat men mensen uit het debat probeert te houden op basis van hun identiteit, omdat hun boodschap net wat afwijkt van die van hun gesprekspartner. Nu is de zwarte gemeenschap meer dan capabel om hoogstaande debatten in eigen kring te houden. Maar het creëren van een cultuur die elke vorm van debat direct de mond snoert is giftig, vooral voor zichzelf. Hoe nauwer de grenzen van het debat, hoe navelstaardiger een groep wordt. Elke sociale beweging is gebaat bij zoveel mogelijk kritisch debat waarin ideeën besproken in plaats van verboden worden. 

Dit is deel 1 van een tweeluik. Volgende keer meer over solidariteit en het problematische concept van de ‘witte bondgenoot’.

cc-beeld: Incase

Geef een reactie

Laatste reacties (37)