7.485
160

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Antiracisten vallen met Zwarte Piet opnieuw de verkéérde vijand aan

Er zijn racistische vooroordelen maar Zwarte Piet is niet de boeman

De zomer spreidt zijn vleugelen uit over het lieve vaderland. Het is al bijna traditie geworden, dat dan de eerste aanvallen gedaan worden op Zwarte Piet, hoewel die gewoonlijk zijn inmiddels controversieel gezicht pas hartje herfst toont. Verscheidene organisaties hebben opgeroepen massaal aangifte te doen tegen gemeentes die de trouwe knecht van Sint Nicolaas faciliteren omdat hij een racistisch verschijnsel zou zijn. De reacties zijn voorspelbaar. Heel veel burgers die de onschuld en de magie van het feest van kindsbeen af vieren, voelen zich verdrietig en beledigd nu zij voor de zoveelste keer in verband worden gebracht met rassenhaat. Echte racisten ondertussen grijpen de gouden kans om het vuur op te stoken dankbaar aan, zo blijkt in de blogosfeer en vooral onder het verbeten deel van de twitterati. Op die manier raakt aan alle kanten het klimaat verziekt, wordt onbedoeld maar duivels effectief de aandacht afgeleid van waar het in Nederland werkelijk om draait: discriminatie op de arbeidsmarkt, leerkrachten die vanwege huidskleur eerder een VMBO-klant in je zien dan iemand die kansen moet krijgen op het atheneum, etnische profilering door gezagsdragers, alles wat met Mitch Henriquez te maken heeft. Er is veel racisme in dit land maar Zwarte Piet hoort er niet bij. Nu het conflict opnieuw losbarst, is het nuttig de feiten nog eens op een rijtje te zetten.

Heidense wortels
Het Sinterklaasfeest heeft zeer oude wortels maar is overal in Europa gekerstend. Dat een heidense godheid ten onzent de gestalte van Sint Nicolaas heeft aangenomen, is niet verwonderlijk. Dat is immers de heilige van de zeevarenden en de kooplieden. Die waren hier in Holland genoeg te vinden. Sint Nicolaas was onder hen zeer populair, getuige het feit dat zoveel steden en dorpen hem als hun patroonheilige kozen. Sint Nicolaas was echter niet alleen. Hij voerde een tweede figuur met zich mee, die kenmerken droeg van een vruchtbaarheidsgodje (niet voor niets torst Piet nog steeds zak en roe), van een duistere aardgeest en van een trickster. Trickster is een term uit de antropologie. Men duidt er helden uit volksverhalen en sprookjes mee aan, die met behulp van hun aangeboren slimheid, bijzondere talenten en gevoel voor het absurde tegenstanders om de tuin weten te leiden. Vaak krijgen ze daarbij de lachers op hun hand. In de Afrikaanse traditie is de spin Anansi zo’n trickster. De begeleider van Sint Nicolaas – knecht Ruprecht heet hij vaak – weet ook met list en slimheid zijn doelen te bereiken, anderen die het er naar gemaakt hebben, voor gek te zetten. In Nederland doet de trickster naast de sint dat met gedichten en surprises.

Netheid en fatsoen
In de negentiende eeuw heeft de schoolmeester Jan Schenkman Sint Nicolaas en zijn knecht hun hedendaagse vorm gegeven. Hij beschaafde het tweetal volgens de burgerlijke normen van netheid en fatsoen, die in de leidende kringen opgeld deden. Hij maakte van de onvoorspelbare Sint Nicolaas en zijn angstaanjagende knecht de goedheiligman, zoals wij die kennen. De wildere sint is alleen nog maar terug te vinden op afgelegen plekken zoals Ameland en Terschelling, waar hij nog steeds angst zaait. Zijn trickster transformeerde Schenkman in een oosterse prins en een schildknaap, een ridder zonder vrees of blaam die zijn heer trouw diende. In het boekje Sint Nicolaas en zijn knecht zien we beiden te paard over de daken rijden. Er is wel sprake van hiërarchie maar op geen enkele wijze van een meester-slaaf verhouding.

Black face
Dit wil er bij de tegenstanders van Zwarte Piet niet in. Zij zien een Nederlandse variant op de Amerikaanse blackface-traditie, een vorm van muzikaal amusement waarin het parodiëren, belachelijk maken en als halve gare neerzetten van zwarte mensen een belangrijke rol speelt. Blanken maakten daartoe hun gezicht zwart maar zij lieten rond hun lippen een brede rand ongeschminkt zodat hun wérkelijke huidskleur voor het publiek zonneklaar was. Tegenstanders van Piet gaan er zonder meer van uit dat wie zijn gezicht zwart maakt om een rol te spelen dit altijd doet om mensen van Afrikaanse afkomst te bespotten, voor gek te zetten en te kleineren. Hier is niets van aan. Er zijn misschien wel oppervlakkige gelijkenissen tussen Zwarte Piet en blackface maar zij stammen uit zeer verschillende tradities en hebben weinig tot niets met elkaar te maken. Net als de piramides van Egypte en die in Mexico.

Lagere trap van beschaving
Bestonden er dan geen racistische vooroordelen bij Jan Schenkman en zijn publiek? Integendeel, die waren juist algemeen en buitengewoon kwaadaardig van karakter. Professor A.Th. van Deursen heeft daarover een interessant artikel geschreven. Het heet “De Surinaamse negerslaaf in de negentiende eeuw” en het maakt deel uit van de bundel “In gemeenschap met de tijd”.

Slaven stonden, zo leert van Deurssen ons, in de ogen van net Nederland op een lagere trap van beschaving en waren voor ontwikkeling niet vatbaar. Dat is niet alles. “De luiheid, de mateloze afkeer van alle lichamelijke arbeid is wel de meest op de voorgrond tredende karakteristiek”. Een zekere Hostmann schrijft: “Het is valsch te beweren dat een neger vrijwillig voor zichzelven arbeiden zoude.”

Verdedigers van de slavernij gebruikten dit soort vooroordelen graag om de voortreffelijkheid van dit systeem te belichten: alleen door totale controle konden Afrikanen tot prestaties worden gebracht. Vrijheid was niet goed voor hen, slavernij voor hun eigen bestwil. De tegenstanders van de slavernij dachten even negatief over Afrikanen. Ook zij vonden weinig goeds in hen, ook zij meenden maar al te vaak dat zij een mindere mensensoort vormden. Zij bestreden slavernij omdat die een ongunstig effect had en al die slechte eigenschappen – Afrikanen aangeboren – nog eens accentueerden. Met andere woorden: de slaaf, de Afrikaan is een bijzonder negatieve figuur die onmogelijk te transformeren valt tot de slimme knecht van Sinterklaas, die de rechtvaardigheid dient en altijd voor de problemen van de Sint een oplossing weet. Bij deze held met zijn onverwachte optredens hebben de negentiende eeuwse burgers juist niet aan een zwarte slaaf gedacht. Daarvoor was Piet veel te kleurrijk, te getalenteerd, te positief, teveel het tegendeel van hun giftige karakteristiek van Afrikanen. Ondertussen is het zonneklaar dat zulke racistische vooroordelen van honderdvijftig jaar terug in het hedendaagse Nederland dóórwerken en niet zo’n klein beetje ook, maar dus niet in de intocht van Sinterklaas en Zwarte Piet. Dat is écht iets anders. Geloof het of niet.

Ondertussen blijft het doodjammer dat opnieuw de aanval is geopend op de verkeerde vijand. 

Foto: Surinaamsche Courant van 20 juni 1821

Beluister dit opiniestuk hier 


Volg Han ook op Twitter

Het nieuwste boek van Han is De Mooiste Jaren van Nederland (1950-2000)


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (160)