1.172
40

Promovendus rechtsgeleerdheid

Khaibar Sarghandoy studeerde af in de rechtswetenschap en is nu bezig met een proefschrift over de vrijheid van meningsuiting aan de Erasmus School of Law.

Arabische lente, Westerse winter

Hoewel er een paar overeenkomsten zijn met de situatie in 1989 is het toch misleidend om van vergelijkbare gevallen te spreken

In de commentaren op de volksopstanden in de Arabische wereld is vaak de analogie gezocht met de opstanden van 1989 in Oost-Europa. De Arabische lente is ook wel het 1989 van de Arabische wereld genoemd. Hoewel er een paar overeenkomsten zijn met de situatie in 1989 is het toch misleidend om van vergelijkbare gevallen te spreken.

Om te beginnen is er nu – anders dan in 1989 in Oost-Europa – geen supermacht die zich duidelijk en onomwonden achter de opstandelingen in de Arabische wereld heeft geschaard. In 1989 hebben de Westerse mogendheden, met de VS voorop, klinkende steunbetuigingen geuit voor de volksopstanden in Oost-Europa, om de voor de hand liggende reden dat ze daarmee feitelijk het einde betekenden van de aartsrivaal Soviet-Unie. Dat is ook meteen de tweede reden waarom de vergelijking mank loopt: in het geval van de opstanden in de Arabische wereld was er geen Sovjet-Unie die aan de kant van de onderdrukkende regimes stond en gedwongen moest worden om zich bij de hervormingen neer te leggen, maar het Westen zelf. De Westerse landen hebben van begin af aan de retoriek van het handhaven van ‘de stabiliteit’ van de status quo gebezigd, en toen dat niet meer houdbaar bleek hebben ze voorzichtig de stap gezet naar de oproep om te hervormen, om op het hoogtepunt van de demonstraties, dus toen er geen enkel draagvlak meer bestond voor hun dictator, met zichtbare tegenzin de kant van de bevolking te kiezen en de dictator openlijk te vragen om te vertrekken. Daarom is het niet verhelderend om de situaties in 1989 en 2011 met elkaar te vergelijken.

Een vergelijking die meer voor de hand ligt is die met de demonstraties in de Westerse landen zelf. In veel Westerse landen zijn vergaande neo-liberale en anti-democratische maatregelen aangekondigd, en in veel gevallen al doorgevoerd, om onder het mom van de bestrijding van de financiële crisis de publieke voorzieningen zoals onderwijs, vakbonden en zorg nog verder uit te kleden. Al vanaf het begin van dit jaar waren verschillende Europese steden het toneel van studentendemonstraties en allerlei andere acties tegen de bezuinigingen op het hoger onderwijs. In verschillende Amerikaanse staten worden al sinds vorige maand acties gevoerd om de afbraak van de vakbonden en cao’s tegen te gaan.

Ook Nederland zal getroffen worden door neo-liberale maatregelen die desastreuze gevolgen zullen hebben voor de samenleving. Als het bijvoorbeeld gaat om het hoger onderwijs is het huidige kabinet van plan om de studiefinanciering voor de masterfase af te schaffen en iedereen die tijdens zijn bachelor meer dan een jaar vertraging oploopt een boete van 3000 euro te laten betalen, en dat bovenop het collegegeld van ongeveer 1700 euro. Het kabinet verpakt deze plannen met mooi klinkende retoriek zoals de noodzaak om het hoger onderwijs “een kwaliteitsimpuls” te geven, en het grote belang “dat Nederlandse studenten veel beter onderwijs krijgen zodat zij beter zijn voorbereid op de arbeidsmarkt.” Maatregelen zoals het opleggen van een boete bij vertraging en het afschaffen van studiefinanciering tijdens de master worden gerechtvaardigd door te stellen dat de student “in ruil voor veel beter onderwijs” moet “investeren in zijn eigen toekomst”.

Wie tussen de regels door leest begrijpt dat het onderwijs hier als puur en alleen een economische activiteit wordt voorgesteld; een activiteit die uitsluitend is gericht op het produceren van op maat gemaakte werknemers voor de arbeidsmarkt en bijvoorbeeld niet op de emancipatie, persoonlijke ontwikkeling en academische vorming van jonge mensen. Hoogopgeleid betekent dan ook opgeleid als economische burger, iemand die betere kansen heeft op de arbeidsmarkt en die genoeg zal kunnen verdienen om een auto en een hypotheek te kunnen betalen, minstens een keer per jaar op vakantie kan gaan, zijn studieschuld kan aflossen etc. Wat hoogopgeleid uitdrukkelijk niet betekent is opgeleid zijn als een democratische burger, als iemand die in staat en bereid is om zich niet alleen bezig te houden met zijn eigen belang, maar ook oog heeft voor de belangen van anderen en de problemen waar anderen in de samenleving mee te maken hebben.

In dit kader is het interessant om een uitspraak van de Amerikaanse sociaal filosoof en onderwijshervormer John Dewey te parafraseren. Dewey zei dat het in een vrije samenleving niet zou moeten gaan om het produceren van goederen, maar om het produceren van vrije mensen die in termen van gelijkheid met elkaar samenleven. Dit kabinet kiest liever voor de productie van goederen, namelijk zo efficiënt mogelijk geproduceerde werknemers voor de arbeidsmarkt die op korte termijn een bijdrage zullen leveren aan de economie, maar verder niet echt een toegevoegde waarde hebben voor de samenleving op lange termijn. Ze zullen zich namelijk niet actief bezighouden met de wereld om hun heen omdat ze in zo’n tempo door hun studie zijn gejaagd dat ze geen tijd hebben gehad om even stil te staan en rond te kijken. Als ze dat wel hebben gedaan dan is dat gepaard gegaan met allerlei boetes en hoge studiekosten waardoor ze genoodzaakt zijn om te lenen. De torenhoge studieschuld die dat met zich meebrengt maakt het voor de gemiddelde afgestudeerde ook een overbodige luxe om zich te verdiepen in zaken die verder van hem afstaan dan zijn onmiddellijke omgeving. Er moet namelijk gewerkt worden omdat de studieschuld moet worden afgelost.

Het resultaat van beide scenario’s is hetzelfde. In beide scenario’s worden alle banden met de buitenwereld afgesneden, de student wordt een eenzame, gedepolitiseerde en geneutraliseerde persoon die zo snel mogelijk wil afstuderen en aan het werk gaan. Of, om het in de woorden van Dewey uit te drukken, hij wordt geen vrije mens die in termen van gelijkheid met anderen samenleeft, maar een goed dat met de grootst mogelijke efficiëntie is geproduceerd met het doel om op de arbeidsmarkt te worden afgezet.

Waar het kabinet dus niet in is geïnteresseerd is de productie van zelfstandige en autonome burgers die weliswaar op een inefficiënte manier worden geproduceerd en misschien meer kosten met zich meebrengen, maar zowel tijdens hun studie als daarna van grote waarde (zullen) blijken te zijn voor de samenleving omdat ze net iets verder kunnen kijken en denken dan hun eigen belang. Mensen die de mogelijkheid hebben gehad om allerlei activiteiten naast hun studie te ontplooien hebben ook de kans gehad om om zich heen te kijken, met anderen samen te werken, politiek actief te worden, vrijwilligerswerk te doen etc. Kortom, afgestudeerden die inefficiënt worden geproduceerd zijn niet alleen in staat om de arbeidsmarkt te betreden en orders te volgen, maar ook om hun eigen keuzes te maken, naar de wereld om zich heen te kijken en daar kritische kanttekeningen bij te plaatsen. Dat is het ideaal van democratisch burgerschap dat geen plaats heeft in de neo-liberale wereld waar alles op onmiddellijk eigen belang is gericht.

Dit is precies het kruispunt waar de demonstraties in de Arabische wereld en die in de Westerse wereld elkaar ontmoeten. Wat de volksopstanden in de Arabische wereld ons zouden moeten leren is dat het opstanden zijn die in tegengestelde richting bewegen als de demonstraties en protesten in de Westerse wereld. In de Arabische wereld strijden mensen vóór het verwerven van waarden als democratie, vrijheid, sociaal-economische gelijkheid en rechtvaardigheid, terwijl mensen in het Westen een bittere strijd voeren tégen de afbraak en het verlies van al deze verworvenheden. Het is dan ook terecht om de volksopstanden in de Arabische wereld als een Arabische lente aan te duiden; maar, a contrario geredeneerd, moeten we ook vaststellen dat we tegelijkertijd een strenge Westerse winter tegemoet gaan. 

Geef een reactie

Laatste reacties (40)