Laatste update 19:19
2.318
41

voormalig Kamerlid voor GroenLinks

Bruno Braakhuis was van juni 2010 tot en met september 2012 Tweede Kamerlid voor GroenLinks en was woordvoerder financiën en economische zaken. Daarvoor was hij hoofd maatschappelijk verantwoord ondernemen bij Van Lanschot Bankiers, tussen 2008 en 2010. Hij aanvaardde deze functie vlak voor de kredietcrisis. Voordien werkte hij in marketing & communicatie bij diverse ondernemingen (Hay Group, Compass Group, Nuon, Randstad Holding en Yacht). Braakhuis studeerde industrieel-productontwerpen aan de Haagse Hogeschool en rondde in 2001 een MBA af aan de Kingston University/HBS*AMS

Bruno Braakhuis wordt gedreven door maatschappelijke betrokkenheid, met nadruk op ontwikkeling van ethiek en duurzaamheid. Betrokkenheid in al zijn facetten is niet alleen zijn persoonlijke drijfveer en een karaktereigenschap, maar door zijn carrière heen ook een leidmotief. Zowel als ontwerper, als marketeer, als lid van de Tweede Kamer en nu ook vanuit een consultancy-rol, maakte en maakt hij steeds duidelijk dat in ieders rol en functie het mogelijk is om betrokken te blijven bij mens en samenleving.

Argumenten dividendbelasting worden onnodig gemengd

Dat CDA en D66 zich zo laten inpakken doet henzelf en de Nederlandse burgers te kort

De discussie over de afschaffing van de dividendbelasting kenmerkt zich door de vermenging van emotionele en sociaal bewogen argumenten enerzijds en economische argumenten anderzijds. Deze vermenging helpt niet. Daarom wil ik ze voor even uit elkaar trekken.

Laten we beginnen met economische. Daarbij maak ik een onderscheid tussen de financiële locatie versus de productielocatie. De eerste levert nauwelijks reële economische meerwaarde op, maar is vooral belangrijk voor de aandeelhouders. De productielocatie levert economische meerwaarde voor Nederland op door substantiële werkgelegenheid en dat is het argument waar het kabinet mee schermt. Hier zit het eerste schisma in de argumentatie van het kabinet. Want de afschaffing van de dividendbelasting gaat vooral over de betekenis van de financiële locatie van een onderneming voor de aandeelhouders. Kortom: het hoofdkantoor en de beursnotering. Dat heeft niets te maken met het gebruikte werkgeverschapsargument. Het aantal mensen dat op een hoofdkantoor werkt is – ten opzichte van de totale werkgelegenheid bij dit soort ondernemingen – eigenlijk heel beperkt, hoewel het wel om honderden banen kan gaan. In die zin heeft de dividendbelasting dus relatief weinig te maken met het werkgelegenheidsargument.

Even inzoomend op Unilever: die heeft juist in maart 2018 besloten nog maar één hoofdkantoor te handhaven en wel die in Rotterdam ten koste van de Londense vestiging. Dat deden ze omdat er meer in Unilever-aandelen gehandeld wordt in Nederland dan in het Verenigd Koninkrijk. Met ook nog eens een Brexit op komst is de kans dat dit besluit gaat veranderen wel heel erg klein. Sterker nog: het zou kunnen leiden tot verplaatsing van nog meer banen naar Rotterdam. Dat Unilever graag de aandeelhouders wil behagen met afschaffing van de dividendbelasting snap ik, maar er is m.i. geen dreiging dat Unilever gaat vertrekken.

Shell heeft in 2004 een soortgelijk besluit genomen. De duale structuur Londen/Den Haag werd ook daar losgelaten en Den Haag werd verkozen tot enige hoofdzetel. Maar wel naar Brits recht: Royal Dutch Shell is een PLC, een Britse NV. Voor een van de grootste ondernemingen ter wereld, met een bijna onvergelijkbare beurswaarde, is de financiële locatie voor Shell zeer belangrijk. Voor Shell en diens aandeelhouders dan, want Nederland schiet er weinig mee op. Dankzij de praktijk van fiscale ‘rulings’ weten we niet wat Shell aan belasting betaalt, maar het is ongetwijfeld een schijntje vergeleken met wat ze volgens de regels zouden moeten betalen.

mark rutteHet is wel een onderneming die een gegarandeerd dividend afgeeft en ik had afgelopen jaar al het gevoel dat ze min of meer moesten lenen om dat dividend uit te kunnen keren. Voor de Raad vB van Shell is afschaffing van de dividendbelasting best belangrijk, om de waardering van de onderneming bij aandeelhouders in stand te houden. Een onderneming die de komende jaren steeds verder in waarde zal afnemen en niet in staat lijkt hetzelfde te doen als DSM ooit wel kon: diversifiëren en nieuwe verdienmodellen ontwikkelen. In plaats daarvan wordt vastgehouden aan een afstervend verdienmodel en wordt aan de Nederlandse burgers hiervoor nu ook nog een extra offer gevraagd. Shell kan als PLC en een Britse beursnotering wel degelijk beslissen te vertrekken. Maar dat de dividendbelasting hiervoor de reden zal zijn is onwaarschijnlijk. Veel economen zien het evenmin als reden, getuige de commentaren van de afgelopen weken. Ik zie dan ook niet in waarom premier Rutte zich zo druk maakt en voor afschaffing blijft staan. Er zijn nauwelijks rationele argumenten voor.

Samenvattend komt het neer op het volgende:
– De Brexit maakt verplaatsen van hoofdkantoren naar het Verenigd Koninkrijk onwaarschijnlijker
– De Nederlandse fiscale mogelijkheden zijn zeer gunstig voor multinationals. Vooral de ondoorzichtige rulingpraktijk bevoordeelt hen enorm boven MKB en gewone burgers
– Het Nederlandse vestigingsklimaat is zeer goed. Politieke stabiliteit, goed opgeleide bevolking, prima infrastructuren en verbindingen met het Europese achterland zijn uitstekende factoren, die het Verenigd Koninkrijk mist: politiek instabiel, dadelijk geen achterland meer, een enorme scheiding tussen arm en rijk en internationaal steeds minder aanzien
– Productieverplaatsing binnen Europa is zo goed als zinloos qua kosten en opbrengsten

Dan zijn er nog de emotionele argumenten. De invloed van de VVD op het kabinetsbeleid mag blijken uit het feit dat de Nederlandse werknemers onvoldoende profiteren van de economisch gunstige omstandigheden. De loonstijgingen zijn nauwelijks boven inflatie en lager dan de economische groei aan ruimte biedt. De kloof tussen rijk en arm neemt toe.

Angelsaksisch
De VVD heeft zich tot een Angelsaksische partij ontwikkeld in een Rijnlandse omgeving en vervreemdt zich steeds meer van de werkende Nederlander. In wezen heeft de partij zich ontwikkeld tot de politieke vleugel van VNO-NCW en werd de burger losgelaten. De keuze durven maken om twee miljard te vragen aan de Nederlandse burgers, waarvan ongeveer 1,6 miljard structureel – jaarlijks -naar het buitenland verdwijnt in de zakken van rijken of welvarende buitenlandse investeerders is dan ook niet meer uit te leggen, zéker in het licht van de economische argumenten, die geen indicatie geven dat het echt leidt tot meer werkgelegenheid of behoud ervan. Het steeds uitgedragen argument van vestigingsklimaat en de offers die daarvoor steeds worden gevraagd, hebben nooit geleid tot een werkgelegenheid die daar in verhouding mee staat.

De verontwaardiging bij de oppositie is in dat licht zeer begrijpelijk. Het is een soort adagium geworden waar de VVD zelf in blijft geloven, maar waarvoor elk economisch bewijs blijft ontbreken. Vragen vanuit de Kamer om transparant te zijn over de reden van de afschaffing worden consistent geweigerd. Dat komt neer op een schoffering van de democratie. Het kabinetsbesluit gaat niet over weinig geld en vraagt om een goed gemotiveerde toelichting. De eeuwige vestigingsklimaat-dooddoener van de VVD is dan onvoldoende argumentatie en vooral niet te onderbouwen. Dat CDA en D66 zich zo laten inpakken doet henzelf en de Nederlandse burgers te kort. Maar ze kunnen zich met name in de Eerste Kamer gelukkig nog bedenken.

Cc-foto: European Council

Geef een reactie

Laatste reacties (41)