6.807
143

Journalist / Programmamaker

Hasna El Maroudi (Rotterdam, 1985) is redacteur bij Joop. Hasna schreef in het verleden columns voor o.a. e-zine Spunk, NRC.next en Trouw.

Arme schapen

Als je als moslim dan zo nodig een offer wil brengen, doe dat dan echt en offer jezelf op

“En? Slachten jullie dit jaar ook een schaap?” vraagt mijn ma tussen neus en lippen door. Eigenlijk had ik al op het telefoontje zitten wachten waarin ze me – wederom en nadrukkelijk – de richtlijnen van de islam zou voorleggen en het verhaal van Abraham tot in den treuren zou herhalen. Hij moest zijn zoon aan God offeren, als test, maar – coulant als God is – mocht Abraham toch een schaap zijn plaats laten innemen. Om af te sluiten met: “En, Hasna, daarom slachten wij moslims elk jaar een schaap.” Alsof ik dat verhaal na het jaarlijks terugkerende schapenterreur ooit nog kan vergeten.

Het eveneens jaarlijkse telefoontje, waarin mijn moeder me eraan moet herinneren dat het bijna Offerfeest is en me vraagt of ik alsjeblieft niet vergeet vrij te vragen op mijn werk, is sinds dit jaar van inhoud veranderd. Ik ben namelijk getrouwd en run mijn eigen huishouden en dat betekent dat men verwacht dat manlief en ik ons eigen schaap slachten. En dat we de rest van het jaar duizend-en-één recepten voor schapenvlees verzinnen.

Voor mij hoeft het allemaal niet zo. Begrijp me niet verkeerd, ik vind een stukje vlees zo op z’n tijd heerlijk. Mijn moeders lamstajine prijkt bovendien al jaren bovenaan mijn top-5 van meest verrukkelijke gerechten in de wereld, maar wanneer we zo massaal aan het slachten slaan, niet alleen omdat de zogenaamde richtlijnen van de islam dat verlangen, maar veel meer omdat ‘de islamitische gemeenschap’ het van ons verwacht, vraag ik me toch af wie de echte beesten zijn. Want wat bezielt een huishouden van twee personen om een schaap te slachten en in te vriezen? In Afrika – om maar met een cliché te komen – sterft men van de honger, dichter bij huis hebben voedselbanken het moeilijk om aan de groeiende hulpvraag te kunnen voldoen en tegelijkertijd worden in islamitische kringen extra grote vriezers aangeschaft omdat men van gekheid niet weet waar het vlees anders te laten.

De druk om toch een schaap te slachten, want dan hoor je erbij en heb je een volwaardig huishouden, is groot. Dat terwijl er talloze andere mogelijkheden zijn om aan de zogenaamde eis – ik moet het gebod ‘gij zult op het Offerfeest een schaap slachten’ nog ergens tussen de vijf zuilen ontdekken – te voldoen. Zo kun je bijvoorbeeld het bedrag voor een schaap doneren aan minder welgestelden. Dubbel winst: jij zit niet met 100 kilo vlees en een ander kan het Offerfeest wel vieren. De enige verliezer is het schaap, dat alsnog wordt geslacht.

Als je als moslim dan zo nodig een offer wil brengen, doe dat dan echt en offer jezelf op: heb lak aan de verstikkende sociale controle en laat je niet onder druk zetten. Ga gerust langs bij je ouders en familie, geniet van de tafels vol mierzoete hapjes, maar laat het vlees links liggen. Het gezegde is niet voor niets ‘overdaad schaadt’. Ervoor zorgen dat in de toekomst minder schapen geslacht worden kan maar op één manier: nu minder schapenvlees eten. En dan beloof ik met kerst bij mijn schoonouders van Flappie af te blijven.

Geef een reactie

Laatste reacties (143)