2.757
16

Socioloog, publicist, programmamaker

Shervin Nekuee(Teheran, 1968) is socioloog, publicist en programmamaker. Hij studeerde aan de Universiteit van Utrecht en woont in Den Haag. Hij publiceert met regelmaat in dag- en weekbladen. Hij schreef De Perzische paradox: verhalen uit de islamitische republiek Iran (2006), uitgegeven door De Arbeiderspers. Op negentienjarige leeftijd vluchtte hij uit Iran, omdat hij weigerde deel te nemen aan de oorlog tegen Irak. Als socioloog, publicist en programmamaker is hij in het bijzonder geïnteresseerd in de culturele en sociale aspecten van de multiculturele samenleving en de politieke ontwikkelingen in het Midden-Oosten. 
Shervin Nekuee, die zijn sporen verdiende zowel in activistische als academische kringen, is curator en programmamaker van het Winternachten internationaal literatuur festival den Haag. Daarnaast is hij artistiek leider van het Mystic Festival Rotterdam, een festival met poëzie, muziek, storytelling en dansrituelen uit de mystieke islam en verwante mystieke tradities uit de hele wereld. Nekuee is verbonden aan het Grote Midden Oosten Platform dat de kennis en ervaring van in Nederland wonende Midden-Oosten deskundigen bij elkaar brengt voor trainingen, analyses en publicaties.

Asielzoeker van weleer

Een dagje uit in de Diergaarde: opa houdt luide tirade tegen asielzoekers

Na een lang bewind van natte en donker grijze dagen, schittert weer de zon. Samen met mijn jongste dochter van net drie jaar, zijn we in diergaarde Blijdorp. Een uitgestrekte dierentuin waar je het aangename gevoel kan koesteren dat je niet naar gekooide dieren gaat kijken, maar een dagje deel uit maakt van hun biotoop waar ze allemaal ruimte hebben om hun bijzondere schoonheid tentoon te stellen.

Op deze aangenaam zonnige dag in het uitgestrekte Blijdorp eindigen we ineens in een heel benauwend hoekje van de Hollandse geestesgesteldheid. Met de net gekochte sapjes gaan we loom zitten op de rijkelijk met kussens bedekte bankjes tegenover de sappen- en wafelkiosk. Schuin naast ons is een groot gezin gestrand. Drie generaties, picobello verzorgd, glad geschoren mannen, haren gemillimeterd, gerestylede vrouwen, de kids met kleren alsof ze net uit C&A zijn geplukt. Drie generaties sportief met Nike en Puma’s aan de voeten, van de jonge baby tot de oude opa.

Welvarend Hollands, denk ik bij mezelf. Maar dan verfijn ik mijn oordeel. Ik hoor een stug Rotterdams accent en de rauwe omgang met elkaar. Het levende bewijs van de succesvolle emancipatie van de vroegere arbeiders -opgeklommen tot de middenklasse van vandaag- met niet minder dan twee verre vakanties per jaar, twee auto’s en een stuk of wat laptops en tablets per huishouden. 

De opa, zo te zien, heeft meer dan de rest van de familie de hardheid van het arbeidersleven gekend. De zonnige welvaart zou hem het meest aangenaam maken. Niets is minder waar. Opa is de luidste van allemaal, en dat op zijn Rotterdams! Praat over asielzoekers als “Stelletje profiteurs, denken dat het hier Luilekkerland is. Schop onder de kont moeten ze krijgen, terug naar Verweggistan, opgeruimd staat netjes!”

De media stonden die dag bomvol alarmerende waarschuwingen van staatssecretaris Teeven over grote aantallen nieuwe Eritrese asielzoekers en opa stemde zo te horen daarin toe: “Ze leven in luxe hotels hier van onze belastinggelden. Dit is toch idioot, waarom doen we ons dit aan?!” vraagt opa retorisch, alvorens over te gaan op een tirade over luie kanker asielzoekers.

Ik, de asielzoeker van weleer, zwijg en dank God dat mijn oudste kinderen van acht en twaalf jaar er niet bij zijn. Want hoe had ik ze moeten beschermen tegen die beledigende tirade? Kleine Lara vindt godzijdank de Rotterdamse brompot niet interessant en heeft niet door dat het hier ook om de voorgeschiedenis van haar vader gaat. 

Wij lopen stilletjes weg, de tirade van de Rotterdamse opa houdt maar niet op. Ik heb te doen met zijn kleinkinderen die niet weg kunnen lopen. Ik heb ook te doen met mijn eigen kinderen die in zo’n giftig xenofoob levensklimaat moeten opgroeien. Maar vooral heb ik te doen met Nederland, het land dat mij en mijn lotgenoten ooit met open armen had ontvangen. Wij, de pleegkinderen van Nederland, de asielzoekers van weleer, kwamen dankzij een ware humane opvang in volle bloei.

Wij zouden nu juist in staat zijn om de brug te slaan tussen Nederland en de wijde wereld van globalisering, die Nederlanders deze dagen verwart en doet huiveren. Maar wij hebben geen zin om tegen de teneur van het doemdenken dat Nederland heeft omsingeld, in de aanval te gaan. Wij lopen stilletjes weg….

Dit artikel verscheen eerder in De Moslimkrant


Laatste publicatie van Shervin Nekuee

  • De Perzische Paradox

    Verhalen uit de Islamitische Republiek Iran

    2006


Geef een reactie

Laatste reacties (16)