7.959
80

Historicus, schrijver en columnist NRC

Zihni Özdil (1981) is historicus, schrijver en columnist voor NRC Handelsblad. Hij is in kranten en op televisie een veelgevraagd commentator op politieke, economische en culturele ontwikkelingen. Zijn standpunten zijn door de media omschreven als ‘onorthodox’ en ‘hard, maar gedocumenteerd'. Zijn boek Nederland mijn Vaderland (Uitgeverij De Bezige Bij) verscheen in oktober 2015.

Autochtone fop-intellectuelen

De nieuwe generatie kritische, onafhankelijke allochtonen brengt vastgeroeste kaders in de war

In de afgelopen weken lijkt er een kleine doch significante culturele kentering te plaatsvinden in Nederland. De stem van gekleurde Nederlanders die niet willen conformeren aan het multiculturele ideaal van de knuffelbare, zielige allochtoon noch het nieuwrechtse ideaal van de geassimileerde Oom Tom lijkt eindelijk serieus genomen te worden.

Blackface
Na decennia zit er enigszins schot in de discussie over Zwarte Piet, onze blackface-traditie. Alle onzinnige excuses van ‘het is roet!’ tot ‘kinderen vinden het leuk!’ worden door iedereen met enig denkvermogen niet meer serieus genomen.

Sterker nog, een aantal voormalig onwrikbare verdedigers van onze blackface-traditie geeft nu te kennen ‘om’ te zijn. Het interessante is dat dit nieuwe bewustzijn voor velen pas lijkt te zijn gekomen toen schrijver Robert Vuisje onlangs aangaf eindelijk te hebben geluisterd naar de ervaringen van zijn vrouw en zijn zwarte jeugdvriend.

In zekere zin is Vuisje heel moedig. Hij geeft – of hij het zelf nu door heeft of niet – toe dat ook hij tot voor kort weinig gaf om de gevoelens en meningen van zwarte Nederlanders. Anders had hij hun stem in een veel eerder stadium gehoord.

De grote olifant in de kamer blijft echter het feit dat de Zwarte Piet discussie over veel meer gaat dan enkel Zwarte Piet.

Witte hegemonie
Wat op tafel ligt is namelijk macht, privilege en culturele hegemonie. Welke segmenten van de Nederlandse samenleving bepalen de grenzen van het maatschappelijke discours? Wie heeft de macht over de invulling en evolutie van nationale tradities?

Met andere woorden, de witte, mannelijke, heteroseksuele hegemonie in Nederland – die dagelijks zichtbaar is en uitgebreid is gedocumenteerd in allerlei studies en rapporten(.pdf) – is het grootste onbenoemde taboe in deze tijd van zogenaamd ‘benoemen’.

Het is in dit verband ook opmerkelijk hoe laag het maaiveld – zowel ‘links’ als ‘rechts’ – blijft in Nederland. Er heerst een onbewuste angst voor gekleurde Nederlanders die echte inspraak eisen en kritisch willen participeren in het publieke debat. Deze onbewuste angst leidt veelal tot een reactionaire explosie van drogredeneringen en scheldpartijen.

Vaak gebeurt dat in ordinair racistische terminologie, vooral op social media. Maar soms is het ook verpakt in evenzeer racistische maar minder directe terminologie.

Zo schreef NRC columnist Arjen van Veelen dat Egbert Martina, Quinsy Gario en ondergetekende deel uitmaken van ‘een nieuwe generatie allochtone twitter-intellectuelen’, die zich bezighoudt met een ‘pietlulligheid’. Hiermee probeert hij ons etnisch te diskwalificeren als serieuze deelnemers aan het publieke debat.

Van Veelen heeft kennelijk niet eens door dat ik al jaren schrijf en publiceer over maatschappelijke kwesties – mijn eerste artikel over Zwarte Piet dateert bijvoorbeeld uit april 2006. Ook Martina en Gario publiceren regelmatig kritische analyses over allerlei maatschappelijke thema’s.

Zonder ook maar een regel te hebben gelezen of überhaupt iets te hebben begrepen van wat wij betogen, reduceert hij ons tot onze etnische afkomst en trekt hij stropoppen op.

Van Veelen stelt bijvoorbeeld dat als hij ‘de logica van Gario volgt op 3 jarige leeftijd een racist was’ omdat hij toen Zwarte Piet tekende in een plakboek.

Hiermee etaleert Van Veelen zijn intellectuele luiheid. Want Zwarte Piet critici betogen juist het tegenovergestelde. In plaats van zich te verdiepen in wat onze argumenten zijn, tovert Van Veelen dus een aantal verzinsels uit zijn hoofd en valt dat vervolgens aan.

Hij eindigt zijn column dan ook met de vraag waarom wij zoeken naar ‘vermeende oprispingen van het slavernijverleden’. Want, zo verzucht Van Veelen, ‘deze week werd bekend dat er 880.000 mensen als slaaf leven in de EU’.

Even los van het feit dat dit een regelrechte jij-bak, de koning der drogredeneringen, is heeft Van Veelen ook hier gemist dat wij al jaren schrijven over onder andere de rechten van vluchtelingen en de slachtoffers van mensensmokkel.

Vastgeroeste kaders
Met andere woorden; Van Veelen is een autochtone fop-intellectueel die niet gehinderd wordt door enige inhoudelijke kennis van de achtergrond of de argumenten van de Zwarte Piet-critici.

En zo zijn er nog vele andere autochtone fop-intellectuelen in het land. In de overwegend witte wereld waarin zij leven hebben ze nauwelijks geluisterd naar de gevoelens, ervaringen en de gearticuleerde kritiek van gekleurde Nederlanders.

De oude leenspreuk is waar; onbekend maakt onbemind. Echte diversiteit is daarom bedreigend.

Zo brengt de nieuwe generatie kritische, onafhankelijke allochtonen vastgeroeste kaders in de war. Autochtone fop-intellectuelen als Van Veelen zijn een laatste stuiptrekking van deze vastgeroeste kaders. Daarom ontstaat er ook zware kortsluiting in hun bovenkamer wanneer zij zien dat die ‘allochtonen’ langzaam maar zeker meer invloed krijgen in het publieke debat, dat daarmee rijker en diverser wordt.

Ik ben niettemin blij voor Van Veelen dat Twitter bestaat. Dankzij Twitter kan hij als een voyeur blijven parasiteren op de publieke uitingen van ‘allochtone twitter-intellectuelen’, om zijn columns te vullen.

Volg Zihni Özdil ook op Twitter


Laatste publicatie van Zihni Özdil

  • Nederland Mijn Vaderland

    2015


Geef een reactie

Laatste reacties (80)