4.660
237

Filosoof

Mihai Martoiu Ticu is in Utrecht afgestudeerd in de wijsbegeerte en internationaal recht. Hij is op 7 februari 1968 in Roemenië geboren en is sinds 1990 in Nederland.

Autochtoon, bemoei je met je eigen zaken

De autochtoon leeft met de indruk dat tolerantie een soort deugd is, een vrijwillig extraatje, een fooi die hij eenzijdig kan geven of ontzeggen

Het is schandalig dat ik – als allochtoon – sommige autochtonen de betekenis van het woord ‘tolerantie’ moet uitleggen. De autochtoon waant zich een almachtig opperwezen. Hij is iemand die vrijelijk over het lot van de allochtoon beslist. Hij bepaalt. Het is immers uit de goedheid van zijn hart dat hij wikt en beschikt. Want, laten we eerlijk zijn, wie weet er nou beter dan hij wat goed is voor de allochtoon?

Bovendien leeft de autochtoon met de indruk dat tolerantie een soort deugd is, een vrijwillig extraatje, een fooi die hij eenzijdig kan geven of ontzeggen, afhankelijk van zijn grillen. Als hij tolerant is, is hij gul, royaal en vrijgevig. Zijn beeld van het woord ‘tolerantie’ is een gevende hand in de richting van de bedelaar: de allochtoon.

Hij ziet tolerantie niet als een plicht of als enige andere vorm van noodzakelijke dwang. Tolerantie kan hij op elk willekeurig moment stoppen, zonder enige gevolgen, zonder enige vorm van blaam, zonder opgave van reden. Zijn ziel blijft na deze ontzegging onberispelijk blank. En, om een voorbeeld te geven, deze autochtoon gelooft dat het aan hem is om te beslissen of een moslima een hoofddoek mag dragen of niet. De moslima zelf hoeft niets gevraagd te worden; een bode met het verdict volstaat.

Aan de andere kant van het spectrum vinden we de ontvanger van de gunst: de allochtoon. De allochtoon moet vooral dankbaar, geknield het handje van de meester kussen en zich snel onzichtbaar maken; hij dient terug naar zijn plicht te gaan, ergens een plee poetsen. Hij moet vooral het verschil in status erkennen, tolerantie opvatten als een extraatje waar hij geen aanspraak op kan maken en weten dat de meester altijd gelijk heeft.

Deze relatie tussen gever en bedelaar is asymmetrisch. De allochtoon beschikt niet over deze tolerantiedeugd, hij kan de meester niets gunnen. Alles wat de meester doet, is immers zijn onvervreemdbaar recht. Onze moslima is in overtreding alleen al bij de gedachte een esthetisch oordeel over de gewaden van de autochtoon te vellen.

Indien ik onduidelijk ben, bovenstaande beschrijving is geen generalisering, maar slechts een vertekend beeld van sommige autochtonen. Ik zal hieronder de echte betekenis van het woord ‘tolerantie’ ontvouwen.

Tolerantie is geen gift, maar een grens
Iedereen is vrij om alles te doen of te laten wat hij wil, met zichzelf en instemmende volwassenen. Tolerantie betekent dat jij daarover weinig te vertellen hebt en er geen dwang over mag uitoefenen. Je mag wel een leefbare druk gebruiken, zoals een milde poging iemand van iets te overtuigen, met rationele argumenten en zonder te dreigen met represailles. Je mag bijvoorbeeld een ander aansporen wat aan zijn haar te doen, je mag ook zeggen dat zijn kapsel klote is.

Maar je kunt niet te lang blijven zeuren, nadat de andere een grens heeft gesteld en gezegd “tot hier en niet verder.” Als je doorgaat in je aandrang, heb je de grens tussen tolerantie en intolerantie geschonden. Het verschil tussen leefbare en onleefbare druk wordt beslist door diegene die de druk ondergaat. Hij of zij stelt de grens. Tolerantie is dus geen deugd, geen vrijwillige gunst aan een ander, maar een door de ander, willekeurig besloten beperking van je vrijheid.

Dit verandert als iemand de gerechtvaardigde belangen van anderen schendt. Als iemand een portemonnee steelt, kan hij of zij niet meer de grens stellen van je druk. De maatschappij bepaalt op dat moment hoe groot de druk wordt opgevoerd om de portemonnee terug te geven. Ook deze druk is echter beperkt door (mensen)rechten. Andere voorbeelden: vrouwenbesnijdenis en het lastig vallen van homo’s hoef je niet te tolereren.

Het is waar dat het in sommige gevallen moeilijk is te bepalen of iemand de gerechtvaardigde belangen van anderen schendt. Een bakker, die zijn brood tien cent goedkoper verkoopt, kan het faillissement van een andere bakker oproepen, zijn zelfmoord veroorzaken, leidend tot een weduwe en een getraumatiseerd bijstandskind in de criminaliteit. We moeten dan een balans vinden tussen vrijheden en kijken welke oplossing het algemeen belang het best dient; zonder onszelf voor te trekken.

Veel belangen zijn ongerechtvaardigd – bedriegen bijvoorbeeld – en soms is het onduidelijk welke belangen gerechtvaardigd zijn. De charlatan misbruikt deze onduidelijkheid en definieert zijn gerechtvaardigde belangen (of het algemeen belang) zodanig dat hij zichzelf onverdiende voordelen toekent, of voor anderen oneerlijke nadelen veroorzaakt. Bijvoorbeeld iemand die een hoofddoek interpreteert als een schending van zijn gerechtvaardigde belangen, met als smoesje dat de hoofddoek een ‘statement’ zou zijn dat moslims superieur zijn.

Natuurlijk kan een moslima een gerechtvaardigd belang hebben om zonder hoofddoek rond te huppelen en zij is de enige die het mag beslissen.

Dus tolerantie betekent onvoorwaardelijke onthouding van ondraaglijke druk op een ander, zolang zijn handeling geen schadelijke gevolgen heeft voor de gerechtvaardigde belangen van derden.

Bemoei je dus met je eigen zaken.

Geef een reactie

Laatste reacties (237)