2.816
37

Psycholoog en adviseur

Tom Kniesmeijer is psycholoog.
Hij werkte als trainer communicatievaardigheden en raakte daarna verzeild in de reclamewereld, bij grote bureaus als BBDO, TBWA en JWT. Hij was bestuurslid voor branchevereniging VEA en ontwikkelde het innovatieplatform Re:Set.

Daarnaast was hij voorzitter van het COC Amsterdam, schreef een column in sQueeze en trad regelmatig naar voren in de media als deskundige op het terrein van maatschappelijke ontwikkelingen.

Avatar wordt een icoon van de tijdgeest

Donderdag ging Avatar in première in de Nederlandse bioscopen. De film is al een succes en verdient dat, omdat hij op verschillende niveaus een revolutionaire boodschap brengt.

Science fiction draait steevast om eerbare zielen die de wereld redden uit de klauwen van aliens met slechte zin. Avatar draait dat principe vanaf het begin radicaal om. Nadat de mensheid eerst zijn eigen milieu platgewalst heeft, wordt ook de planeet van de pure Na’vi onder handen genomen met futuristische bulldozers en aanvalsschepen die een gemeen insectachtig voorkomen hebben.

Een aantal speciaal getrainde mensen wordt als avatar – een virtuele verschijningsvorm – de wereld van de Na’vi binnengebracht, om ze te kunnen manipuleren. De menselijke agressor toont zich daarbij volstrekt ongevoelig voor de uitgebalanceerde natuurlijke krachten op de gekoloniseerde planeet. Dan ontvouwt regisseur Cameron een verrassende visie op de relatie tussen mens en natuur, die hij neerzet als delicate keten met een gedeeld bewustzijn. Iedere schakel kan een diepe verbintenis aan gaan met elke andere schakel. Draken met mensen, mensen met bomen, bomen met draken. Juist omdat die boodschap van ketendenken en onderlinge afhankelijkheid onderkoeld en met de nodige humor gebracht wordt, komt hij aan. Avatar is zo’n film die met terugwerkende kracht over tien jaar tot icoon van een kantelende tijdgeest  benoemd zal worden, zoals The Matrix tien jaar geleden voer voor filmfilosofen werd. Maar er is nóg een interessante laag: Avatar plaatst de emancipatie van het virtividu op de maatschappelijke agenda.

De opmaat: van spel naar realiteit.
De Wii spelcomputer verleidt je om in plaats van passief op knoppen te drukken, je hele lichaam te gebruiken. De grens tussen fantasie en werkelijkheid wordt daardoor opgerekt. Je beweegt weliswaar niet werkelijk in het spel, maar wel met het spel. Nu is de Wii bijzonder, over tien jaar archaïsch. Met onze Wii houden we afstand tot de avatars die we besturen op de computer en onze ogen geven dat door aan de hersenen. Wanneer die afstand verdwijnt, bijvoorbeeld door middel van een speciale computerhelm die de ogen in het spel brengt, kan een mens, volgens zijn eigen beleving en gevoel, werkelijk zijn in een virtuele wereld. En daar een eigen identiteit ontwikkelen. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat wanneer de realiteit op de juiste manier virtueel nagebootst wordt, de hersenen geen onderscheid maken. Proefpersonen die in een sterk realistische opstelling het perspectief van een paspop – vraag me niet naar het waarom van deze keuze – werden binnengeleid, registreerden bijvoorbeeld zeer reële en meetbare pijngevoelens wanneer een onderzoeker een speld in hun virtuele lichaam stak. De hersenen nemen voor waar aan wat de ogen waarnemen.

Introducerend: Het Virtividu.
Nieuwe technieken brengen het moment dichterbij dat de virtuele wereld even reëel aanvoelt als de werkelijke.  De gevolgen zijn groot. Kwetsbare individuen kunnen ervoor kiezen om de realiteit te verlaten en verder te leven als virtividu: de mens die primair in de virtuele wereld leeft, als zelfgekozen avatar. En dát is wat de hoofdpersoon in Avatar doet. Na een klassieke identiteitscrisis (“I don’t know who I am any more”), wil hij definitief in de huid van zijn avatar stappen en zijn menselijke gedaante af leggen. Ik dicht Avatar sterk voorspellende kwaliteiten toe. Binnen een aantal jaar worden we geconfronteerd met de emancipatiestrijd van het virtividu. Mensen die kiezen voor een virtueel leven, eisen dat hun avatar erkend wordt in de reële wereld.

Dit weekend nog hoorde ik van een veertienjarige, gameverslaafde jongen. In het dagelijks leven een opgeschoten, weinig geliefde nerd, is hij in zijn verkozen spel een van besten van de wereld. Als deze jongen zijn leven in het teken wil zetten van het worden van virtueel wereldleider, hoe gaan we daar dan mee om? Waar leggen we de grens? Welk deel van zijn leven mag hij in zijn virtuele wereld doorbrengen? En wat doen we wanneer de jongen uiteindelijk besluit dat zijn virtuele karakter zijn ware identiteit is, en hij door anderen als avatar aangesproken wil worden? Als je dat idioot vindt klinken, bedenk je dan even wat het criterium is voor transseksualiteit: ten diepste ervan overtuigd zijn dat je in een verkeerd lichaam geboren bent.

Avatar roept een grote vraag op over het ‘zijn’ van mensen. En trekt daarmee een lijn vanuit de geschiedenis door naar de toekomst. Tot aan de jaren zestig was onze identiteit vooral collectief bepaald, in de jaren zeventig werden we individu en in de jaren negentig zelfs multividu (de gelaagde persoonlijkheid die in verschillende situaties verschillende facetten van zijn karakter toont). Waarom zou daar niet het parallelle individu, het virtividu, aan toegevoegd worden?

Het wordt een interessant juridisch en media issue. Waar bevindt zich onze essentie? In het lichaam of in de geest? En als hij in de geest huisvest, en die geest kan niet meer het verschil maken tussen virtualiteit en realiteit, hoe definiëren we dan de essentie van mensen? Wat zijn precies de rechten van het virtividu, de persoonlijkheid die mensen ontwikkelen binnen de virtuele wereld? In hoeverre kan de maatschappij gedwongen worden iemands virtuele realiteit te erkennen?

Avatar representeert een geweldig verfilmde droomwereld.  Misschien is het voor u een nachtmerrie-scenario, maar velen zullen de droom gaan geloven.


Laatste publicatie van TomKniesmeijer

  • Seizoenen van de Tijdgeest

    2009


Geef een reactie

Laatste reacties (37)