779
10

Docent Toegepaste Psychologie

Henk Verhoeven is werkzaam als docent Toegepaste Psychologie aan de Fontys Hogescholen. In 2013 publiceerde hij “Oerganisatie. De evolutie van samenwerking, van mierenhoop tot multinational” (Maven Publishing), waarin hij verschijnselen als samenwerking, moraal, economie en technologie vanuit een evolutionair perspectief benadert.

Baltimore, wie is aan zet?

Gelijkheid tussen blank en zwart is helaas een nog ver weg gelegen utopie

Gelijkheid tussen blank en zwart is helaas een nog ver weg gelegen utopie. In statistieken over werkeloosheid, misdaad, drugsmisbruik, gebroken gezinnen en gezondheid staan zwarten consequent in de verkeerde rijtjes. De weg naar constructieve oplossingen lijkt geblokkeerd door slachtofferschap, discriminatie en doorgeschoten politieke correctheid. Onderzoek naar intelligentieverschillen opent mogelijk nieuwe perspectieven.

IQ-scores en schoolbevorderingstesten
Sinds het ontstaan van de intelligentietest en systematische documentatie van schoolvorderingen van Amerikaanse kinderen, worden structurele verschillen zichtbaar tussen de gemiddelde scores van diverse bevolkingsgroepen. De Afro-Amerikaanse gemeenschap scoort het slechtst. De koppositie van de blanke meerderheid is inmiddels overgenomen door immigranten van Oost Aziatische afkomst, zij zijn die nieuwe economische succesnummers. Ook nieuwkomers uit Latijns-Amerikanen landen doen het verrassend goed.

Hoewel het gat tussen de zwarte minderheid en de blanke meerderheid niet altijd even groot is geweest, is er geen trend waarneembaar dat die kloof binnen afzienbare tijd overbrugd gaat worden. Over de oorzaken van deze prestatieverschillen is veel gespeculeerd. Die speculaties laten we hier links liggen, maar de resultaten van wetenschappelijk onderzoek, kunnen ons wel iets leren. Ook richting de problemen die zo gewelddadig de kop opsteken in Baltimore en Ferguson.

Raciale verklaringen over verschillen in intelligentiescores en maatschappelijk succes kunnen gemakkelijk naar het rijk der fabelen worden verwezen. Adoptiestudies laten zien dat zwarte kinderen die in gezinnen terecht komen met een positieve houding ten opzichte van school, studie en maatschappelijk succes, net zo goed presteren als hun witte stiefbroertjes en –zusjes. Wel laten deze studies ook een hele andere kant van het probleem zien. Maar daarover dadelijk meer.

Ook de Sociaal-economische status van ouders of hun opleidingsniveau speelt vreemd genoeg amper een rol. Kinderen van hoogopgeleide zwarten presteren – vooral vanaf hun puberteit – opvallend slechter dan op basis van hun welgestelde afkomst verwacht mocht worden. Intelligentie blijkt voor ongeveer 50 á 60% genetisch bepaald te zijn, maar deze regel lijkt hier op het eerst gezicht niet op te gaan. Ook hierover dadelijk meer.

Scholen in zwarte achterbuurten hebben doorgaans niet de uitgebreide faciliteiten (computers, sport voorzieningen, bibliotheken) die witte scholen wel hebben. Toch blijkt ook deze factor amper invloed te hebben op de IQ scores en schoolvorderingsprestaties van zwarte leerlingen.

Waar wel een belangrijke verklaring gevonden is, zijn de verwachtingen van docenten over de kwaliteiten en prestaties van hun leerlingen. Lage verwachtingen leiden tot lage prestaties en hoge verwachtingen tot hogere prestaties. Percepties zijn Self Fulfilling Prophecy’s. Net als in Nederland docenten in hun ijver allochtone leerlingen voor falen te behoeden hen niet naar een hoger schooltype laten doorstromen, zo zijn in Amerika de verwachtingen van zowel blanke als zwarte docenten van hun zwarte leerlingen niet erg hoog gespannen.

Kinderen van de Japanse Buraku kaste – de laagste kaste in de Japanse samenleving – presteren in Japan zelf vrijwel altijd onder de maat. Geëmigreerd naar Amerika komen ze terecht bij docenten die onwetend zijn over het Japanse kastensysteem en de plek van hun Japanse leerlingen daarin, maar wel weet hebben van de opvallend sterke prestaties van de groep Japanse immigranten als geheel. Het gevolg is dat in Amerika ook Buraku jongeren de topprestaties laten zien die overeenkomen met de verwachtingen van hun docenten.

De belangrijkste factor echter die de structurele achterstand van zwarten kan verklaren blijkt wat genoemd wordt ‘Oppositional Culture’. Zwarte kinderen die als baby geadopteerd zijn door een wit gezin, presteren aanvankelijk hetzelfde als hun witte leeftijdgenootjes, tót het moment echter dat de puberteit aanbreekt. Dan vlakken hun scores af of dalen zelfs, terwijl die van blanke leeftijdgenoten de normale groei laten zien.

Hetzelfde effect zien we optreden bij kinderen uit welgestelde zwarte gezinnen met hoogopgeleide ouders. Ook daar hebben pubers de neiging zich te vereenzelvigen met de stereotype zwarte cultuur. En school is daarin niet ‘cool’. Uiteraard bestaat ‘de’ zwarte cultuur niet, maar elementen uit de meer extreme varianten zoals de Gangsta-cultuur (Get Rich, Or Die Trying) komen in veel zwarte jongerenculturen terug. De waarden die succes op school en werk mogelijk maken, worden hier nadrukkelijk afgewezen. Uit sociologisch onderzoek blijkt dat hoogpresterende blanke kinderen tijdens hun puberteit amper veranderingen in hun vriendenkring meemaken. Bij zwarte kinderen ligt dit radicaal anders. Goed presteren op school is daar een openbare oproep uit je vriendengroep gestoten te worden.

IQ-testen meten geen intelligentie maar werksucces-factoren
IQ en Intelligentie zijn wetenschappelijk en filosofisch glibberige begrippen, en niet te vergelijken met zoiets als lichaamslengte, dat je vrij objectief kunt vaststellen. In plaats van over IQ of Intelligentie spreken we dan ook beter over ‘werk- en denkniveau’. Feitelijk meet een IQ test vooral of iemand over die kwaliteiten beschikt die nodig zijn om in moderne op efficiency en effectiviteit gerichte organisaties te werken. Daarom ook dat de uitkomsten van IQ tests wel zeer goede voorspellers zijn van werk- en studiesucces.

Dat zwarte culturen zich distantiëren van dit normenpatroon omdat het afkomstig is van de blanke meerderheid, hun voormalige onderdrukkers, is aan de ene kant wel te begrijpen maar is anderzijds kortzichtig door het ontbreken van een substantieel alternatief. De zwarte Amerikaanse gemeenschap heeft geen eigen economie die voldoende werkgelegenheid creëert. Zij blijft dus afhankelijk van het door ‘blanke’ (d.w.z. op rationaliteit en economische effectiviteit gerichte) normen gedomineerde bedrijfsleven en overheidsapparaat.

Zolang de zwarte gemeenschap dit niet doet, blijft een groot deel van de zwarte jongeren gevangen in de zinloze wurggreep van werkeloosheid, criminaliteit en discriminatie. Als maatschappij moeten we de randvoorwaarden creëren, maar daarna komt het toch echt aan op individuele keuzes en zelfdiscipline, en geldt het motto van Mark Rutte: “Je moet je erin vechten.”

Henk Verhoeven schreef ‘Oerganisatie – De evolutie van samenwerking, van molecuul tot multinational’


Laatste publicatie van Henk Verhoeven

  • Oerganisatie

    De evolutie van samenwerking, van mierenhoop tot multinational

    2013


Geef een reactie

Laatste reacties (10)