1.861
0

oud-hoofdredacteur NOS Journaal

Nico Haasbroek werkte voor VARA en VPRO onder andere als correspondent in Duitsland en New York, was hoofdredacteur van Radio en TV Rijnmond en van het NOS-Journaal.

Barbie in Bangladesh

Herdenking ramp textielfabriek is makkelijk scoren voor luie en bange journalisten

Nico Haasbroek is in Dhaka, de hoofdstad van Bangladesh, ter gelegenheid van de herdenking van de rampzalige instorting van een textielfabriek. Die ramp kostte vorig jaar aan meer dan duizend textielarbeiders het leven. In Dhaka treft Nico ook kunstenares Tinkebell die de stad bezoekt voor haar ‘Saves the World’ project. “Tijdens haar presentatie haalt ze ineens menselijke botten uit haar tas.”

‘De meeste Rana Plaza-slachtoffers kunnen de eindjes nog altijd niet aan elkaar knopen’. Dat meldt The Daily Star maandag in een groot verhaal over een onderzoek van ActionAid Bangladesh. Ik zit achter een goddelijk koele mango smoothie in mijn koffietent in het hartje van Dhaka. Ik lees ook: ‘One dies after eating watermelon’. Ja, uw reporter zit weer bovenop het nieuws.

Begin april vragen PUM (een organisatie van senior experts die actief zijn op het gebied van ontwikkelingssamenwerking) en de FNV mij om in Bangladesh een media-training te verzorgen naar aanleiding van 1 jaar Rana Plaza. Kort dag. Thema is dus het ongeluk met de ingestorte textielfabriek in Savar, waarbij meer dan duizend doden vielen. De berichtgeving daarover noem ik jubileumjournalistiek. Een uitvloeisel van de agenda-journalistiek. Makkelijk scoren voor luie en bange journalisten.

Het hele circus is al op gang gekomen. De internationale pers bevolkt de dure hotels, waar de regering hen diners voorschotelt. De bonden organiseren voorspelbare demonstraties. Aktiegroepen en ngo’s bombarderen het internet met hun eisenpakketten. Natuurlijk moeten we reageren, maar de vraag is of het helpt. En hoe we ons doel bereiken of daar zo dicht mogelijk bij in de buurt komen.

Barbie als rolmodel
Ik pijnig mijn hoofd over die vragen en er beginnen enkele ideeën te ontkiemen. Ik wil proberen een kleine bijeenkomst te organiseren waar zo’n tien heel verschillende mensen uit de losse pols op Rana Plaza reageren. Dat moet dan live gestreamd worden, waardoor de hele wereld er kennis van kan nemen.

Gek genoeg denk ik ook aan Barbie, de speelgoedpop. Ik associeer haar met mode en Westers geld. Ik wil werken met korte beelden via nieuwe media, in plaats van veel woorden en de clichébeelden via de televisie.

In de kelder van het winkelcentrum, tien minuten lopen van mijn hotel, vind ik in een supermarkt een vak met speelgoed. Ik zoek een Barbie doll met zwart haar uit. Ze heet Sneeuwwitje. Op de doos staat: made in Indonesia. Zoals wij onze kleding in lage lonen landen laten fabriceren, zo doen de Amerikanen dat dus ook met Barbie. Komisch.

Als totale vreemdeling hier begin ik bij de Dutch Club, gelegen in de diplomatenwijk, die zoals bijna altijd vlakbij het vliegveld ligt zodat je snel de benen kan nemen als het in zo’n instabiel land de verkeerde kant op gaat. Er is een bar, een tennisbaan en een lekker zwembad. Ook zijn er bitterballen en kaasblokjes.

Ik heb meteen geluk. Loop tegen een man op die zegt in de textiel te werken. Zo te zien niet als arbeider. We wisselen wat beleefdheden uit en wat hij zegt maakt me nieuwsgierig. Verder onderzoek ik of je vanaf deze plek live zou kunnen streamen. Perfecte techniek is nu eenmaal niet het sterkste punt van landen waar de stroom om de haverklap uitvalt. Een paar uur later vraag ik de textielman via de mail of ik hem mag interviewen. Dat mag alleen off the record. Mijn verzoek om de bijeenkomst eventueel in de Dutch Club te mogen organiseren wordt afgewezen, omdat de eigenaar van de grond waarop de club staat een connectie met de textielbusiness heeft.

Stenen gooien
De vraag van de FNV is of ik vakbondsmensen en lokale ngo-ers wil uitleggen hoe de media werken, hoe je die moet benaderen en hoe er op te reageren? De lijn van mijn training is: een beetje theorie over de belangrijkste journalistieke principes, uitleg over de werking van de doorsnee media wereldwijd, de kritiek daarop en de alternatieven, uitmondend in workshops om je zelf via het internet als journalist te ontpoppen. Maar ik begin met Barbie.

We maken een klein vervolgverhaal met foto’s en filmpjes waarbij we steeds andere teksten op haar plastic borsten prikken. Teksten als: WORKER, 1 YEAR RANA PLAZA, VICTIM, NO COMPENSATION, NO MORE RANA PLAZA en HELP. Dan gaan we de straat op om een grote steen op haar hoofd te gooien. We gaan eerst op zoek naar deeg om haar naaldhakken te verankeren.

Onze actie trekt veel bekijks. Maar de cursisten zoomen bij het filmen – ondanks mijn instructies – meer op mij in dan op de steen en Barbie. Al doende leert men. Een tweede poging om een reserve-Barbie in de fik te steken teneinde een optimaal slachtoffer-effect te bewerkstelligen lukt wel aardig.

Als onderdeel van de training zeg ik dat ik een textielfabriek hier om de hoek wil bezoeken en vraag wie van de cursisten er mee willen? Eén jongen steekt zijn vinger op. Hij heet Saddam Hossain (ja, zo heet hij echt). Ik vertel via een tolk dat ik zijn jachtvriend, sheik Feisal uit Qatar, ken. Saddam moet lachen. De leiders van de bond, Industrial, lachen mij beleefd uit om mijn plan de fabriek in te gaan. “Dat gaat u niet lukken, brother Nico.”

We lopen naar de fabriek. Ik instrueer Saddam dat hij mij moet introduceren als een oude schrijver uit het bevriende Nederland die een portret wil schrijven over de buurt rond zijn hotel, hier om de hoek. Maar mijn aanwijzingen zijn niet nodig. Saddam loodst mij heel behendig naar binnen. Al pushend loopt hij door, zonder veel te zeggen.

De fabriek heet Cambridge en begint op de vierde of vijfde etage. Het gebouw lijkt een beetje op dat van Rana. Er zitten ook andere bedrijven, winkels en restaurants, in van meerdere eigenaren, wat onveiligheid in de hand werkt. De ingangen zijn zwaar bewaakt. De productie-manager, Arifull Rahaman, draagt een paarse blouse en leidt ons rond.

Als ik de naaiende kinderen zie, moet ik aan mijn moeder denken. Die begon als juf nuttige handwerken op de huishoudschool en zat thuis vaak achter de naaimachine. Als ik kind zag ik vanuit de eetkamer oudere meisjes in de aangrenzende kamer in onderjurken. Ze knipten patronen en pasten nieuwe jurken. Wonderlijk vond ik dat en opwindend. Op elke verdieping hier in Dhaka werken 220 overwegend jonge vrouwen. De werkdruk lijkt hoog. De ventilatie functioneert goed. Er worden veel spijkerbroeken gemaakt, alles voor de lokale markt. We zien hoe de productie, controle en de afwerking in hun werk gaan.

Foto’s maken is geen probleem. Maar ons laten praten met de naaisters wil mr. Rahaman liever niet, omdat de productie niet mag verslappen. Op Saddam maakt deze kleine fabriek op het eerste gezicht een redelijk goede indruk. We worden, terug in het trainingslokaal, als we met de foto’s bewijzen dat het ons gelukt is, met applaus beloond.

‘Ik praat alleen off the record’
Via iemand van de ambassade kom ik in contact met de kunstenares Tinkebell en haar partner, de filmer Chris Houtzager. Ik vraag Tinkebell om de cursisten over haar Rana Plaza project te komen vertellen. Geen probleem. Tijdens haar presentatie haalt ze ineens menselijke botten uit haar tas die ze op het terrein van Rana Plaza zegt te hebben gevonden. Ze wil op 24 april op die plek een speciaal ontworpen grafmonument plaatsen. De aanwezigen zijn onder de indruk.

Aansluitend heb ik een afspraak met de textielman. Omdat we alleen off the record mogen praten, geef ik hem de naam Peter Marklin. Het gesprek duurt zo’n drie uur. Peter werkt al twintig jaar in de textielbusiness, hier in Zuid-Oost Azië, en sinds ruim twee jaar in Dhaka als general-manager van een trading company, een tussenschakel tussen de klanten en de fabrieken.

“We plaatsen orders voor klanten en krijgen commissie. Ook werken we met een designteam. Ik heb altijd in de productie gezeten. De manier waarop over de textiel hier bericht wordt is eenzijdig. Veel van mijn fabrieken zijn goed voor hun mensen. Ze geven meer salaris dan ze hoeven te geven. Hier is het minimumloon ongeveer 53 dollar per maand, in China 450 dollar.”

“Het gekke is dat er veel mensen zijn, maar een tekort aan arbeidskrachten. Veel mensen zijn door al die ongevallen bang geworden. Bedrijven willen wel weg uit de stad, maar de regering moet dan land geven voor het opzetten van eigen bedrijven en dat gebeurt niet. We hebben een seminar georganiseerd naar aanleiding van de ‘Hardcash’-documentaire van ITV. Dat waren shockerende beelden. Vooral die over de kinderarbeid. Moeders moeten vaak hun kinderen meenemen naar de fabriek. Er zijn geen creches. En die kinderen verveelden zich. In de spinnerijen had je kleine handen nodig.”

‘Het is hier heel zwaar’
Hij legt het verschil uit tussen het continent waar de goede textiel zit, zoals China en Hong Kong, en het sub-continent. Bangladesh is sub-continent. “Er is hier een slechte regering. Het is corrupt. Als je hier niet werkt, dan eet je niet. De mensen hebben niet leren denken. En de pers hier is godvergeten vrij. Good news does not sell. Het is constant vechten. We lullen een half jaar om dingen voor elkaar te krijgen. Het woord commitment kennen ze hier niet. Waar is de normaliteit? Het is hier heel zwaar. Ik werk twaalf uur per dag en dan nog een paar uur thuis. Het is zwaar vanwege de mentaliteit van de mensen, het gebrek aan educatie, het dagelijks vastzitten in het verkeer.”

We praten over het akkoord. “Dat is een goed initiatief. Een van mijn klanten zit in de stuurgroep. Er zijn drie bedrijven hier naar toe gehaald om onderzoek te doen naar de brandveiligheid en de gezondheidsomstandigheden. Op zich zijn de regels, de building code, goed. Het probleem is de gebrekkige naleving, omdat er vaak sprake is van meerdere fabrieken in één gebouw met‚ building owners. Nieuwe textielfabrieken zouden als louter fabriek gebouwd moeten worden met één eigenaar, die als enige verantwoordelijk kan worden gesteld.”

Wat vindt Marklin van de voortslepende discussie over de compensatie-regelingen?
“Men wil 41 miljoen dollar hebben en tot nu toe is nog niet de helft voldaan. Veel bedrijven hebben gedoneerd, maar daarna een ‘shitbrief’ ontvangen. Een groot probleem is hoe je het geld het land binnenhaalt. Als je doneert, wil je daar geen tien procent belasting over betalen. We zijn ons bewust van onze maatschappelijke verantwoordelijkheid. Ik ben het er mee eens dat er gecompenseerd wordt, maar de vraag is hoe je het in de praktijk goed gaat regelen. De regering van Bangladesh heeft tot nu toe 200 euro betaald. Het akkoord doet de inspectie en training op eigen kosten, maar gaat niet voor het herstel betalen. De internationale vakbondsorganisatie ILO wil dat wij 3 maanden salaris vooraf betalen, maar ook hier is de vraag: hoe breng je dat in de praktijk?”

Ik breng de rol van de Nederlandse regering ter sprake. “Geen idee wat zich in Nederland afspeelt. Wat Nederland wil is idioot. Daar bepalen wat hier mag gebeuren. Ik maak me zorgen om de financiële crisis in Europa. De enorm hoge werkloosheid daar maakt de mensen arm. Dat merken wij hier in de textiel. En sinds Rana Plaza ontvangen we twintig procent minder orders.”
Ik zeg Peter dat ik niet vrolijk van zijn verhaal word. “Ik ben een doe-er en wil dingen voor elkaar krijgen, maar stuit op een cultuur die dat onmogelijk maakt.”

Foto’s: Chris Houtzager

Geef een reactie

Laatste reacties (0)