750
6

Religie- en literatuurwetenschapper

Ernst van den Hemel (1981), religiewetenschapper, literatuurwetenschapper, activist. Promoveerde op religie en politiek in het werk van Johannes Calvijn. Publiceerde in 2009 Calvinisme en Politiek: Tussen Verzet en Berusting. Naast werk als academicus is hij betrokken bij verschillende activistische collectieven, waaronder Galerie Schijnheilig, Artists in Occupy Amsterdam, en verzet tegen het belachelijke concept 'de illegaal'.

Bartleby, of de illegaal

De Raad van State constateert misbruik bevoegdheden omtrent vreemdelingendetentie

Het is een idee dat het waard is om te doordenken: het enige dat wie dan ook in Nederland hoeft te doen om ongewenst vreemdeling te worden, is zeggen: ‘I would prefer not to’. In Bartleby, the Scrivener: A Story of Wall Street van Herman Melville wordt verhaald over de klerk Bartleby die op een dag zonder duidelijke opgaaf van redenen simpele taken begint te weigeren. Hij antwoord op alle vragen die hem gesteld worden: ‘I would prefer not to’. Dit leidt uiteraard tot Bartleby’s ontslag en hij sterft uiteindelijk tussen de dieven en moordenaars in de gevangenis.

De Bartleby van tegenwoordig eindigt in vreemdelingendetentie: of je nu illegaal bent of niet, alleen al het zeggen ‘I would prefer not to’ leidt ertoe dat je tot ongewenst vreemdeling verklaard wordt.

De uitspraak van de Raad van State van 1 februari aangaande de ontruiming van het kraakpand Schijnheilig op 5 juli 2011 legt maar weer eens feilloos bloot wat er gebeurt met de Bartleby’s van vandaag de dag. Bij de demonstratie werden 140 mensen gearresteerd voor het niet opvolgen van een ambtelijk bevel. Hier staat normaal gesproken de straf op van een geldboete. Het verschil is echter dat 52 demonstranten hun arrestatie dusdanig onrechtmatig vonden dat zij als antwoord op de vragen van de politie antwoordden: ‘I would prefer not to’. Al deze 52 demonstranten zijn door het Openbaar Ministerie in vreemdelingendetentie geplaatst. De meest hardnekkige Bartleby heeft meer dan twee maanden in vreemdelingendetentie gezeten voor niets anders dan het zeggen ‘I would prefer not to’. De Raad van State heeft deze praktijk bekritiseerd als misbruik van bevoegdheden. Er moet een verdenking bestaan dat het gaat om een ‘vreemdeling zonder rechtmatig verblijf’ voordat overgegaan mag worden tot plaatsing in vreemdelingendetentie, en deze was in het geval van de demonstratie rondom de ontruiming afwezig. Daarmee is hier echter nog niet het laatste over gezegd. Het beleid – als iemand zich niet identificeert is die persoon illegaal en als die persoon illegaal is mag deze persoon vastgehouden worden totdat deze persoon bewezen heeft dat hij/zij niet illegaal is, een omdraaiing van de bewijslast –  blijft vooralsnog ongewijzigd, en, wellicht belangrijk, de onderliggende structuren blijven onbevraagd.

Je kan zeggen wat je wilt over het weigeren van identificatie (“you have the right to remain silent”), maar het is een veelzeggend feit dat het niet meewerken aan identificatie tegenwoordig automatisch leidt tot plaatsing in de vreemdelingendetentie. Bij de ontruiming van Schijnheilig werd een blonde Amsterdammer met een Amsterdams accent – wiens enige overtreding was dat hij zich niet identificeerde – verzocht zich binnen 48 uur uit Nederland te verwijderen omdat hij ‘ongewenst vreemdeling’ zou zijn. En het is de laatste tien jaar vaker voorgekomen dat vreemdelingendetentie ingezet wordt voor zaken die niets met migratie te maken hebben (zie bijv. ‘Nederlanders als vreemdelingen’ in het Witboek Kraken).  Dit alles zegt niet alleen veel over hoe we tegen de Bartleby’s van tegenwoordig aankijken. Dat men lastige mensen tot ongewenste vreemdelingen bombardeert, zegt ook veel over de status van de vreemdeling in Nederland. Een vreemdeling kan, na een overtreding zoals fietsen zonder licht, in een rechtssysteem verdwijnen waarvan de bevoegdheden onder druk van het huidige politieke klimaat telkens opgerekt worden. In Nederland wordt het vreemdelingenrecht gebruikt als ontmoediging van migratie. Dit beleid komt in de praktijk echter neer op een klopjacht op eenieder die zich niet kan identificeren. De simpele aanwezigheid van mensen die om wat voor redenen dan ook niet uitgezet kunnen worden (Somali’s, Iraniërs), en het frequente misbruik van deze ruime bevoegdheden, zoals het overzetten van iemand die een overtreding begaat naar vreemdelingendetentie, leidt tot excessen en een vaak uitzichtloos bestaan voor mensen  zowel in uitzetcentra als daarbuiten. Het is niet voor niets dat het vreemdelingenbeleid in Nederland al sinds jaar en dag bekritiseerd wordt door internationale mensenrechtenorganisaties, zoals Amnesty International en de UNHCR. Een overzicht staat hier.

En, tenslotte, dat het plaatsen van Bartleby’s in vreemdelingendetentie, in de woorden van de Amsterdamse burgemeester van der Laan, ‘standaardbeleid’ is, zegt ook genoeg. Laat de uitspraak van de Raad van State een begin zijn om te heroverwegen waar we mee bezig zijn, dat men niet meer, als men een overtreding begaat en zich niet kan of wil identificeren, maandenlang opgesloten kan worden, dat de categorie ‘vreemdeling’ niet meer gebruikt wordt om lastige sujetten onder druk te zetten, dat het ‘vreemdelingenrecht’ niet langer gebruikt wordt als afvoerputje van het rechtssysteem, en dat, de uitspraak van de Raad van State indachtig, het ‘standaardbeleid’ vervangen wordt door een beleid dat zowel de vreemdeling als de Bartleby’s van tegenwoordig behandelt als wat ze zijn: mensen.

Tot het zover is: let’s prefer not to.

Geef een reactie

Laatste reacties (6)