Laatste update 23:48
25.195
92

Directeur Menasseh ben Israel Instituut

David Wertheim is historicus en directeur van het Menasseh ben Israel Instituut voor Joodse sociale en culturele studies. He studeerde filosofie en geschiedenis aan de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem en geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.

Baudet, Wilders en de politisering van de joodse zaak

'Waar eerdere rechtspopulisten iedere mogelijke associatie met een extreemrechts of neonazistisch gedachtengoed actief probeerden te vermijden, bekommert Baudet zich daar nauwelijks om'

Cc-foto: Roel Wijnants

De politieke aardverschuiving bij de afgelopen Provinciale Statenverkiezingen, heeft een groot deja vu gehalte. De verkiezingsoverwinning en van FvD en de reacties daarop doen erg denken de stormachtige opkomst van de PVV, en daarvoor die van Fortuyn. Ook politiek lijken de bewegingen op elkaar. Ze zijn tegen immigratie, tegen Europa, voor meer trots op de eigen Nederlandse identiteit, en geloven in de superioriteit van de westerse cultuur. Toch is er een belangrijk verschil. Waar eerdere rechtspopulisten iedere mogelijke associatie met een extreemrechts of neonazistisch gedachtengoed actief probeerden te vermijden, bekommert Baudet zich daar nauwelijks om. Soms lijkt hij die associatie zelfs te stimuleren. Zo betrad hij de Tweede Kamer samen met een advocaat die naam had gemaakt met zijn verdediging van de weduwe Rost van Tonningen, sprak hij op de IJzerwake en had hij een vijf uur durende gedachtewisseling met de raszuiverheid-denker Jared Taylor. Ook schrikt hij er niet voor terug om met het gebruik van het woord boreaal de verdenking op zich te laden dat hij in navolging van bepaalde rassendenkers in Arische superioriteit gelooft.

Succes
Of Baudet daadwerkelijk gezien moet worden als een neonazi, blijft de vraag. Wanneer hij er op wordt aangesproken, distantieert Baudet zich van dergelijke interpretaties. Maar twee dingen vallen op: allereerst vreest hij associaties met neonazisme niet genoeg om de mogelijke aanleidingen ertoe te willen vermijden uit angst voor een politiek doodvonnis. Ten tweede, hij heeft daar gelijk in, want het heeft zijn electorale succes niet in de weg gestaan.

Dit is van belang, omdat Wilders, en in mindere mate ook Fortuyn, bij hun opkomst een geheel andere inschatting maakten. Tekenend is wat dat betreft het verschil in houding ten opzichte van joden en Israël. Zowel Fortuyn als Wilders begrepen de Nederlandse cultuur als Joods-Christelijk-Humanistisch. Wilders voegde daar een hartstochtelijke liefde voor en identificatie met Israël aan toe, en ook retoriek geënt op het verzet tegen de Duitse bezetting. Zo eindigt zijn film Fitna met een oproep de Islam te bestrijden zoals wij vroeger het nazisme bestreden. Dit maakt het lastiger deze partijen te associëren met antisemitische neonazi’s. FvD is vrij onuitgesproken waar het aankomt op Israël, en roept eerder op tot christelijke dan joods-christelijke waarden.

Wat is er veranderd? Voor de opkomst van Wilders en Fortuyn waren de kernwaarden van het rechtspopulisme – trots op de nationale identiteit, superioriteit van de eigen cultuur en de angst voor de instroom van buitenlanders – zaken die al snel werden geassocieerd met het nazisme en neo-nazisme. Vanwege de kracht van die associatie slaagden partijen die eerder dergelijke standpunten verkondigden er nooit in om uit de politieke marges te treden. Een van de grootste successen van Fortuyn en de nog wat extremere Wilders was daar een einde aan te maken. Fortuyn slaagde daar in door te stellen dat hij met dergelijke associaties gedemoniseerd werd. Thom de Graaff heeft het geweten toen hij Fortuyn wilde bestrijden door te citeren uit het dagboek van Anne Frank. Wilders voegde daar, bewust of onbewust, nog een meesterzet aan toe. Hij wierp zich op als de belangrijkste verdediger van de joodse zaak in Nederland. Hij bereikte daar drie dingen mee. Allereerst werd het veel lastiger Wilders te associëren met extreemrechts. Ten tweede keerden neonazi’s zich nu van de partij af. Die hoefde hij er dus niet meer zelf uit te zetten. Maar het belangrijkste effect was dat hij inspeelde op diezelfde gevoelens in de Nederlandse samenleving, die eerder extreem rechts in de marge hadden gehouden: schuldgevoel over de Holocaust, trots op het Nederlandse verzetsverleden, afkeer van het collaboratieverleden en een (vaak christelijk geïnspireerd) gevoel van verbondenheid met het joodse volk. Deze gevoelens hadden er voor gezorgd dat er in Nederland een brede consensus bestond om sympathie te voelen met de joodse gemeenschap, en deze zelfs als een soort moreel geweten van Nederland te beschouwen. Een sympathie die tevens leidde tevens tot een breed gedeelde genegenheid en zelfs identificatie met Israël.

Claimen
De strategie maakte het nationalisme van Wilders en zijn afkeer van vreemdelingen maatschappelijk geaccepteerd (tot een uitnodiging voor regeringsdeelname aan toe). Nazistisch kon niemand het immers meer noemen. Maar het had een belangrijk neveneffect. Door de verbondenheid met de Nederlandse joden te claimen als een van de hoekstenen van zijn eigen ideologie, politiseerde hij een onderwerp dat daarvoor niet, of veel minder politiek was. Want door deze consensus te claimen voor zijn partij, verdween de consensus ook. Het a-politieke werd politiek: verbondenheid met de joodse gemeenschap werd een zaak van de PVV. Aanhangers begonnen de Israëlisch vlag als hun eigen symbool te gebruiken. Een ander effect was dat oppositie tegen de PVV voor sommigen nu ook oppositie tegen de verbondenheid met de joodse gemeenschap en Israël werd. Kritiek op deze verbondenheid (die lang niet altijd, maar soms wel antisemitische vormen aan kan nemen) werd onderdeel van het anti-Wilders repertoire. De uitspraak van Kuzu, die in de Tweede Kamer sprak over PVV als “de lange arm van Israël en de joden” kan in dat licht gezien worden. En deze kritiek hielp Wilders zich weer verder te positioneren als de belangenbehartiger van de joodse en dus Nederlandse zaak.

Maar hoe meer Wilders de consensus van politiek van verbondenheid met de joodse gemeenschap claimde, hoe meer de consensus een politiek strijdpunt werd, hoe minder er nog een consensus was en hoe meer het zijn aantrekkingskracht verloor. Omdat de PVV inmiddels geaccepteerd was, vormde dat voor deze partij geen probleem meer. Bovendien kon er nu minder omzichtig worden omgegaan met Europese zusterpartijen zoals het Front National, het Vlaams Belang en de FPÖ die Wilders in het begin zorgvuldig meed, maar nu begon op te zoeken. Maar het verklaart ook hoe een andere rechts-populistische partij kan opkomen terwijl deze op dit punt zo afwijkt van de PVV. Voor Baudet is het inspelen op een nationale consensus rond de verbondenheid met de joodse gemeenschap zinloos, want er is geen nationale consensus meer over. Een van de dingen die de stormachtige opkomst van FvD toont is dat de aanlokkelijkheid om zich te associëren met een Nederland dat zich verbonden voelt met de joden inmiddels zo is afgenomen, dat het verliest van de aanlokkelijkheid om te oreren over de beschavingsfamilie van de boreale wereld. Een wereld waarvan het alles behalve duidelijk is of joden er wel of geen aanspraak op mogen maken.

Geef een reactie

Laatste reacties (92)