686
4

Cabaretier/ schrijver

Johan Fretz heeft aan de Amsterdamse Toneelschool en Kleinkunstacademie gestudeerd en schreef het pamflet 'Hart voor kunst: een pleidooi tegen de culturele kaalslag'

Beat the Week

Moedig voorwaarts

Johan Fretz schrijft over de provinciale verkiezingen iedere week een column voor Joop.

Dit was het dan. De campagnetrein staat stil, als was het een NS-vehikel in de sneeuw (of in de zon, of in de regen). Op partijkantoren liggen dozen vol buttons, ballonnen en sjaals. De kiezer heeft gesproken. Overal was het feest. Voor elke partij was er wel iets van opluchting op die woensdagavond. Iets van bevrijding, vreugde, troost. Van hoop.
‘Het wordt ook wel weer lente’, zei Eelco Brinkman.
Die zin toverde een glimlach op mijn gezicht. Niet omdat ik CDA stem, maar omdat ik besefte dat de winter bijna voorbij is.

Het is snel gegaan. (Weer geen Elfstedentocht gehad trouwens.) Opgezweept door een weken durend mediacircus was iedereen bijna gaan geloven dat deze heilige verkiezingsdag de toekomst van Nederland ging bepalen. Om er uiteindelijk achter te komen dat het ook maar weer een gewone verkiezingsdag was. Op basis waarvan nog geen conclusies zijn te trekken, op basis waarvan het nog alle kanten op kan. Er is geen spontane kabinetscrisis of revolutie uitgebroken. Waar is de chaos? Waar zijn de rebellen? Waar blijft het verdriet van de MP? Stilte. De werkelijkheid is weer aan het woord, de orde van de dag schalt door de Haagse hallen. 

Veel stembureau’s bevonden zich in basisscholen. Dat was symbolisch voor het niveau van de campagnes. Zelden ging het ergens over. Ik hoef niemand nog te vertellen van de polonaises, van de rijstenvlaaien, van de kanonschoten, van de bitterballen: de voorbeelden spreken voor zich. Toen ik Job Cohen daar zag hoppen door die studio, moest ik alleen maar zachtjes huilen. Ik dacht: wat is er toch gebeurd met mijn lieve burgemeester? 

‘Kom gewoon terug Job, we doen alsof het niet gebeurd is. Hier in Amsterdam. Daar zijn Amsterdammers toch ook heel goed in, doen alsof de rest van Nederland niet bestaat. We drinken een borrel, we juichen voor Ajax en je krijgt die krans gewoon weer om.’

Voorlopig gaan we niet meer naar de stembus. Hoe gek het ook klinkt, dat hoop ik ook echt. Want nu Rutte met zijn conservatieve regering hoe dan ook gedwongen zal worden tot meer nuance in zijn beleid, nu kan de progressieve politiek met een wat geruster hart de twijfel toe laten. De eigen idealen opnieuw tegen het licht houden en op zoek gaan naar de overeenkomsten die ze met hun vrienden delen. Opdat ze samen op kunnen trekken en daarmee bewijzen dat hun eigen pleidooien voor meer gemeenschapszin ook in deze tijd bestaansrecht hebben.

Voor de rozen voorgoed verwelken zal de PvdA moeten nadenken over de rol van de sociaaldemocratie in een nieuw tijdperk. Voor de democraten die in al hun intellectuele redelijkheid te weinig tot de verbeelding spreken, zal D66 meer leiding moeten nemen bij progressieve samenwerking. Voor de verdeeldheid over een missie naar ver weg doorslaat in verdeeldheid over al die andere vraagstukken, zal GroenLinks moeten duiden hoe een sociaalliberale koers te varen zonder liberalisme net als de VVD te vertalen naar neoconservatisme.

Op deze website is mij de afgelopen weken wel eens verweten dat ik alleen maar op zoek zou zijn naar mooiere praatjes, dat sociaalliberalisme een manier is om te zeggen ‘Ik ben geen socialist, alleen ik wil niet zo egocentrisch klinken’. Dat mag. Maar ik geloof in die sociaalliberale koers. Omdat ik ervan overtuigd ben dat je moet investeren in de gemeenschap, maar wel om iedereen mens tot individuele ontplooiing te stimuleren. 

Ik ben nu vijfentwintig, ik ben Johannes Daniel Christophorus Fretz, zoon van Jan Fretz, een blanke Hagenees en Virginia Brouwn, een Surinaamse negerin. Opgegroeid in Dordrecht en Almere. We hadden het er bij lange na niet breed, maar het was een warm thuis. Ik denk dat ik daar heb geleerd dat het wel degelijk uitmaakt of woorden je raken, dat het van groot belang is dat ieder mens geïnspireerd wordt om het beste uit zichzelf te halen en zijn dromen te verwezenlijken, dat we ondanks al onze verschillen in opvattingen uiteindelijk allemaal op zoek zijn naar liefde, vervulling en erkenning.

Nu ik net afgestudeerd ben en overal en nergens mag gaan optreden, bezig ben mijn eigen jongensdroom te verwezenlijken, maar daar nog lang geen (goede) boterham mee verdien, laat ik mij dan ook zeker niet vertellen dat mijn geloof in sociaalliberalisme gewoon een hip jeugdig concept is om de eigen welvaart veilig te stellen. Natuurlijk, ik ben jong en het is voor mij nu nog een pril en abstract idee, maar het komt voort uit een diepgeworteld verlangen naar een respectvolle en constructieve samenwerking tussen gelijkgestemden en andersdenkenden.

Ik laat me door de kritische commentaren erop dan ook niet ontmoedigen, maar juist prikkelen er zelf de komende jaren een meer concrete invulling aan te geven. Ik ga vooral mooie voorstellingen maken, muziek, boeken, films. Maar ondertussen blijf ik kijken naar Het Binnenhof en hoop ik dat progressieve partijen samen tot een nieuwe brede beweging komen, dat er een nieuw geluid aan zal zwellen, dat recht doet aan de duurzame en sociale oplossingen die ook ik zeker voorsta. En wie weet, als ik straks vijfenveertig ben en beter weet wat ik nou bedoel met dat sociaalliberalisme, stap ik zelf op een zeepkist en beweeg ik voorwaarts naar de hofstad om de daad bij het woord te voegen.

Geef een reactie

Laatste reacties (4)