10.534
126

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Bedenkingen bij white privilege

En wie nu beweert dat dit betoog juist de stellingen van DiAngelo over de blanke kwetsbaarheid bevestigt: mijn witte reet!

Kunta Rincho heeft op deze website uitgelegd dat blanke mensen geen slecht gevoel hoeven te  krijgen bij de termen white privilege, white supremacy – en al noemt hij het zelf niet – whiteness. Het gaat immers niet om de strijd tegen individuele mensen maar tegen een systeem, dat van de blanke overheersing. Niettemin hebben de blanken volgens hem allemaal wél een privilege: ze hoeven zich niet bezig te houden met racisme want daar hebben ze geen last van. Mensen van kleur wel. Iedere dag. Hun pigment speelt een rol bij elke menselijke interactie. Blanken worden als de maatschappelijke norm beschouwd, de rest is anders.

Dit is geen nieuwe opvatting. Ze kwam al een jaar of dertig, veertig terug tot ontwikkeling in de Verenigde Staten. De uitleg van Kunta Rincho is de echo van een fameus artikel, dat de Amerikaanse pedagoge Peggy McIntosh al in 1989 publiceerde: White Privilege: Unpacking the invisible knapsack.

Cc-foto: Pete Linforth

Ze somt daarin vijftig voordelen op die blanken zouden hebben op grond van hun huidskleur en die aan de anders getinte blijkbaar worden ontzegd. Voordeel 1: ik kan als ik dat wil, er voor zorgen dat ik meestal onder mensen van mijn eigen ras verkeer. Voordeel 50: Ik voel me welkom en normaal op de gebruikelijke openbare plaatsen, zowel sociale als institutionele. Tussen die twee komen uiterst verschillende zaken aan de orde. Voordeel 39: ik kan te laat op een vergadering komen, zonder dat dit in verband wordt gebracht met mijn ras. Voordeel 34: ik kan me druk maken over racisme zonder dat dit voor egoïsme of eigenbelang wordt aangezien. 46. Ik kan vleeskleurige pleisters krijgen die min of meer passen bij de teint van mijn huid.

Alles bij elkaar geven deze voordelen blanken een bevoorrechte positie. Peggy McIntosh geeft  toe dat een aantal van hen het best moeilijk heeft omdat ze bijvoorbeeld failliet, dakloos, ziek of gehandicapt zijn. Toch is dan de blanke huid  een soort chipkaart waarmee ze poorten openen die voor anderen gesloten blijven. Typhoon vertelde het zondagavond nog tijdens zijn marathoninterview op de VPRO: hij moest twee keer zo goed zijn best doen om te slagen. Dat hadden ze hem thuis bijgebracht.

Mij leerden ze in de jaren vijftig en zestig net zo goed  dat wij katholieken dubbel ons  best moesten doen om iets te bereiken. Daarom was ons Sint Franciscus College een goed geoliede leerfabriek waar we een enorme hoeveelheid parate kennis, grammatica van vreemde talen, en algemene ontwikkeling erin gestampt kregen. Bij elkaar vormde het een stevig fundament voor het sociaal en cultureel kapitaal dat we nu eenmaal  – op de kinderen van een smalle gefortuneerde en deftige elite na – van huis uit niet hadden meegekregen. Dat van die discriminatie was overdreven maar in de negentiende eeuw en de eerste decennia van de twintigste eeuw betekende het Heilig Sacrament van het Doopsel inderdaad een negatieve aantekening op je curriculum. Jos Palm van OVT zegt altijd: “De katholieken zijn de Marokkanen van de negentiende eeuw”. Het is niet de verkeerde huidskleur maar gebrek aan savoir faire en savoir vivre dat je de das om doet (alsook weten wat die door mij bewust onvertaald gelaten begrippen dan wel precies betekenen). Typhoon was daar het levende bewijs van: zijn Nederlands, zijn gelaatsuitdrukkingen, zijn lichaamstaal waren die van de goed opgeleide telg uit de middenklasse. Hij slaagde die zondag bij de VPRO met vlag en wimpel voor het burgerlijkheidsexamen. Niet voor niets heeft het kabinet Typhoon opgenomen in een zeskoppige commissie die zich moet buigen over het slavernijverleden. Het zijn stuk voor stuk leden van de haute bourgeoisie onder leiding van – nomen est omen – Frits Goedgedrag. Dat was de laatste gouverneur van de Nederlandse Antillen. Eén blanke maakt deel uit van dit illustere gezelschap, Hannie Kool-Blokland, directeur van het Zeeuws Archief dat nogal wat materiaal bevat over de Nederlandse slavenhandel. Voor het overige was de combinatie van huidskleur, plus het juiste sociaal en cultureel kapitaal de sleutel naar deze specifieke positie.

Wie het over whiteness, white privilege en white supremacy heeft, onderschat de betekenis van het sociaal en cultureel kapitaal van het soort dat wij erin geramd kregen op die geweldige emancipatiemachine, de katholieke school van weleer. Laat staan het financieel kapitaal: ben je met een zilveren lepel in de mond geboren of was je wieg een stijfselkissie? In mijn geval scheelde het niet veel. Gelukkig namen docenten mij bij de hand om de bij mijn geboorte meegegeven achterstanden weg te werken.

In de Verenigde Staten is het tegenwoordig bon chic, bon genre om al dit immaterieel kapitaal rechtstreeks in verband te brengen met de verwerpelijke whiteness. Blanke waarden zoals bevordering van het gezinsleven, doorzettingsvermogen, ijver, de nadruk op kennis van zaken en het geschreven woord zijn bedoeld om de white supremacy in stand te houden. Op school al lopen leerlingen van kleur tegen deze barrières aan. Zij worden verwijderd terwijl de blanken lachend de eindstreep halen. Deze leerstellingen worden tegenwoordig vooral gepredikt door de leerlingen van Robin Diangelo, auteur van de bestseller White Fragility. Het Smithsonian Museum of African American History and Culture plaatste op zijn website een handzaam schema waarop dit onderdrukkende mechanisme schematisch was weergegeven.

Tot de blanke cultuur behoorde volgens het museum het protestantse arbeidsethos: “Hard werken is de sleutel tot succes. Eerst het werk en dan het meisje. Als je doelen niet bereikt, heb je niet hard genoeg gewerkt.”

Zo samengebald en schematisch weergegeven riep deze bewering van Robin DiAngelo toch verbazing op en na een paar dagen werd het schema verwijderd omdat men vreesde dat het misverstanden wekte. Deze geest is niettemin al langer uit de fles. In New York is een stelsel van speciale bijspijkercursussen voor jong talent op ghettoscholen verdacht gemaakt. Grondlegster Leslie Chislett kreeg haar congé toen zij op antiracismecursussen gedurig liet merken niet gecharmeerd te zijn van DiAngelo’s opvattingen over de witheid van zaken als studiezin en de nadruk op het geschreven woord.

Nu kan Kunta Rincho wel beweren dat white supremacy over een systeem gaat en niets te maken heeft met afzonderlijke blanken als zodanig maar dat houdt geen stand. Verkeerde toestanden, onrecht en discriminatie worden tóch in rechtstreeks verband gebracht met hun huidskleur. Robin DiAngelo gaat nog verder: door hun attitude  houden de blanken met elkaar het systeem van white supremacy in stand. Daarom zouden zij allereerst door zelfonderzoek de racist in zichzelf moeten blootleggen.  Alleen als blanken hun eigen rol erkennen, kunnen zij bijdragen aan de strijd tegen het racisme. DiAngelo richt haar pijlen dan ook vooral op progressieve blanken die met de mond belijden dat zij voor gelijke rechten zijn maar feitelijk de gevestigde orde in stand houden. Zo weten zij vaak zonder het te beseffen hun privileges in stand te houden. Uiteraard is er geen ruimte meer voor genade als zij eenmaal door DiAngelo en haar vele volgelingen op dit gegeven zijn gewezen. Ze stelt vast dat blanken daar slecht tegen kunnen. Ze reageren met schaamte, woede en ontkenning. Ze zijn in hun tere zielen geraakt. Dat is de white fragility. In Nederland zijn al echo’s van haar werk te vinden, bijvoorbeeld in de publicaties van Gloria Wekker zoals Witte Onschuld.

Zo worden ondanks de beweringen van het tegendeel de blanken toch stuk voor stuk dragers van de verwerpelijke whiteness. Het doet allemaal denken aan Geert Wilders die altijd zegt te strijden tegen de islam en niet tegen de moslims. Dat pruimt geen mens en terecht.

Je kunt je afvragen of het een verstandige strategie is  de blanken – ondanks de schijn van het tegendeel op de Kalverstraat, de Koopgoot of de Wagenstraat in Nederland de grote meerderheid – steeds maar weer uit te leggen dat zij van hoog tot laag en van arm tot rijk privileges delen. Dat ze met hun allen iets te verliezen hebben.  Racistische volksmenners als Baudet, Wilders of Joost Niemöller zijn ongetwijfeld dankbaar voor deze onbedoelde steun. Zij beweren immers niets anders.

Dat is niet het ergste. Het ergste is dat maatschappelijke structuren worden geracialiseerd. Racisme heeft een wezenlijke rol gespeeld in de tijd van het kolonialisme toen de Verenigde Staten en een aantal Europese machten zich het recht aanmatigden de wereld te veroveren onder het mom van een beschavingsmissie. Het is bovendien op allerlei manieren gebruikt om de emancipatie van de gewone man te beteugelen. Denk bijvoorbeeld aan de gelijkstelling van kapitalisme aan jodendom tijdens de eerste helft van de vorige eeuw. Racisme is geen blanke schepping. Het is een schepping van een aantal mensen met een blanke huid. Democratie is net zo min een blanke schepping. Democratie kwam tot ontwikkeling in Europa waar de meeste mensen als vanouds een blanke huid hebben maar met die huidskleur heeft het niets van doen. Je kunt wel stellen dat de koloniale machten niet alleen overheersing hebben gebracht maar ook de intellectuele instrumenten om die overheersing te bestrijden. Toch denkt geen mens eraan bevrijdingsbewegingen in verband te brengen met whiteness. Daar zijn niettemin heel sterke argumenten voor, met name de rol van in Europa door blanken ontwikkelde ideologieën zoals nationalisme, liberalisme en socialisme. We zullen maar niet over de huidskleur van Karl Marx beginnen. Die deelt hij overigens met Peggy McIntyre van white privilege en Robin DiAngelo van white fragility.

Vrijheid, democratie, kennis van zaken, ontplooiingsmogelijkheden zijn hoogst oneerlijk verdeeld. Onderdrukking loopt maar al te vaak langs raciale lijnen. Overal worden mensen door volksmenners aangespoord om de verkeerde vijand te kiezen. Meestal is dat de buitenstaander, degene die anders oogt, anders praat, die met een “buitenlandse” afstamming in verband wordt gebracht of een vreemd geloof. Dat komt allemaal niet door whiteness. Dat komt door scheve machtsverhoudingen en ongelijkheid op elk gebied, die mede door het scheppen van vijandbeelden in stand blijven. U kent het wel: de buitenlanders pakken onze huizen, onze meisjes en onze banen af. Zo blijven de woningbouwbobo’s en de projectontwikkelaars buiten schot.

Het gaat niet aan blanken te definiëren als dragers van racisme want dat gebeurt als je ze zelfonderzoek en “wit huiswerk” opdraagt ongeacht hun maatschappelijke positie of hun financiële omstandigheden. Vertel je ze dan ook nog dat mensen van kleur in dure auto’s onverklaarbaar vaak door de politie aan de kant worden gezet, dan heb je kans dat zij reageren met een Deine Sorgen möchte ich haben. Als ze tenminste, zoals ik op mijn emanciperende middelbare school,  met citaten als deze waren volgepropt. Dat is in het Nederland van studiehuis en klakkeloos googlen nog maar zelden het geval. De meeste gewone mensen zijn kansloos, zeker als de economische coronacrisis hun deur intrapt. Met verwijten kom je nergens. De politielaars op de nek van George Floyd heeft niet voor niets wereldwijd grote protesten veroorzaakt waaraan mensen van alle huidskleuren meededen. Zij beseften dat op een bepaalde manier die politielaars symbool was voor hun plek in de samenleving.

Wat is het niet wreed als je loopt langs de straat
En overal zie je die weelde
Dan denk je hoe mooi is het toch rijk te zijn
Wat arm zijn wij dan toch misdeelden
Maar als dan je kinderen vragen om brood
En je kunt ze ook dat niet eens geven
Nou dan steel je maar want het is voor je kind
Die heeft toch ook het recht om te leven

Het Sociaal Cultureel Planbureau heeft onlangs vastgesteld, dat Nederlanders met een niet-westerse achtergrond in de coronacrisis extra kans lopen op straat gemikt te worden. Dat geldt net zo goed voor Oost-Europeanen, lager opgeleiden en werknemers met een arbeidshandicap. Zij varen in hetzelfde schuitje.

Dit wezenlijke gegeven raakt op de achtergrond als je maatschappelijke misstanden te exclusief in verband brengt met white supremacy en aanverwante begrippen. Daarmee zie je bondgenoten over het hoofd. Zo bemoeilijk je de strijd tegen het racisme.

Dit alles neemt niet weg dat een racistische bejegening in Nederland te vaak gemeengoed is. Etnische profilering bij de politie, discriminatie bij sollicitaties – er klakkeloos van uitgaan dat huidskleur en sociaal en cultureel kapitaal met elkaar samenhangen –, te lage studieadviezen op grond van etnische achtergrond zijn wezenlijke problemen die een gezonde ontwikkeling van de samenleving en een het vinden van een uitweg uit de economische coronacrisis in de weg staan. Maar nogmaals: het helpt niet om dat allemaal onder te brengen bij whiteness. Dat is op zijn best een slordige, zeer eenzijdige analyse.

En wie nu beweert dat dit betoog juist de stellingen van DiAngelo over de blanke kwetsbaarheid bevestigt: mijn witte reet!

 


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Zwarte Jaren

    Nederland in de Tweede Wereldoorlog

    2020


Geef een reactie

Laatste reacties (126)