1.049
30

Hoofdredacteur Ouders Online

Dr. Justine Pardoen (1959) is hoofdredacteur en mede-oprichter van Ouders Online (www.ouders.nl), het online magazine voor ouders en andere opvoeders, over de opvoeding en gezondheid van kinderen. Justine is opgeleid als neerlandicus en taalkundige. Sinds 2002 verdiept ze zich in de media-opvoeding, in het bijzonder de begeleiding van het internetgedrag van kinderen.

Bemoei je niet met de ambitie van kinderen en hun ouders

Joop-debat: Er is geen ouder die wil dat zijn kind iets gaat doen wat dat kind niet in zich heeft. Laat het aan ouders en kinderen zelf over, welke opleidingen ze kiezen, zorg voor goede informatie en goed onderwijs

Rond de Cito-eindtoets in groep acht is altijd veel gedoe. Dit jaar kregen ouders met een open brief in de Volkskrant van een aantal bekende Nederlanders te horen dat ze hun kinderen onnodig blootstellen aan teveel Cito-stress, omdat hun ambitie te hoog is. Niet elk kind kan meer dan vmbo, en waarom zou dat ook moeten, was de vraag. Want we hebben nu eenmaal kapsters, bouwvakkers en andere “vakkanjers” nodig.

De brief was nogal onhandig, aangezien de kinderen van die BN-ers zelf op het gymnasium zitten. Dit type ouders zorgt zelf ook zorgt voor de nodige Cito-stress, zoals we zaterdag bij Nieuwsuur konden zien. Want voor hen is het vreselijk als hun kind uitgeloot wordt op het meest statusverhogende gymnasium van de stad. Dus waar hebben we het over?

Belang van de kinderen

Opmerkelijk is dat niemand in deze discussie in het belang van die kinderen zelf redeneert. Het betreft hier een campagne om weer meer kinderen naar het vmbo te krijgen, want de instroom neemt af (is gedaald van 60% naar 50%).

Maar op 11-jarige leeftijd weten de meeste kinderen nog helemaal niet of ze liever met hun hoofd of met hun handen werken. Veel ouders zitten dus in hun maag met het feit dat voor veel kinderen de keuze voor voortgezet onderwijs te vroeg komt, en dat keuze voor een te laag niveau veel mogelijkheden afsluit. Dan is die Cito-stress begrijpelijk: het is het beste dat je zo hoog mogelijk inzet, want afzakken naar een lager niveau kan altijd nog, maar stijgen vrijwel niet.

Als je naar het vmbo gaat, dan zit je op het pad van het beroepsonderwijs. Hét vmbo bestaat natuurlijk niet: daarbinnen zijn veel verschillende opleidingsniveaus. Doorstromen is lang niet zo gemakkelijk als de briefschrijvers zeggen. Het systeem is er namelijk op gericht dat je niet doorstroomt van vmbo naar havo, maar naar het mbo en ook dat is lang niet vanzelfsprekend.

Naïeve kijk

De briefschrijvers hebben net als veel Nederlanders een zeer naïeve kijk op de Cito-toets. Ze gaan ervan uit dat een score iets zegt over de werkelijke potentie of interesse van een kind. Dat is niet het geval. Uit de Cito-toets komt vooral wat de school in een kind gestopt heeft. Na goed onderwijs, volgt een hogere score dan na slecht onderwijs, ongeacht wat het kind zou kunnen.
Een vmbo-score betekent dus niet dat een kind niet meer dan vmbo zou kunnen of willen doen. Dat bewijzen de zogeheten ‘kansenscholen’: kinderen die met een vmbo-advies binnenkomen, blijken vaak meer te kunnen. (Kansenscholen zijn scholen die de Cito-score niet zo hard nemen, en kinderen met een lagere score meer kans geven om zich te bewijzen in de eerste twee leerjaren van het voortgezet onderwijs).

Betuttelend

Met het beroepsonderwijs is helemaal niets mis. Dat vinden ouders ook helemaal niet. Mits dat voor hun kind de beste keus is. De boodschap van de brief was dan ook betuttelend: ouders moeten niet denken dat hun kinderen allemaal te goed zijn voor het vmbo, want we kunnen immers niet allemaal naar de top. En “als wij grote mensen het vmbo echt zo erg vinden, zullen we dan in het vervolg zelf maar onze haren knippen, de wasmachine repareren, onderhoud aan onze auto plegen en de badkamer verbouwen?”, aldus de BN-ers die voor het karretje van de ‘red-het-vmbo’-campagne gespannen waren.

Het is dus vooral in het belang van de briefschrijvers en anderen dan de kinderen zelf, dat de vmbo’s goed gevuld blijven met een nieuwe generatie ‘vakkanjers’. En dat die mensen dat fijne, eervolle werk straks ook nog blijven doen voor een klasse die daar zelf geen zin in heeft.

Wat er werkelijk mis is

Dit soort betutteling van ouders is vooral zo stuitend, omdat het voorbij gaat aan het werkelijke probleem, waar die Cito-stress op wijst. Er is iets mis met het basisonderwijs – dat haalt niet voldoende uit kinderen wat erin zit. Er is iets mis met onze manier van toetsen – dat geeft onvoldoende zicht op wat kinderen zouden kunnen. En er is iets mis met het vmbo – dat heeft niet voor niets een slecht imago. Daar zou onze aandacht naartoe moeten gaan.

Het zou veel zinvoller zijn om het onderwijsaanbod kritisch te bekijken en de weglopende consumenten serieus te nemen. Waarom moet het vmbo-aanbod door de strot geduwd worden van afnemers die dat niet willen?

Blijf af van de ambitie van ouders en kinderen. Er is geen ouder die wil dat zijn kind iets gaat doen of moet kunnen wat dat kind niet in zich heeft. Laat het dus vooral aan ouders en kinderen zelf over, welke vervolgopleidingen ze willen kiezen, en zorg voor goede informatie en goed onderwijs. Alleen dan krijgen kinderen goede kansen om te ontdekken wat ze kunnen en wat ze willen, om later met plezier en succes te kunnen bijdragen aan onze samenleving.

Luister dinsdag om 11.45 naar het Joop-debat bij degidsfm. Justine Pardoen gaat in debat met Jos Leenhouts, bestuurslid van de MBO-raad, college van bestuur-voorzitter van ROC Mondriaan regio Den Haag en mede-ondertekenaar van de brief van 1 februari in De Volkskrant

Geef een reactie

Laatste reacties (30)