2.110
57

Onderzoeker fac. Rechtsgeleerdheid EUR

Wouter de Been is sinds 2008 postdoctoraal onderzoeker aan de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 2009 werkt hij hier aan een onderzoeksproject over conflicten in de multireligieuze samenleving. In dit project wordt geprobeerd tot een meer dynamische en open interpretatie te komen van klassieke idealen als neutraliteit, scheiding van de kerk en staat, godsdienstvrijheid, gelijkheid en vrijheid van meningsuiting.

De benarde veste van de democratie: Falende elites of een revolte van de ‘vergetenen’?

Het kan geen kwaad om de zegeningen van de westerse democratische rechtsstaat hernieuwd te verdedigen

Vorige week las ik The Retreat of Western Liberalism (2017) van de Britse journalist Edward Luce. Luce voorspelt daarin dat het westerse model met zijn vrije markt en democratische rechtsstaat ― het model dat in 1990 nog het einde van de geschiedenis leek te belichamen ― in de vuilnisbak van de geschiedenis zal belanden. Het is een falen-van-de-elites analyse in de trant van Thomas Frank (Listen Liberal! Or Whatever Happened to the Party of the People, 2016), of ― van eigen bodem ― Paul Scheffer (‘Het Multiculturele Drama,’ 2000). De links-liberale en sociaaldemocratische leiders hebben hun traditionele achterban in de steek gelaten en aan de gure winden van de globalisering blootgesteld. De vergeten blanke onderklasse neemt nu wraak door eliteprojecten te dwarsbomen ― denk aan het Oekraïne-referendum of Brexit ― of door op onversneden populisten te stemmen ― Geert Wilders, Viktor Orban, Marine le Pen, Donald Trump.

democratie
Euronews | Screenshot YouTube

Met de onstuitbare opkomst van onliberale kapitalistische systemen als China is het volgens Luce nog maar de vraag of de rol van het verzwakte Westen niet voorgoed is uitgespeeld. De westerse elites hebben deze ellende over zichzelf afgeroepen is de boodschap en moeten zich minder om de gelijkberechtiging van culturele minderheden en meer om de sociaaleconomische positie van autochtone burgers gaan bekommeren.

Deze verklaring staat tegenover wat ik de oproer-van-de-ontstemden analyse zou willen noemen. De westerse wereld wordt ontregeld door de politieke ontwaking van wat Hillary Clinton roemrucht als de ‘basket of deplorables’ bestempelde. Onverantwoordelijke populistische leiders, tendentieuze media en de echokamers van sociale media hebben onder groepen burgers de immer latente woede en onverdraagzaamheid jegens vreemdelingen en minderheden wakker gekust. Volgens Roger Cohen in een recente column in de New York Times, komt er om de zoveel tijd een leider, een technologie, of beide voorbij, die van het electoraat een verdwaasde, huilende, gehypnotiseerde meute kan/kunnen maken die gelooft dat de Grote Leider is gearriveerd en die hele gemeenschappen bedreigt omdat ze de verkeerde dingen geloven. De taak van burgers en politici, in deze visie, is om de geest weer in de fles te krijgen en pal te staan voor de waarden van de rechtsstaat en de democratie. Het boekje On Tyranny: Twenty Lessons from the Twentieth Century (2017) van Timothy Snyder past bij deze beoordeling van de huidige omstandigheden. Het beschrijft 20 manieren waarop burgers de democratische rechtsstaat kunnen bewaken tegen populistische bedreigingen.

Voor beide analyses is wat te zeggen. Het zijn posities waartussen ik zelf de afgelopen jaren heen en weer heb bewogen. Toch leiden ze tot tegenstrijdige beleidsadviezen. Het oproer-van-de-ontstemden gezichtspunt pleit voor een principiële houding, voor wat in Duitsland Zivilcourage wordt genoemd. We kunnen alle begrip hebben voor het maatschappelijk onbehagen en de kleine vernederingen die de zogenoemde ‘vergetenen’ dagelijks ondergaan, maar er zijn grenzen. Als de godsdienstvrijheid ter discussie wordt gesteld, minderheden in de hoek worden gezet, of grondrechten worden opgerekt, dan moet er een streep worden getrokken. Met de fundamentele randvoorwaarden van de liberale democratie kan niet worden gemarchandeerd.

Vanuit het falende-elites perspectief is dit echter precies het verkeerde antwoord. Het laatste wat de westerse elites moeten doen is de vergeten onderklasse de les lezen over de finesses van de democratische rechtsstaat. Daarmee etaleren critici van het populisme vooral zelfgenoegzaam hun eigen morele superioriteit, maar doen ze niets aan de oorzaken van het groeiende onbehagen. In plaats van werken aan oplossingen strooien ze nog meer zout in de wonden van de verliezers van de globalisering. In The Guardian beschreef de columnist John Harris deze afwijzing van de populistische burgers kritisch als een vorm van “liberal misanthropy,” sociaaldemocratische mensenhaat. Het averechtse effect van Clintons interventie is genoegzaam bekend: ze verloor de presidentsverkiezingen en de verwensing “deplorable” is sindsdien een geuzennaam geworden onder aanhangers van Trump die trots wordt afgedrukt op t-shirts, bumperstickers en koffiemokken.

Critici als Luce en Harris hebben uiteraard een punt. Zedenpreken over de fundamentele voorwaarden van de liberale democratie en de grenzen van wat politiek ter discussie kan worden gesteld, zullen waarschijnlijk weinig effect sorteren bij boze burgers die populistische alternatieven omarmen. In het huidige gepolariseerde medialandschap zullen ze hooguit worden opgevat als een vorm van virtue signalling; als een vrome uiting van de eigen rechtschapenheid. Ook hebben ze ongetwijfeld gelijk dat er een belangrijke sociaaleconomische dimensie zit aan het groeiende ressentiment van veel westerse burgers. Een gezonde middenklasse wordt sinds jaar en dag gezien als een voorwaarde voor een goed-functionerende liberale democratie en die middenklasse wordt in toenemende bedreigd door globalisering, automatisering en de neoliberale beleidsmodes van de laatste decennia.

Toch zou het een grote fout zijn om de verdediging van de rechtsstaat en een cultuur van rechtsstatelijkheid als contraproductief achterwege te laten. Het gaat al enige tijd  niet goed met de inbedding van de waarden van de democratische rechtsstaat in westerse samenlevingen. Uit een veelbesproken studie van Roberto Stefan Foa en Yasha Mounck blijkt dat veel burgers in Europa en de VS het niet meer zo belangrijk vinden dat ze in een democratie leven. Vooral jonge mensen zijn in toenemende mate onverschillig over het democratische systeem. Een veronachtzaamd inzicht uit deze studie is dat ook bij de maatschappelijke bovenlaag in de onderzochte westerse democratieën het geloof in de democratie taant en het geloof in autoritair bestuur toeneemt. De Amerikaanse grondlegger Thomas Jefferson geloofde dat de idealen van de Amerikaanse revolutie door iedere generatie opnieuw bevochten moesten worden om ze vitaal en relevant te houden. Een nieuwe democratische revolutie in de geest van Jefferson lijkt me een paardenmiddel, maar het kan geen kwaad om de zegeningen van de westerse democratische rechtsstaat hernieuwd te verdedigen. Wat in ieder geval niet zal helpen is het er niet meer over hebben.

Geef een reactie

Laatste reacties (57)