Laatste update 12:16
3.102
84

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Bert Brussen en de democratie

'Hij benadrukt het primaat van de meerderheid en diens recht om te bepalen hoe een burger heeft te denken en te doen'

Bert Brussen (1975) doet op de door hem geleide website The Post Online een manmoedige poging om mijn stuk over de kwaliteit van de democratie onderuit te halen. Opa van der Horst (1949) kan het uiteraard niet na laten daar het zijne over te zeggen. De politieke opvattingen van Brussen zijn veel te boeiend om er stilzwijgend aan voorbij te gaan.

Heel gecondenseerd en ingedampt worden die weergegeven door de volgende tweet: “In een democratie bepaalt de meerderheid van de kiezers wat goed/fout is. Moralisme laten bepalen is de blauwdruk van een dictatuur”.
Deze uitspraak is niet recent zoals ik dacht, maar al drie jaar oud. Brussen wijst daar terecht op. Hij heeft derhalve lang de tijd gehad om erover na te denken en – lezen we – hij onderschrijft de inhoud nog steeds.

Precies vastgelegde vorm van burgerschap
In zijn artikel neemt Brussen min of meer Erdogans Turkije in bescherming. Ook laat hij zich in waarderende zin uit over de Franse Republiek. Die twee hebben dan ook het nodige gemeen. President Erdogan gebruikt de wetgeving die nu al weer een jaar of negentig terug is ingevoerd door Kemal Atatürk. Hij liet zich daarbij sterk inspireren door Franse voorbeelden. Turkije werd een sterk gecentraliseerde eenheidsstaat die een precies vastgelegde vorm van burgerschap aan de hele bevolking trachtte op te leggen. Atatürk ontwierp het model. Iedereen had zich maar te voegen.

Dat burgerschap is een uitvinding van de Franse Revolutie, meer in het bijzonder van de Jacobijnen. Deze partij van radicale republikeinen definieerde exact aan welke kenmerken de vrije burger diende te voldoen en binnen welke bedding zijn denken zich diende te bewegen. Wie koos voor een andere stroom, werd aangepakt en tot de orde geroepen, tijdens de kortstondige dictatuur van Maximilien Robespierre zelfs met behulp van het revolutionaire scheermes, zoals de guillotine wel werd genoemd. Nadat deze met zijn directe medewerkers zelf onder de valbijl was geëindigd, werd de soep niet meer zo heet gegeten als hij werd opgediend.

Tango-scene
Toch is er in het huidige Frankrijk nog veel jacobinisme te vinden. Het hoofddoekjesverbod op de scholen is daar een modern voorbeeld van. Datzelfde geldt voor het principiële laïcisme dat overal opgeld doet en voor de bestrijding van minderheidstalen, zoals Vlaams of Bretons ten gunste van het Frans, die tot voor enkele decennia met felheid werd gevoerd. Ook het bewind van Atatürk had zulke jacobijnse trekken. Hij gaf aan de lopende band voorschriften uit voor het wenselijk gedrag van de moderne Turkse burger. Minderheidsculturen en de bijbehorende talen, zoals die der Koerden werden sterk onderdrukt. De overheid entameerde zelfs officieel een tango-scene om de blik op het westen te richten. Wie ambitieus was en zich wilde koesteren in de zon van Atatürk danste op nummers als “Liefdeslied voor een Duits meisje” uit 1928. Dit alles was bedoeld om de burger te verheffen uit de onwetendheid die het product zou zijn van een met koran en religie doordesemd staatsbestel. De Jacobijnen uit de dagen van de Franse revolutie stelden zich geen ander doel, maar dan met de feodale monarchie en de katholieke kerk als doelwit. Nu draait Erdogan de rollen om. Hij gebruikt het Jacobijnse instrumentarium om God terug te brengen tot in de kleinste uithoeken van het Turkse leven. De meerderheid heeft immers op hem gestemd. De wil van de meerderheid is wet.

Mal van Nederlandse normen en waarden
Bert Brussen is een Jacobijn in zijn opvatting dat in een democratie de meerderheid zijn wil op mag leggen aan minderheden.

Dat is ook geen wonder. Hij toont in zijn stukken duidelijk sympathie voor wat ik maar het denken van Wilders zal noemen. Ook het programma van de PVV verlangt van ingezetenen dat zij zich voegen naar de mal van wat zij aanduiden als de Nederlandse normen en waarden en nu en dan ook wel als de joods-christelijke beschaving. Dit laatste ondanks het continue gehamer in dezelfde kringen op de zegeningen van de verlichting en de scheiding van kerk en staat.

Net als de Jacobijnen kennen zij een soort model-burger. Wie dat niet is, kan moeilijkheden verwachten want die begrijpt kennelijk de vrijheid niet. Het is daarom op een bepaalde manier misleidend om zulke denkwijzen als uiterst-rechts te kwalificeren. Die zijn namelijk niet reactionair maar juist revolutionair. Alles moet immers plaats maken voor het intellectuele construct van de ideale burger, de enige die de vrijheid waard is en deelachtig mag worden. Aanhangers van zulk een ideologie zijn Jacobijnen en voor zover ze ook nog autoritaire neigingen hebben Bonapartisten, want Napoleon Bonaparte gebruikte het instrumentarium dat de Franse revolutie voor hem had klaargezet om zijn keizerlijke dictatuur te vestigen.

Het is overigens in deze zin opmerkelijk dat Bert Brussen opkomt tegen wie zich afvraagt, of je een staat die vrouwen en slaven de burgerrechten ontzegt, zoals het klassieke Athene of de VS vóór de burgeroorlog wel een democratie mag noemen. Op die manier was het Zuid-Afrika van de apartheid ook een democratie, omdat een door alle volwassen blanken vrij verkozen meerderheid de dienst uitmaakte.

Verketteren
Bij deze Jacobijnse praktijk hoort vrijwel onveranderlijk het verketteren van de tegenstander. Robespierre deed het. Kemal Atatürk deed het. Erdogan doet het. Bert Brussen laat het evenmin na gezien zijn demoniseren van de uiterst linkse Vara, die volgens hem iedereen die wat te mekkeren heeft, het zwijgen oplegt. Wie een of twee avonden naar de uitzendingen van VARA/BNN kijkt ziet dat we hier te maken hebben met een pluriforme omroep die honderd bloemen laat bloeien. Zo niet de meerderheid van Bert Brussen. Die bepaalt immers, zo blijkt uit de door hem al drie jaar omarmde tweet wat goed/fout is. De minderheid is dus fout.

Tot zover de democratie van Bert Brussen.

Conservatisme
Chateaubriand
Ik schreef in mijn stukje iets over de staat die halt houdt op de drempel van de burger. Dat was bijna een citaat van de Franse denker/schrijver/politicus en naamgever van een supersteak François-René de Chateaubriand (1768-1848), een der aartsvaders van het conservatisme. Hij schreef in een krantenartikel uit 1816 of zo dat de ambtenaren van keizer Napoleon de drempel overschreden om de volwassen zonen aan het gezin te ontrukken voor het leger terwijl de gematigde koning Lodewijk XVIII voor die drempel respect had. Chateaubriand had in zijn leven genoeg meegemaakt om een verklaard tegenstander te worden van macht zonder grenzen. Ik moest aan hem denken toen ik het stuk schreef dat Bert Brussen nu tracht te fileren. De scheppers van de Nederlandse democratie hebben altijd respect getoond voor het soort drempels waar Chateaubriand op wees. Niemand krijgt in ons systeem grenzeloze macht ook al weet die zich gedragen door een grote meerderheid.

Pluriforme samenleving
De grondwet getuigt van die mentaliteit. Artikel 1 legt de meerderheid meteen een aantal beperkingen op. Discriminatie is verboden. Andere artikelen garanderen de vrijheid van meningsuiting en zo is de grondwet mede een instrument om al te ambitieuze meerderheden in toom te houden. Heel typerend: ze kan slechts gewijzigd worden als twee derde van de volksvertegenwoordiging zich daarvoor uitspreekt. Twee derde, nadat er eerst nieuwe kamerverkiezingen zijn gehouden. Zo kan een aanzienlijke minderheid grondwetswijzigingen tegenhouden. Dat is om te voorkomen dat het hier een maatschappij wordt van koekoek-eenzang in plaats van de pluriforme samenleving die past bij de Nederlandse traditie door de eeuwen heen.

Ook de scheiding der machten stelt grenzen aan wat een politieke meerderheid kan maken. In de Verenigde Staten hebben ze daar een eersteklas term voor: checks and balances.

Moralisme
Is dat nu moralisme, zoals Bert Brussen in zijn stuk lijkt te beweren? Is dat – zoals een breed aanvaarde definitie luidt – een levensbeschouwing waarin alles volgens vaste criteria wordt gedefinieerd als goed of kwaad? Misschien maar in dat geval verwijt de pot de ketel dat hij zwart ziet, gezien de onbekookte aanvallen op de VARA. Bovendien is het nog maar zeer de vraag of moralisme noodwendig tot dictatuur leidt, zoals Brussen met kracht poneert. De Nederlandse politieke partijen koesterden tot in het recente verleden levensbeschouwingen waarin goed (wij) en kwaad (in verschillende gradaties de anderen) haarscherp waren gedefinieerd. Dat heeft het grote informele principe van onze maatschappij – leven en laten leven, de ander in zijn waarde laten – nimmer aangetast. Nee, moralisme is het punt niet. Misschien is het juist het gebrek aan moralisme, dat tot dictatuur leidt. De meerderheid hoort immers te bepalen wat goed/fout is. Dit betekent dat een door een charismatisch leider gedresseerde meerderheid voor iedereen de normen kan stellen. Dat is Orwells 1984.

Verschillende opvattingen van democratie
Bert Brussen en ik verdedigen verschillende opvattingen van democratie. Hij benadrukt het primaat van de meerderheid en diens recht om te bepalen hoe een burger heeft te denken en te doen. Ik bepleit een pluriforme samenleving waarin de eenheid tot stand komt door de erkenning van de verscheidenheid. Als ik op koningsdag ondanks de regen over de Nieuwe Binnenweg loopt en het is net Babylon, zoveel talen worden er om mij heen gesproken terwijl niemand door het rotweer zijn goede stemming laat bederven, dan denk ik: “Dit is Nederland zoals Nederland bedoeld is”. Een Jacobijn zegt: “Op straat spreekt men Nederlands”. Dat is het verschil. Het is ook een politieke kloof die steeds duidelijker zichtbaar wordt.

Dat zal volgend jaar tijdens de verkiezingsstrijd blijken. Bert Brussen zegt aan het slot van zijn stuk dat democratie en opvattingen over democratie kunnen veranderen en – om het kort samen te vatten – dat ik daar maar aan moet wennen.

Dit land is mij te lief om daaraan te wennen. Ons vaderland kan alleen maar leefbaar zijn als de wil van de meerderheid zijn grenzen kent.


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (84)