1.788
45

publicist

Jaap Hamburger is voorzitter van Een Ander Joods Geluid. Een Ander Joods Geluid is een actiegroep, die zich - juist uit verbondenheid met het lot en het voortbestaan van Israël - het politieke debat en de kritische meningsvorming over Israël en de bezette gebieden ten doel stelt. Dit zonder te tornen aan het bestaansrecht van de staat Israël.

Besluit PGGM moet wake-up call zijn voor Israël

In plaats van moord en brand te schreeuwen over het besluit van PGGM zou de Israëlische regering er goed aan doen haar koers radicaal te wijzigen

De Israëlische regering heeft geschokt gereageerd op het besluit van pensioenverzekeraar PGGM om haar investeringen in vijf Israëlische banken te beëindigen, en heeft de Nederlandse ambassadeur in Israël vorige week ontboden om opheldering te geven. PGGM zegt haar besluit genomen te hebben in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen, met oog op de voortgaande investeringen van deze banken in Israëls illegale nederzettingen in bezet Palestijns gebied. Het besluit zou een wake-up call moeten zijn voor de Israëlische regering om te begrijpen dat haar nederzettingenpolitiek de langste tijd heeft gehad, een politiek waarmee Israël op den duur haar eigen graf graaft.

Het besluit van PGGM volgt op eerdere besluiten van Nederlandse bedrijven om te desinvesteren uit Israëlische bedrijven die actief zijn in bezet Palestijns gebied. Waterbedrijf Vitens beëindigde eind vorig jaar een samenwerkingsverband met de Israëlische watergigant Mekorot, die nederzettingen van water voorziet. Eerder trok Royal HaskoningDHV de stekker uit haar betrokkenheid bij een voorontwerp voor de bouw van een waterzuiveringsinstallatie nabij bezet Oost-Jeruzalem.

De reactie van Israëlische zijde op deze ontwikkelingen laat zich raden: de betreffende bedrijven worden weggezet als ‘anti-Israël’ of erger: weinig kies worden vergelijkingen gemaakt met Nazi-maatregelen uit de jaren ’30 en ’40 waarbij opgeroepen werd ‘niet bij Joden te kopen’.

Dit raakt kant noch wal. De besluitvorming van deze bedrijven – die overigens puur en alleen betrekking heeft op investeringen in de nederzettingen in bezet Palestijns gebied en niet op investeringen in Israël zelf – vloeit simpelweg voort uit het toegenomen besef dat, in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen, investeringen in Israëls nederzettingen onaanvaardbaar zijn.

De nederzettingen zijn naar alle internationale maatstaven illegaal, een visie die door de huidige Israëlische regering weliswaar wordt bestreden, maar door de EU, de VN, de VS en ook door een belangrijk deel van de Israëlische bevolking zelf wordt gedeeld. Het bestaan van de nederzettingen gaat in hand in hand met tal van mensenrechtenschendingen: van confiscatie van Palestijns land en immense beperkingen van de Palestijnse vrijheid van beweging, tot geweld van extremistische Israëlische kolonisten tegenover Palestijnse burgers aan toe. Hoe meer de nederzettingen groeien, des te kleiner wordt de kans op een levensvatbare Palestijnse staat naast Israël.

Los van de schrijnende gevolgen van de bezetting voor het leven van de Palestijnse bevolking is de bezetting voor Israël zelf op den duur onhoudbaar. De financiële kosten van het in stand houden van de nederzettingen en de bezetting drukken zwaar op de Israëlische begroting. De kolonistenbeweging, die er voor een deel ultranationalistische denkbeelden op na houdt, heeft een corrumperend effect op de Israëlische samenleving. We hoeven maar te kijken naar al de antidemocratische wetsvoorstellen die door hun vertegenwoordigers aan het Israëlische parlement worden voorgelegd.

De langdurige bezetting ondermijnt in toenemende mate het morele en democratische karakter van de staat Israël. Als Israël de Palestijnse gebieden blijft bezetten resteren maar twee keuzen: een democratische staat waarin Palestijnen en Joden dezelfde rechten hebben, of een geïnstitutionaliseerde Apartheidstaat waarbij Israël miljoenen Palestijnse burgers individuele en collectieve rechten blijft ontzeggen. De vrees moet zijn dat Israël onder de huidige omstandigheden en met de voortzetting van de huidige politiek op die tweede keuze afstormt.

In plaats van moord en brand te schreeuwen over het besluit van PGGM, Vitens en Royal HaskoningDHV – en met hen overigens ook andere bedrijven buiten Nederland – zou de Israëlische regering er goed aan doen haar koers radicaal te wijzigen, door een einde te maken aan de illegale bouw in en van de nederzettingen en door in de lopende vredesbesprekingen serieus werk te maken van een twee-statenoplossing van het Israëlisch-Palestijns conflict. Zo niet, dan is voorspelbaar dat ook andere (Nederlandse) bedrijven de weg zullen gaan bewandelen van het desinvesteren uit de bezetting en de nederzettingen.

Geef een reactie

Laatste reacties (45)