Laatste update 14:01
3.085
3

Leraar Geschiedenis en Maatschappijleer

Henrik de Moel is leraar geschiedenis maatschappijleer te Groningen. Dit jaar is hij vrijgesteld van zijn lestaken om namens de Algemene Onderwijsbond te kunnen onderhandelen over de nieuwe cao voortgezet onderwijs.

Bestuurders VO vinden autonomie belangrijker dan de toekomst van onze leerlingen

De bonden maken zich op voor acties in het voortgezet onderwijs. Omdat werkgevers in de sector weigeren tegemoet te komen aan de onder onderwijspersoneel breed gedragen wens tot een harde maximering van het aantal lessen dat een docent per week mag geven, worden de pijlen voorlopig gericht op de VO-Raad. Tot ze ook daar beseffen dat ze meer bereiken als ze bonden meer zien als partner dan als opponent.

Dat het veel meer zoden aan de dijk had gezet als we ons met onze grieven bij de Hoftoren hadden gemeld, geef ik onmiddellijk toe. De vakbonden rekenden er eigenlijk op dat de VO-Raad in de geest van het PO-Front zou handelen: met ons een plan uitwerken, vaststellen waar de pijn zit en ons daarmee in Den Haag melden. Eerst voor een gesprek en als dat niets uithaalt met acties. 

Een derde van de starters verdwijnt binnen vijf jaar

Want ook deze sector staat onder enorme druk. Onderwijspersoneel – voor de klas maar ook daar buiten – wordt overvraagd. Dat zie je aan de uitval onder de starters: grofweg een derde van de mensen die beginnen aan een loopbaan in het voortgezet onderwijs haakt binnen vijf jaar af: overvolle lesroosters, geen tijd voor verdieping en steeds complexere leerlingpopulaties zijn er de oorzaak van.

De mensen die het wel volhouden, krijgen de last van hun overspannen of afzwaaiende collega’s er bij: zij dragen de voor ons onderwijs zo essentiële continuïteit met steeds minder mensen en mogen steeds weer nieuwe starters inwerken. Voor zover die nog te vinden zijn.

Toen we aan de vooravond van de cao-onderhandelingen suggesties gingen ophalen bij onze leden, werd andermaal duidelijk dat de situatie de afgelopen jaren erger is geworden. Op papier zitten onze werkgevers vol goede bedoelingen, maar als het er op aankomt wordt het aantal lessen opgeschroefd of de klassen vergroot. Want krimp, want geld te kort, want onwillig om keuzes te maken in het aanbod.

Pijn van de bankencrisis landde in de klas

De voorbije jaren zijn in alle onderwijssectoren niet eenvoudig geweest. Omdat de bankencrisis werd betaald door keihard te snoeien in de publieke sector werden de salarissen bevroren en kregen schoolbesturen er te weinig geld bij om te zorgen dat de leerlingen onder optimale voorwaarden naar school konden.

Alleen gingen die schoolbesturen voorbij aan het feit dat zij zich dienend moeten opstellen richting het ‘primaire proces’ – in normaal Nederlands zorgen dat iedere scholier vakkundig les krijgt op een wijze die aansluit bij de normen van vandaag en morgen – en verhaalden ze alle ellende op de klas die ze eigenlijk hadden moeten ontzien.

De AOb wil met de andere bonden voorkomen dat deze praktijk de komende jaren wordt voortgezet en heeft individueel afdwingbare werkdrukbeheersing tot belangrijkste inzet gemaakt van de cao-onderhandelingen. We vinden dat een leraar maximaal twintig uur in de week voor de klas moet staan bij een volledig dienstverband. De rest van de tijd kan hij dan besteden aan zaken als lesvoorbereiding en kennisuitbreiding.

Gek is dat niet: er is een meerderheid voor dat idee in de Kamer vastgelegd in verschillende moties. We vinden ook dat bestuurders moeten ophouden met gerommel met uren of de klassengrootte. Op het moment dat je dan handen tekort komt, kun je naar het kabinet stappen en laten zien dat we door een te bescheiden financiering ook in deze sector achter de feiten aan lopen.

Maar de VO-Raad mag niet van zijn achterban. Die denkt blijkbaar dat bestuurders beter weten hoe je de werkdruk aanpakt en verdieping van de les op gang brengt dan de mensen voor de klas die als docent verantwoordelijk zijn voor kerntaak van onze sector.

Zolang de inspectie niet boos wordt, is blijkbaar alles goed

Steeds als er bij de koepelorganisatie mensen te porren lijken voor de plannen van de vakbeweging, worden die teruggefloten door bestuurders van de verschillende instellingen. Het resultaat: het liefst tikt de VO-Raad een cao-tekst af die de lengte heeft van een PVV-verkiezingsprogramma. Met wat afspraken op hoofdlijnen, meer niet.

In een sector die zo top-down is georganiseerd en waar inspraakorganen kampen met een enorme kennisachterstand betekent het in feite dat een bestuurder alleen maar hoeft te zorgen dat de inspectie niet boos wordt en dan komt hij overal mee weg. Kritische aandeelhouders zijn er immers ook niet. Er is alleen een ministerie van OCW en dat zich op afstand heeft geplaatst.

Natuurlijk wilden de dames en heren bestuurders best een rondje Den Haag met ons doen om voor meer geld te lobbyen. Maar afspraken maken over de invulling van het budget die het onderwijspersoneel verder kan helpen: het is geen optie voor ze. Het zou immers betekenen dat ze zich moeten committeren aan afspraken en het is blijkbaar prettiger werken als je je handen vrij hebt.

Omdat onze leden op basis van resultaten uit het verleden geen vertrouwen meer hebben in de goede bedoelingen van hun chefs en wij die vrees tijdens de onderhandelingen bevestigd zagen, is er dus voordat we als eensgezinde sector eerst een actie nodig om de mensen in de bestuurskamers er van te doordringen dat ze moeten stoppen ceo-tje te spelen. Ze zijn immers in dienst van de samenleving. En die heeft een doel voor ogen: organiseer het voortgezet onderwijs zo dat je scholieren als bijna-volwassenen klaarstoomt voor een vervolgopleiding of een goede start op de arbeidsmarkt. Dat energieke leraren daarvoor belangrijker dan de mensen die de kaders binnen een school organiseren, is voor niet-bestuurders wel helder.

Bestuurlijke autonomie staat rooskleurige toekomst VO in de weg

Leraren, ouders, leerlingen en sympathisanten roepen we op: steun ons bij deze strijd. Maak onze bestuurders duidelijk dat de totale autonomie die ze zo fanatiek verdedigen een rooskleurige toekomst voor ons voortgezet onderwijs in de weg staat. Dan kunnen we daarna samen naar Den Haag. Want met werkdrukbestrijding alleen zijn we er nog lang niet. De salarissen in onze sector moeten ook fors stijgen om de competitie om de hoogopgeleiden aan te kunnen met de markt. En onze ondersteuners zijn aan herwaardering toe: die hebben er de afgelopen jaren een hele rits aan verantwoordelijkheden bij gekregen en zien dat niet terug aan hun salaris.

Het PO-Front heeft aangetoond dat samen lobbyen loont. Ook daar is de noodzakelijke investering van 1,4 miljard euro nog niet in zicht, maar ze zijn verder dan het voortgezet onderwijs en politici worden nerveus van het gesloten front. Zolang we dat  in onze sector niet voor elkaar hebben, zullen bestuurders en personeel tegen elkaar worden uitgespeeld.

Cao-onderhandelingen vragen van alle delegaties om de nodige stuurmanskunst. De bonden zijn bereid de volle zee op te gaan. Maar de VO-Raad blijft in de loods, het rolluik naar beneden. Uit angst privileges te verliezen die niet in de sector thuis horen. Dat moet anders: VO-raad, neem je verantwoordelijkheid. Laat zien dat de toekomst van onze leerlingen de leidraad is. Dan kunnen we samen verder.

Geef een reactie

Laatste reacties (3)