2.007
46

journalist/publicist

Carl Stellweg was van januari 1994 tot augustus 2009 redacteur/verslaggever buitenland voor het Algemeen Dagblad. Hij schreef reportages vanuit onder meer het Midden-Oosten, Noord-Afrika, Iran, Pakistan en Oost-Europa. Tegenwoordig is hij freelance vertaler, publicist en een van de initiatiefnemers van het Grote Midden Oosten Platform. Ook verschenen van zijn hand de roman 'Mijn beeldschone aandoening' (Compaan uitgevers), en 'De wereld van de islam in begrijpelijke taal' (I-publish)

Beter een stedenband met Peking dan met Tel Aviv

Over de omstreden samenwerking tussen Amsterdam en Tel Aviv

Samenwerking tussen Amsterdam en Tel Aviv is fout. Hameren op de laakbaarheid van Israëlisch beleid is alleen niet de aangewezen manier om dat aan te tonen. Beter is het twee op het op het oog sterke basisargumenten van de voorstanders te ontzenuwen. Zo bespaart een weldenkend mens zich een vermoeiend potje modderworstelen met ideologisch vooringenomen voorstanders. De kern is dat je zelf niet de verdenking van ideologische vooringenomenheid op je laadt. Zo win je het debat.

Beide basisargumenten van de voorstanders maken een solide indruk. Eén ervan luidt dat stedelijke samenwerkingen niet politiek zijn, en als ze dat wel zijn, het beter is samen te werken met een stad in een democratisch land: ‘’Geen samenwerking met Tel Aviv? Dan al helemaal geen stedenband met Peking!” Het tweede, meer algemene standpunt is dat Israël onevenredig de maat wordt genomen.

En inderdaad: Israël is zonder twijfel democratischer en opener dan China, democratischer en opener ook dan enig ander land in het Midden-Oosten. Voor 80 procent van zijn burgers – de joodse burgers – beantwoordt Israël grotendeels aan de criteria van een westerse democratie. Voorts is de oude klacht dat Israël onevenredig de maat wordt genomen legitiem. De Israëlisch-Palestijnse kwestie krijgt minstens evenveel aandacht als veel dodelijker conflicten in Syrië, Irak, Afghanistan, en in een recent verleden Congo en Rwanda.  

Maar neem nu dat “niet-politieke” karakter van stedenbanden, pardon, “samenwerkingen”. Een initiatief uitroepen tot “niet-politiek” betekent niet dat het “niet-politiek” is. Net zo min als sport en politiek altijd te scheiden zijn. Zeggen dat iets “niet-politiek” is betekent vaak enkel dat men een politiek aspect wenst te negeren omdat het niet van pas komt. Een stedenband met Lyon of Florence is inderdaad niet erg politiek. Een samenwerking waarbij een omstreden, al dan niet democratisch bewind betrokken is, is dat per definitie wel. Wanneer dat eenmaal is erkend, ontstaat ruimte voor de vraag wat voor politieke boodschap men met zo’n samenwerking afgeeft – of wil afgeven.

Onderscheid tussen democratieën en dictaturen is hierbij van belang, zij het niet omdat democratieën zich altijd beter gedragen. Ze gedragen zich beter jegens hun eigen burgers. Hun externe optreden kan, bij afwezigheid van een mondiale democratie, evengoed kwaadaardig zijn als dat van dictaturen. Zo is het Israëlische nederzettingenbeleid kwaadaardig, omdat het Palestijnse zelfbeschikking opzettelijk onmogelijk maakt. Daarom wordt het ook door de gehele internationale gemeenschap, de Verenigde Staten inbegrepen, afgekeurd. China, om dit land als voorbeeld te blijven gebruiken, kent een Tibetaanse kwestie. Het verschil is dat Chinese burgers geen invloed hierop hebben, omdat China een dictatuur is. Israëlische burgers zijn wél in staat het beleid van hun politici te beïnvloeden: Israël is immers een democratie. 

Een stedenband met Peking is een politiek signaal aan de inwoners dat de Chinese dictatuur hun niet wordt aangerekend; dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen volk en regime. Afzien van samenwerking met Tel Aviv kan juist worden opgevat als een oproep aan de Israëlische bevolking het beleid van haar politici te veranderen, aangezien zij daartoe in principe in staat is, en de internationale gemeenschap dit beleid afkeurt.

Het tweede basisargument – Israël wordt onevenredig de maat wordt – is feitelijk een zwaktebod. Kritiek pareren door te wijzen op ergere wantoestanden houdt een bekentenis van schuld in. En verantwoordelijken voor ergere wantoestanden kunnen op hun beurt wijzen naar nog ergere wantoestanden. Zo ontstaat een morele race to the bottom, waarbij alleen nog het allerergste bewind – stel: Noord-Korea – een zuiver verwijt kan worden gemaakt.

Ten tweede is er geen land met een omstreden politiek dat in het Westen zulke hartstochtelijke pleitbezorgers kent als Israël. Wijzen op hoe mensonterend allerlei dictaturen zich vergeleken met Israël gedragen is daardoor oneigenlijk: niemand verdedigt deze dictaturen principieel. De betrekkingen ermee, zo deze er zijn, hebben een pragmatisch karakter. De betrekkingen tussen de EU en de VS enerzijds en Israël anderzijds zijn daarentegen te innig om pragmatisch te kunnen worden genoemd. Israël wordt “onevenredig” de maat genomen omdat wij ons nauw met Israël hebben verbonden, wat ons medeverantwoordelijk maakt voor Israëlisch optreden.

Tegelijkertijd is Israël, ondanks zijn voorhoedepositie op innovatiegebied, zijn economische succesverhaal, een betrekkelijk klein land, dat makkelijk onder druk is te zetten zonder dat het ons schaadt. Met China ligt dat anders. Dat klinkt opportunistisch, moreel bedenkelijk zelfs. Het alternatief is dat je niets tegen enig onrecht uithaalt.

Burgemeester Van der Laan zou in Israël de mensenrechten hebben aangesneden. Danspasjes die hij zich had kunnen besparen. Israël is immers geen China.

Geef een reactie

Laatste reacties (46)