845
8

Oud-Tweede Kamerlid GroenLinks

Tofik Dibi werd op 30 november 2006 lid van de Tweede Kamer. Geboren in 1980 is hij het op één na jongste kamerlid, maar, zoals hij zelf zegt, 'zeker geen groentje'. Eerder deed hij ervaring op als bestuurslid van de Turkse Arbeidersvereniging Nederland. Dibi is een kind van de muliticulturele samenleving, geboren in Vlissingen en opgegroeid in Amsterdam. Bij de laatste verkiezingen stond hij niet op een verkiesbare plaats.

Bevriezen van de lerarensalarissen is het domste wat je kunt doen

CDA en Christenunie nemen vast een voorschot op wat ze na de verkiezingen met het onderwijs gaan doen.

Ergens weggestopt in een bijlage van de Voorjaarsnota staat een zin waar je zo over heen leest. “De loonbijstelling tranche 2010 wordt niet uitgekeerd.” Maar zo onschuldig is deze ene zin niet. Want wat staat hier nu echt? Hier staat dat ondanks eerdere beloften van het kabinet de lerarensalarissen in 2010 niet mee stijgen met de ontwikkelingen in de markt. De twee partijen willen daarmee doorgaan na de verkiezingen, de VVD heeft dit ook in het programma staan.

Natuurlijk: het is crisistijd. De bomen groeien niet meer tot in de hemel. Toch is het bezuinigen op de lerarensalarissen het domste wat je kunt doen. Ook, of misschien wel juist, in deze tijd. Niet voor niets investeren bijna alle partijen in onderwijs (behalve het CDA, die partij bezuinigt per saldo op onderwijs). Goed onderwijs is dé voorwaarde om sterker uit de crisis te komen.

Leraren zijn daarbij keihard nodig. Van alle sectoren heeft het onderwijs de oudste werknemers, een kwart van de leraren is ouder dan 50 jaar. De verwachte tekorten zijn daarom hoog. In het voortgezet onderwijs verwacht men in 2015 zo’n 8% leraren tekort te komen, terwijl er bij een tekort van 2% er al rekening wordt gehouden met structurele uitval. We moeten het lerarenvak dus snel aantrekkelijker maken.

Geen enkele leraar is het onderwijs ingegaan om rijk te worden. De belangrijkste reden om in het onderwijs te gaan werken is het kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen en jongeren, blijkt uit onderzoek in opdracht van het ministerie van Onderwijs. De belangrijkste reden om het onderwijs weer te verlaten is de grote werkdruk en de aansturing vanuit het management. Kortom: om het vak van leraar aantrekkelijker te maken moet er meer gebeuren dan alleen een betere beloning. De werkdruk en bureaucratie moet omlaag, de klassen kleiner en de ondersteuning voor zorgleerlingen beter.

Maar toch is het ook van belang dat de salarissen niet te veel achter lopen bij de markt. Want het salaris staat misschien niet in de top vijf van redenen om in het onderwijs te gaan werken. Als de achterstand tot de lonen in de markt te groot worden, dan zal iedereen zich op een gegeven moment achter de oren gaan krabben. Want ook al is het vak prachtig, na weer een weekend proefwerken nakijken, opnieuw een telefoontje van een kritische ouder die vindt dat zijn hoogbeschaafde schatje onvoldoende aandacht krijgt en daarom zoveel spijbelt, of de zoveelste oekaze van het management kan een baan in het bedrijfsleven opeens een lonkend perspectief zijn. Zeker als je daar veel meer kunt verdienen.

Om dat te voorkomen heeft minister Plasterk het Actieplan Leerkracht in werking gezet. Dankzij dit Actieplan gaan leraren de komende jaren iets meer verdienen. Relatief iets meer. Want de achterstand die ingehaald moet worden is groot. Leraren krijgen minder betaald in vergelijking met andere hoogopgeleide werknemers in de marktsector, maar ook in vergelijking met politie, rechterlijke macht en defensie lopen zij achter. Uit helaas oude cijfers (Trendnota 2007, ministerie BZK) blijkt dat het verschil in uurloon tussen leraren en werknemers in andere sectoren met vergelijkbaar opleidingsniveau toeneemt. Het verschil varieert van gemiddeld 10% voor basisschooldocenten tot 20% voor leraren met een academische opleiding in het voortgezet onderwijs en het mbo.

Het Actieplan Leerkracht is er gekomen tot ieders tevredenheid. Ook andere partijen vinden nu dat er nog wel meer geld naar toe had gemogen. Ten minste dat is mijn conclusie als ik zie dat alle partijen extra geld trekken uit voor hogere lerarensalarissen. Maar het kan natuurlijk niet zo zijn dat we met de ene hand afpakken, wat we met de andere hand geven. Het bevriezen van de leraren, zet de leraren opnieuw op achterstand ten opzichte van hun studiegenoten die voor het bedrijfsleven hebben gekozen.

Bovendien is het helemaal niet aan een demissionair kabinet om een dergelijk ingrijpend besluit te nemen. Een meerderheid van de Kamer heeft afgelopen april nog een motie van GroenLinks gesteund waarin de regering werd opgeroepen woord te houden door in 2010 de lonen mee te laten stijgen met de ontwikkelingen in de markt. Belofte maakt schuld. Ook als die belofte is gedaan in verkiezingstijd.

Geef een reactie

Laatste reacties (8)