2.016
12

Econoom

David Hollanders (1978) doceert finance aan de Universiteit van Tilburg

Bezuinigen op studiefinanciering is oneconomisch

Studenten, strijd voor studiefinanciering met deze economische argumenten

Het kabinet PvdA-VVD kort de studiefinanciering. Studenten ageren daar volkomen terecht tegen. Zij gebruiken daarbij terechte buiten-economische argumenten, maar zij kunnen ook economische argumenten gebruiken.

Maar eerst de buiten-economische redenen om voor studiefinanciering te zijn. Universitair onderwijs borgen Bildung, intellectuele ontwikkeling, een kritische houding, maatschappelijk bewustzijn en politiek burgerschap. Dat zijn waarden op en in zichzelf, oftewel monetair imponderabel. Dit is voor menigeen genoeg rechtvaardiging voor een bescheiden studietoelage gedurende enkele jaren, mits de student voortgang maakt.

Maar zoals bekend verzetten buiten-economische overwegingen allang geen bergen meer, hollen geen stenen meer uit, zijn paarlen voor de zwijnen. Beleidsmakers luisteren –als zij dat doen- enkel naar het economische discours, waarin studenten ‘menselijk kapitaal’ zijn, studiebeurzen verworden zijn tot ‘onderwijsinvesteringen,’ academische vorming ‘output’  is, en ‘rendement’ verengd is tot toekomstige productiviteitsstijgingen, tot voordeel van student (hoger loon), bedrijfsleven (betere werknemers) en de overheid (meer belasting). Welaan! Welke zijn de economische redenen voor studiefinanciering?

Bedrijfsleven
Nu, bedrijven mogen personeelscursussen aftrekken van hun winstbelasting, omdat dat investeringen in menselijk kapitaal zijn. En ook de fiscus profiteert daarvan. 
Ook mogen bedrijven rentebetalingen –gevolg van schuld gefinancierde investeringen in onder andere menselijk kapitaal- van de winstbelasting aftrekken. Alleen al uit hoofde van consistentie, zou studiefinanciering gehandhaafd moeten blijven of zou op zijn minst de rente op de studieschuld aftrekbaar moeten zijn. Maar consistentie is weer een buiten-economisch argument. Echter, het maakt economisch geen verschil of een werknemer een studie volgt (kosten aftrekbaar) of iemand die (nog) geen werknemer is (kosten niet aftrekbaar). 

Maar dat is nog niet eens het belangrijkste. De redenering van de overheid is dat een student investeert in het eigen menselijk kapitaal en daar –naar verwachting- een positief rendement over heeft –in de vorm van een hoger loon. Dat negeert dat bedrijfsleven en overheid zelf ook profiteren van onderwijsinvesteringen; de overheid en bedrijfsleven worden juist niet moe te benadrukken hoe belangrijk onderwijs is. En dan rijst de vraag of de private afweging van de student om te studeren overeenkomt met de maatschappelijk gewenste uitkomst. In jargon, of de keuze economisch efficiënt is. En daarop kan het antwoord slechts ontkennend luiden. 

Dat zit zo. Een afgestudeerde dient de lening ook terug te betalen als hij of zij een baan heeft die hij/zij ook zonder studie had kunnen doen; dus ook als de studie geen enkel positief rendement heeft. Dat zal veelal een relatief laag betaalde baan zijn, want ook dan moet de afgestudeerde terugbetalen. Dat is evenwel precies de situatie dat de afgestudeerde lastig terug betalen kan (laag loon). En dit alles onder de vooronderstelling dat de student daadwerkelijk afstudeert en de bul niet in ‘waarde’ afneemt (zie afwaardering bullen van InHolland). Alleen bij werkloosheid of ziekte hoeft een afgestudeerde niet terug te betalen, maar in dat geval heeft hij ook niets aan de studie.

Een student heeft dus af te wegen de toekomstige kosten (rente en aflossing) die hij/zij zeker maakt (tenzij ziek of werkloos –maar dan dus ook geen baten) tegen onzekere baten. De baten zijn hoogst onzeker want worden bepaald door de kans dat de student afstudeert, vermenigvuldigd met de kans op een beter betaalde baan als gevolg van de studie vermenigvuldigd met het extra loon in dat geval. De kans op een goede baan is daarbij sinds 2008 drastisch geslonken, mede door de overheidsbezuinigingen.

Preventie
De verwachte baten zijn onzeker. De kosten zijn evenwel zeker en stijgen bovendien al jarenlang. Wat maakt het uit dat studenten hoge kosten hebben en mogelijk geen baten? Nu, dat maakt niet alleen voor de student uit, maar ook voor de samenleving. 

Indien studenten risicomijdend zijn –en dat is om goede economische redenen iedereen-, dan zullen zij alleen studeren als de verwachte baten aanzienlijk hoger zijn dan de kosten. Het is evenwel maatschappelijk optimaal als iedereen gaat studeren zodra de verwachte baten ook maar een fractie hoger zijn dan de kosten. Om precies dezelfde reden garandeert de overheid hypotheken, banken, exportkredieten –om te voorkomen dat risicomijdende bedrijven, banken en huizenkopers nalaten investeringen te doen die in verwachting positief zijn. 

Het is dus economisch volledig gerechtvaardigd dat er wel studiefinanciering is. Studiefinanciering voorkomt ook dat vooral mensen met rijke ouders studeren gaan studeren. En het voorkomt dat mensen vooral kiezen voor lucratieve studies –als rechten en economie- doen, wat diversiteit en creativiteit ten goede komt. Al zijn dit dan weer buiten-economische overwegingen, waar beleidsmakers afhaken. 

Resteert de vraag waarom er door dit kabinet bezuinigd wordt op studiefinanciering. Wellicht is het onbegrip, wellicht is het bezuinigingsfetisjisme. Het is hoe dan ook even economisch invalide als intellectueel geretardeerd. En het is zaak dat studenten alle argumenten inzetten om studiefinanciering in stand te houden. 

Geef een reactie

Laatste reacties (12)