Laatste update 11:24
7.675
56

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Blanken net zo goed bloot op Gouden Koets

De Gouden Koets is als geheel een politiek statement. Alles aan het ding heeft betekenis. Het brengt de consensus onder de Nederlandse elites tot uitdrukking zoals die bestond in 1898

De Gouden Koets gaat naar het Museum Amsterdam, waar hij een half jaar lang net als Sneeuwwitje in een glazen kast tentoon wordt gesteld. Je kunt aan je water voelen dat Nederlands beroemdste paardenwagen daar nooit meer vandaan komt. Zo keert hij terug bij de schenkers, de burgers van Amsterdam.

Koningin Wilhelmina zal, in Abrahams schoot gezeten, ongetwijfeld goedkeurend knikken. Ze wilde de Gouden Koets, die ze bij haar troonsbestijging cadeau kreeg, het liefst zo ver mogelijk wegstoppen. Ze was van al die protserigheid niet gediend. De regering gaf haar de stille wenk van dit artistiek verantwoorde voornemen af te zien omdat het een slechte indruk zou maken op de Amsterdammers. De onprettig gestoorde koning Willem III had tijdens zijn leven het Oranjehuis onmogelijk gemaakt. Na zijn overlijden in 1890 zette zijn jonge weduwe Emma samen met enkele zeer hooggeplaatste Nederlanders een heel programma op om de reputatieschade te herstellen. Daar hoorden werkbezoeken bij in het hele land en de uitbundige viering van Koninginnedag. Ook maakten “de koninginnen”, zoals de pers Emma en haar dochtertje Wilhelmina aanduidde, succesvolle rijtoeren door de Amsterdamse  Jordaan. Dat had de gewenste resultaten opgeleverd. Uiteraard viel nu aan een actief gebruik van de Gouden Koets niet te ontkomen. De Amsterdammers hadden zich tenslotte blauw betaald aan rijtuigbouwer Spijker – weldra schepper van de eerste Nederlandse auto’s én de uitvinder van het stuurwiel – , die het ding op zijn geweten heeft.

Tot nu. Eerst plaatste men de Gouden Koets buiten beeld door een wel zeer langdurige restauratie. Vriend en vijand waren het er over eens dat het vervangend vervoer, de veel oudere Glazen Koets, heel wat koninklijker oogt dan het Amsterdamse kitschgeval, dat vooral doet denken aan een vooroorlogs Jordaanhuishouden en een oriëntaals interieur in het hedendaagse Amsterdam-West.

Nicolaas van der Waay, zelfportret

Het is echter niet de wansmaak die de Gouden Koets de das omdeed, het zijn de panelen op de zijkanten, waarin de beroemde establishment schilder Nicolaas van der Waay zijn ziel en zaligheid heeft gelegd. Hij bracht daarin symbolisch tot uiting waar het Nederland van het kroningsjaar 1898 trots op was. Het veelgelezen Nieuws van den Dag bracht voor de abonnees een boek in twee delen uit onder de titel Eene Halve Eeuw. Daarin konden zij lezen hoe ons land in vijftig jaar uit armoe en achterstand was opgeheven tot een schitterende natie die de prestaties van de Gouden eeuw naar de kroon stak. Men stoomde, in een luxe restauratiewagon gezeten, met biefstuk en gebakken aardappelen door het land. De vrouwen emancipeerden zich en lieten zich overal gelden zoals zij op een grote tentoonstelling lieten zien. Kunsten en wetenschappen beleefden een nieuwe bloei. Neerlands vlag woei aan vreemde kusten. In Rotterdam vertrokken oceaanstomers met elektrische verlichting naar New York. In de gordel van smaragd en West-Indië bracht Nederland beschaving. Het vocht tegen knevelarij door de hoofden, zoals dat heette, en bevrijdde de slaven als er weer eens door het Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger een eiland onder de voet gelopen was. En dat allemaal onder de zegenrijke scepter van de Oranjes.

Dat beeldde Nicolaas van der Waay, kind van zijn tijd af. Op het ene paneel prijkte de Hulde van Nederland en op het andere de hulde van de Koloniën.

Die Hulde van de Koloniën wekt bij velen in onze tijd bevreemding. Wij zien om het in eigentijds Nederlands te zeggen, personen van kleur, voor een deel in verregaande staat van ontkleding, de producten van hun grond brengen aan de Nederlandse Maagd. Ze krijgen er ook iets voor terug. Een man, gekleed als Romeins senator en ongetwijfeld de regering voorstellende, overhandigt een Afrikaans ogend jongetje een boek. Dat zijn kennis en beschaving die hem nu ook deelachtig mogen worden. Aan de rechterkant zien we een voorname oosterling die min of meer wordt tegengehouden door een andere maagd. Zij verbeeldt wellicht de gerechtigheid. Zou Van der Waay hiermee zichtbaar willen maken hoe het zegenrijke Nederlands gezag de duistere tirannie van de plaatselijke vorsten in toom hield? Wie weet.

De afkeer jegens deze afbeelding wordt deels gevoed door de luchtige kledij van een aantal afgebeelde personen. Dat doet mensen – ten onrechte – denken aan slavernij en onderdrukking. Wie echter om de koets heen loopt en de hulde van Nederland in ogenschouw neemt, ziet dat Van der Waay ook daar zuinig is met textiel: er is de nodige blote huid te zien, in het bijzondere van kleine jongetjes, die tegenwoordig heel andere associaties oproepen dan pakweg een en een kwart eeuw terug. Opmerkelijk is wel dat er behalve hulde niets aan de voeten van de Nederlandse Maagd wordt gelegd, behalve de bloemen die een bloot jongetje strooit. Hij vertegenwoordigt jong Holland. We zien bovendien strijdkrachten, industrie, rechtspraak, landbouw, kunsten en wetenschappen. Eigenlijk is de Gouden Koets allemachtig eerlijk: de koloniale bevolkingen betalen het gelag en de blanken maken er de muziek bij. Kijk maar naar die gast met cyther. Ja, ik weet het, het is niet origineel. Destijds recenseerde Heinrich Heine de opera Les Hugenots van Meyerbeer al als volgt: “De katholieken slaan de protestanten dood en een jehoede schrijft er de muziek bij”.

Van der Waay schilderde ook nog panelen over de toekomst en het verleden, waar tot nog toe geen mens zich druk over heeft gemaakt. Toch kun je de beide huldes niet los zien van deze twee perspectieven. In het verleden is het wapen van Amsterdam prominent aanwezig maar ook hier is het blank bloot aan alle kant. De afbeelding verwijst niet naar Tromp, De Ruyter, onze pikbroeken of andere jongens van stavast. Op de achtergrond zijn wel de zeilen van koopvaarders te zien maar voor het overige gaat het toch om wijsheid en schoonheid. Bij de toekomst is het van hetzelfde laken een pak, voor zover aanwezig. Een invalide man wordt in bescherming genomen wat verwijst naar een groeiende sociale rechtvaardigheid en opnieuw voert kennisoverdracht de boventoon.

De Gouden Koets is als geheel een politiek statement. Alles aan het ding heeft  betekenis. Het brengt de consensus onder de Nederlandse elites tot uitdrukking zoals die bestond in 1898.

Vijf jaar geleden bracht ik de tegenstanders van het gewraakte voertuig in verband met George Orwells beroemde toekomstroman 1984, waarin de hoofdpersoon voor zijn brood de oude leggers van het dagblad The Times herschrijft om die in overeenstemming te brengen met de politieke inzichten van de dag, zoals geformuleerd door Big Brother. Dat is achteraf te kort door de bocht. Zo kun je deze kwestie niet afdoen en buiten de discussie plaatsen.

Wil je dat het koningshuis in een politieke boodschap uit 1898 rond blijft rijden? Of zie je ze liever in de neutrale Glazen Koets? Wie moet dat uitmaken? Bepalen regering en parlement met welk vervoermiddel het koninklijk paar zich naar de Ridderzaal begeeft? Of gaat het daar zelf over? En als de Gouden Koets niet meer acceptabel is, hoe moet het dan met al die soldaten, voor de gelegenheid in een historisch gala-uniform gehesen dat toch ook de herinnering aan onderdrukking oproept? Zullen we het koninklijk paar gelijk maar in een elektrische auto zetten, omgeven door commando’s  en mariniers in volle bewapening?  Of nog meer in de geest van de tijd de Troonrede rechtstreeks uitzenden vanuit Paleis Huis ten Bosch net als de kersttoespraak? Ook na corona moeten we immers zoveel mogelijk thuis werken. Reizen naar de zaak is CO2-uitstoot. Of niet soms?

En als straks de wet op het correctief referendum erdoor is, kunnen we er dan geen plebisciet over houden? Het volk laten spreken? Hm, misschien stem ik dan na rijp beraad  wel voor het museum. Of zal ik toch proberen  met mijn stem de Gouden Koets wakker te kussen, zodat hij kan ontsnappen uit de glazen kist waarin dwergen hem zo lang hebben bewaard?

En dan? Je kunt met die Gouden Koets natuurlijk eens per jaar Sinterklaas van de boot gaan halen maar daar komt  vast ook gedonder van.

Die Van der Waay heeft ons achteraf heel wat aangedaan. Weet je wie een leerling van hem was? Piet Mondriaan.

Hulde der koloniën
Hulde van Nederland
Het verleden
De Toekomst

De Gouden Koets geeft symbolisch weer wat dit – door Nicolaas van der Waay geschilderd – milieu gemiddeld van Nederland vond.


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Zwarte Jaren

    Nederland in de Tweede Wereldoorlog

    2020


Geef een reactie

Laatste reacties (56)