1.369
37

Oud-PvdA-leider

Job Cohen (Haarlem 1947) heeft in Groningen rechten gestudeerd. Na zijn studie heeft hij eerst tien jaar in Leiden gewerkt, waarna hij in 1981 vertrok naar de Universiteit Maastricht. Daar werd hij eerst hoogleraar en later Rector Magnificus. In 1993 werd hij staatssecretaris van Onderwijs in het kabinet Lubbers II. Hij keerde vervolgens weer terug naar Maastricht om in 1998 opnieuw staatssecretaris te worden, nu van Justitie. In 2001 werd hij burgemeester van Amsterdam, in 2010 werd partijleider en fractievoorzitter van de PvdA in de Tweede Kamer. Op 20 februari 2012 legde hij zijn functie neer.

Blijven strijden voor de vrijheid van iedereen

Al 65 jaar vieren wij, vandaag op 5 mei, Bevrijdingsdag.  

Mijn ouders moesten in de oorlog onderduiken; zij hebben aan den lijve meegemaakt wat het betekent om uitgesloten te worden en gemerkt wat er gebeurt wanneer haat de vrije loop krijgt. Na de oorlog sprak mijn moeder er vaak over, hoe belangrijk het voor een mens is om erbij te horen en mee te doen. Op een bewonderenswaardige manier spraken mijn ouders over de hoopvolle perspectieven die zij zagen, over de kans op een betere wereld.

Hoe moeilijk een situatie soms ook is, perspectief blijven zien. Dat hebben ze aan mij overgedragen. Ook nu is het voor veel mensen moeilijk om perspectief te zien. De samenleving lijkt te verharden, te verruwen. Veel mensen voelen zich buitengesloten. Zij zien de wereld zonder grenzen, met al die snelle veranderingen, niet als een kans, maar als een bedreiging. Het motiveert mij enorm om juist nu, in deze moeilijke tijd, het perspectief te bieden op een fatsoenlijk bestaan voor iedereen. Op volwaardige deelname van iedereen aan die samenleving. Ik geloof erin dat problemen vooral opgelost worden met dialoog, door verbinding te zoeken, door aandacht te geven, door te zoeken naar een gezamenlijk belang. Mensen niet uitsluiten, maar insluiten. Erbij horen en meedoen.

Mensen zoals ik, die de oorlog niet zelf hebben meegemaakt, kunnen zich maar moeilijk voorstellen hoe het moet zijn geweest om niet vrij te zijn. Steeds minder mensen kunnen ons daar over vertellen. Voor ons lijkt vrijheid heel gewoon. Het is raar, maar je lijkt het bijzondere van vrijheid pas werkelijk te beseffen, als die vrijheid er niet is. Juist daarom is het voor ons zo belangrijk om stil te staan bij de weelde die vrijheid is. De vrijheid om te kunnen zijn wie je bent. Dat je niet je afkomst of geloof hoeft te verbergen. Dat je kunt zeggen wat je vindt, zonder bang te zijn. Die vrijheid is een vrijheid die bij Nederland past. Nederland is gevormd door de strijd voor vrijheid. Willem van Oranje, de Vader des Vaderlands, zei ooit: “Ik kan niet goedkeuren dat vorsten over het geweten van hun onderdanen willen heersen en hun de vrijheid van geloof en godsdienst ontnemen.”

Voor die vrijheid wil ik strijden. Niet alleen voor mezelf of voor mensen die het met mij eens zijn, maar juist ook voor mensen waarmee ik het oneens ben. Want daaraan herken je de echte voorvechters van vrijheid; niet aan diegenen die die vrijheid alleen voor zichzelf opeisen, maar anderen het recht niet gunnen zichzelf te zijn, vrij te zijn in geloof of meningsuiting. Aan Voltaire wordt het volgende adagium toegeschreven, en ik vind het een prachtige tekst: “Ik ben het in alles met wat u zegt oneens, maar ik zal blijven strijden voor uw recht het te mogen zeggen”.

Juist omdat ik vind dat ook nieuwe generaties moeten blijven stilstaan bij de betekenis van vrijheid, zou het mooi zijn als 5 mei voor iedereen elk jaar een nationale feestdag zou zijn en niet zoals nu maar eens in de vijf jaar. Juist in onze tijd, met al onze discussie over vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst, zou dat goed zijn. Daaraan kleven vast praktische bezwaren, maar het gaat mij om de symbolische betekenis van 5 mei als Dag van de Vrijheid. Vrijheid komt niet vanzelf. Er is voor gevochten en gestreden. Soms met oorlog, vaak met woorden. Daarom is het belangrijk de vrijheid elk jaar te vieren. Ik doe dat. Niet alleen door mijn eigen geschiedenis en die van mijn ouders. Maar om de vrijheid om te zijn wie je bent, te geloven wat je wil en te zeggen wat je vindt, te koesteren, ook al lijkt die soms zo gewoon. We zullen er voor moeten blijven strijden, dag in dag uit. Voor de vrijheid van iedereen.

Dit stuk staat ook op JobCohen.nl.

Geef een reactie

Laatste reacties (37)