Laatste update 14:49
2.572
35

Historicus

Kaj Brens (1991) studeerde Geschiedenis en Religiewetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Schrijft en illustreert voor de website Jonge Historici.

Boerkaverbod, een pleidooi voor symboolpolitiek

Wat is er precies mis met symboolwetgeving? Is religieuze kleding - en gezichtsbedekking specifiek - zelf niet uiterst symbolisch?

cc-foto: exit 1979

Na zo’n 13 jaar en 5 verschillende wetsvoorstellen komt ook in Nederland het gedeeltelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding, oftewel het boerkaverbod. En nu burgemeester Femke Halsema niet van plan is het verbod te handhaven barst het debat los.

Het is geen algemeen verbod, wat betekent dat het enkel op specifieke plekken geldt; zoals onderwijs- en zorginstellingen, het openbaar vervoer en overheidsgebouwen. En naast boerka’s en niqaabs worden integraalhelmen en bivakmutsen ook (gedeeltelijk) verboden. Maar laten we er niet omheen draaien: het is een boerkaverbod.

Zelfs  de voorstanders van het verbod zouden er niet van dromen het argument te maken dat het niet specifiek om een boerkaverbod zou gaan. Of zoals PVV’er Machiel de Graaf het poëtisch verwoordt: een verbod op ‘islamitisch vrouwentextiel’.

Daarnaast heeft het kabinet, zoals gewoonlijk, genoeg ruimte voor kritiek gelaten. Want welk acuut maatschappelijk probleem los je hiermee op? Zijn er concrete aanleidingen voor een verbod? Wordt Nederland er werkelijk veiliger van? Zorg je er niet juist voor dat deze vrouwen dieper in een sociaal isolement raken? Wat is er gebeurd met vrije kledingkeuze en de vrijheid van godsdienst? En hoe is het kabinet van plan dit verbod te handhaven? Krijgen we Franse taferelen waar vrouwen gedwongen worden zich op straat ‘uit te kleden’?

Maar meer dan al deze kritiekpunten hoor je, van de oppositie, een beschuldiging van symboolpolitiek. “De nadruk op normstellend optreden geeft aan dat het vooral om symboolpolitiek gaat”, stelt Annelies Moors, hoogleraar hedendaagse moslimsamenlevingen in Trouw. Het feit dat minister Plasterk ook niet van plan was het verbod streng te handhaven, getuigt alleen maar meer van symboolwetgeving, volgens D66.

Maar wat is er precies mis met symboolwetgeving? Is religieuze kleding – en gezichtsbedekking specifiek – zelf niet uiterst symbolisch? Zeker wanneer je bedenkt dat er nauwelijks theologische verantwoording is voor volledige gezichtsbedekking.

En wat dacht je van religie zelf? De invloedrijke cultureel antropoloog Clifford Geertz definieerde religie als “a system of symbols…” Religieus gedrag is, in essentie, symbolisch. Vaker dan niet lost het geen acute (of maatschappelijke) problemen op, maar benadrukt het een band tussen het goddelijke en het profane, het hemelse en het aardse. Denk aan het dragen van een kruisje of keppeltje, bidden, op zondag naar de kerk gaan, de eucharistie of vasten. Zelfs terrorisme. “By calling acts of religious terrorism ‘symbolic’”, schrijft de Amerikaanse socioloog en religiewetenschapper Mark Juergensmeyer, “I mean that they are intended to illustrate or refer to something beyond their immediate target: a grander conquest, for instance, or a struggle more awesome than meets the eye.” De redactie van Charlie Hebdo, bijvoorbeeld, was geen willekeurig doel. Dus als de boerka een ongewenst symbool is, wat zelfs de oppositie niet kan ontkennen, waarom zou je dit dan niet bestrijden met symboolpolitiek?

Daarnaast is een beschuldiging – als je het zo kan noemen – van symboolpolitiek vaak niets meer dan selectieve verontwaardiging of zelfs complete hypocrisie. D66 heeft lange tijd gestreden om het randschrift ‘God zij met ons’ van de 2 euro munt te halen. Wat recenter had je het voorbeeld van D66-Kamerlid Stientje van Veldhoven die de woorden ‘Bij de gratie Gods’ uit de afkondiging van wetsvoorstellen wilde schrappen. SGP-leider Kees van der Staaij, die voor het boerkaverbod heeft gestemd, beschuldigde haar hierop van – wat anders – symboolpolitiek.

Kunnen we het ons nog herinneren dat eerder dit jaar de GroenLinks fractie van Amsterdam de I Amsterdam letters wilde weghalen? ‘Symbolen doen er toe’, was toen het argument. Dit voorstel werd gesteund door D66, PvdA en SP.

Symboolpolitiek is dus helemaal het probleem niet. En hoewel er genoeg legitieme argumenten tegen het gedeeltelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding zijn is het jammer om te zien hoe vaak en hoe makkelijk deze ‘beschuldiging’ gebruikt wordt om een noodzakelijke discussie af te doen als onbelangrijk.

Zelf ben ik niet van mening dat de wet de juiste de plaats is om gedragsnormen af te dwingen. Als samenleving kunnen we de boodschap afgeven dat de boerka een ongewenst symbool is in Nederland, maar dat hoeven we niet in de wet vast te leggen. Daarom pleit ik voor een systeem van legal tolerance en civil intolerance. Maar meer dan dat wil ik de symboolpolitiek verdedigen. Dit is een ondubbelzinnig pleidooi voor de symboolpolitiek, want symbolen doen er toe.

 

Geef een reactie

Laatste reacties (35)