Laatste update 19:58
3.241
72

Socioloog, publicist, programmamaker

Shervin Nekuee(Teheran, 1968) is socioloog, publicist en programmamaker. Hij studeerde aan de Universiteit van Utrecht en woont in Den Haag. Hij publiceert met regelmaat in dag- en weekbladen. Hij schreef De Perzische paradox: verhalen uit de islamitische republiek Iran (2006), uitgegeven door De Arbeiderspers. Op negentienjarige leeftijd vluchtte hij uit Iran, omdat hij weigerde deel te nemen aan de oorlog tegen Irak. Als socioloog, publicist en programmamaker is hij in het bijzonder geïnteresseerd in de culturele en sociale aspecten van de multiculturele samenleving en de politieke ontwikkelingen in het Midden-Oosten. 
Shervin Nekuee, die zijn sporen verdiende zowel in activistische als academische kringen, is curator en programmamaker van het Winternachten internationaal literatuur festival den Haag. Daarnaast is hij artistiek leider van het Mystic Festival Rotterdam, een festival met poëzie, muziek, storytelling en dansrituelen uit de mystieke islam en verwante mystieke tradities uit de hele wereld. Nekuee is verbonden aan het Grote Midden Oosten Platform dat de kennis en ervaring van in Nederland wonende Midden-Oosten deskundigen bij elkaar brengt voor trainingen, analyses en publicaties.

Boerkini: wat telt, is de vrije wil

Het prettige, speelse en veelkleurige strand uit mijn jonge jaren werd na de machtsovername door islamisten een arena van onderdrukking

cc-foto: Blondinrikard Fröberg
cc-foto: Blondinrikard Fröberg. De Kaspische Zee.

Vandaag – net als alle andere dagen, als ik even de kans krijg – heb ik gezwommen in Noordzee, tien minuten fietsen van ons huis, een nabijheid die de grootste luxe van mijn leven is geworden. De zee was woest, wonderschoon.

Ik heb als kind in de Kaspische Zee leren zwemmen en niet in dode wateren van een overdekt zwembad. Mijn vader kwam van de Iraanse kant van de Kaspische zee, een ultiem natuurmens. Hij leerde zijn kinderen zwemmen, zoals het eeuwenlang van de vader op zoon was gegaan bij onze familie. Bij gebrek aan een dochter poogde hij ijverig om mijn moeder ook te leren zwemen. Althans, dat probeerde hij. Maar mijn moeder, het stadse meisje uit Teheran, had een lichte watervrees en was ook niet meer zo kneedbaar tegen de tijd dat ze als jong echtpaar met elkaar in zee gingen, voor de eerste keer. Maar ze was dol op het aangezicht van de zee van mijn vaders jeugd en ook dol op de stranden en de zomer, op het in bikini aan het water vertoeven.

De stranden van Kaspische zee waren bij uitstek de representatie van de mozaïek dat de Iraanse samenleving indertijd, halverwege de jaren 70 van de vorige eeuw, was. Jong en oud, rijk en arm. De gesluierde vrouwen zaten naast mijn moeder en haar zussen in hun bikini’s. Toen kwam de Islamitische Republiek en bracht de gedwongen islamisering met zich mee. Dit deel van de Iraanse mozaïek had besloten om alle andere delen naar eigen kleur te verven en bij verzet hardhandig uit beeld te verwijderen. Zij, de radicale islamisten, waren er van overtuigd dat hun gedachtengoed, hun levenswijze en hun dresscode superieur was aan die van alle anderen. Ze dachten dat ze de door het westerse culturele imperialisme ‘geïndoctrineerde’ rest van de bevolking konden “bevrijden” door hen te dwingen tot dat wat in hun perspectief door Islam geboden was, en hen te weerhouden van wat Allah had verboden. Als het moest met intimidatie, geweld en strafvervolging.

Het prettige, speelse en veelkleurige strand uit mijn jonge jaren werd een arena van onderdrukking. Eerst trokken de islamisten een zwartdoek door de zee om vrouwen en mannen te scheiden maar het doek reikte niet tot het oneindige van de horizon in zee, noch was het overal onder water dicht te timmeren. Toen besloot men voor vrouwen de bikini te verbieden en de mannen in zwembroek vrij te laten – wellicht omdat de besluitvorming uitsluitend in de hand van de mannen was.

Onze Kaspische zee stranden raakten stil en verloren, mijn moeder hield van de zee maar had altijd tranen bij terugkeer naar de ooit zo vrije stranden waar ze nu veroordeeld was tot het volgen van de afgedwongen dresscode. Zij had nog meer verdriet om de verplichte sluier die in alle publieke plekken werd opgedrongen. Zij was een stadsmens, dol op ontmoetingen met vrienden in cafés en restaurants, maar na de verplichtstelling van de sluier werd ze steeds meer en meer een huismus. Ze raakte somber.

Als teenager had ik vaak gesprekken met haar hierover. Ik wist dat het buitenleven haar goed zou doen maar ze walgde van het moeten voldoen aan opgedwongen kledingvoorschriften. “Maar mama, als we vroeger naar de graven van afstammelingen van Imam Ali gingen droeg je altijd een sluier en zelfs vaak een alles bedekende chador, wat is er nu tegen om dat ook doen als je naar een café of cinema gaat?” zei ik vaak in pogingen haar uit het huis te krijgen. “Dat was uit mijn vrije wil mijn lieve zoontje, het was mijn keuze, deze gedwongen hijab is bedoeld juist om mijn vrije wil te krenken en mij en alle vrouwen zonder sluier te kleineren. En dat ook nog onder de mom van mij te willen bevrijden. Wat een gotspe!”.

Mijn moeder had vriendinnen die uit vrije wil wel een sluier droegen, en haar moeder ging zo goed als altijd met chador het huis uit. Ik heb haar zich nooit minachtend horen uiten over hun keuze en hun dresscode, noch de wens horen uitspreken om ooit alle gesluierde vrouwen te verplichten zich aan te passen aan een ongesluierde dresscode of haar zien pogen hen van hun sluier te “bevrijden”. Ik wou dat de menig Nederlandse opiniemaker in het boerkinidebat mijn moeders wijsheid bezat.

 


Laatste publicatie van Shervin Nekuee

  • De Perzische Paradox

    Verhalen uit de Islamitische Republiek Iran

    2006


Geef een reactie

Laatste reacties (72)