2.288
12

Demograaf

Ralph Hakkert is demograaf. Hij woont sinds 1981 in Brazilië, zij het met een aantal onderbrekingen, waarin hij voor de Verenigde Naties werkte. In Brazilië was hij betrokken bij het CEBRAP, een linkse denktank van universitaire docenten, die in 1968 door de militairen uit de Universiteit van Sao Paulo gezet waren.

Bolsonaro raakt grip steeds meer kwijt

Vorige week kwam de grootste klap, met het aftreden van de minister van Justitie, Sérgio Moro

cc-foto: Palácio do Planalto

Na de verkiezing van Bolsonaro in 2018 heb ik het een tijdje af laten weten. Bolsonaro en Trump zijn twee gedrochten uit dezelfde kermisvoorstelling, met wat verschillen in de details. Trump heeft bijvoorbeeld geen eigen ideologische agenda, anders dan het nastreven van de macht ter bevrediging van zijn eigen ego.

Bolsonaro heeft wel een soort ideologische agenda, die bestaat uit oer-conservatieve ideeën van patriottisme, respect voor de religie, de familie en de traditionele waarden, en verwerping van alles wat riekt naar socialisme, ‘gender equality’ of andere nieuwlichterijen. Geen affaires met porno-sterren dus, want anders dan bij Trump kan zijn imago dat niet overleven, maar ook weinig andere ideeën over waar het met het land naar toe moet.

De harde kern van Bolsonaro-supporters is ook kleiner: 10-20%, vergeleken met de 30-40% van Trump. De schade die Trump kan aanrichten is vele malen groter dan bij Bolsonaro het geval is en ik wil ‘s nachts maar van één nachtmerrie tegelijk wakker liggen. Dus heb ik me geconcentreerd op Trump en Bolsonaro aanvankelijk genegeerd. Echter, de afgelopen weken begint in Brazilië de chaos de pan uit te rijzen op niveaus die niet meer te negeren zijn.

Net als Trump heeft Bolsonaro in eerste instantie geprobeerd een façade van degelijkheid op te bouwen door een aantal competente publieke figuren uit te nodigen om deel uit te maken van zijn regering. Trump had generaals Mattis en Kelley; Bolsonaro had generaal Santos Cruz, de voormalige opperbevelhebber van de Braziliaanse VN-missie in Haïti. Dat waren matigende invloeden op de autoritaire tendensen van zowel de één als de ander.

Toen Bolsonaro op 1 april 2019 een groot evenement wilde organiseren ter herdenking van de militaire staatsgreep van 1964 waren het merkwaardig genoeg de militairen zelf die daar niet warm voor liepen en die het liefst een beetje low key wilden houden. De generaal kreeg al gauw problemen met de familiekliek van Bolsonaro en met zijn filosofische mentor, Olavo de Carvalho, een voormalig astroloog en ideologisch enfant terrible die vanuit zijn ivoren toren in Richmond, in de Amerikaanse staat Virginia, een funeste invloed heeft op bepaalde sectoren van de regering Bolsonaro, zoals het ministerie van Onderwijs. Dat gevecht verloor de generaal en in juni van 2019 mocht hij afmarcheren.

Het volgende slachtoffer was de minister van Gezondheidszorg, Luis Henrique Mandetta. Mandetta is allerminst een toonbeeld van progressieve idealen. Voor zijn ministerschap was hij parlementslid voor de rechtse Democratas-partij uit de staat Goiás en politiek protégé van gouverneur Ronaldo Caiado, een exponent van de grote landeigenaren in die staat. Maar Mandetta was, naast zijn politieke loopbaan, ook arts en als minister heeft hij zich de laatste maanden bijzonder populair gemaakt door zijn strikt technische benadering van de coronaviruscrisis, gebaseerd op de richtlijnen van de WHO.

In de opiniepeilingen haalde hij een goedkeuring van boven de 70%. Dat botste op twee fronten met de president. In de eerste plaats omdat Bolsonaro hem herhaaldelijk ondermijnde met uitspraken dat COVID-19 niet meer was dan een ‘griepje’ en dat de sociale afstandsmaatregelen schromelijk overdreven waren. En in de tweede plaats omdat Mandetta een serieuze politieke rivaal begon te worden, die veel meer vertrouwen inboezemde onder de gouverneurs, het parlement, het leger en een deel van de ministerraad dan de president zelf. De militairen probeerden nog te bemiddelen, maar op 16 april was het afgelopen: Mandetta moest weg.

Vorige week kwam de grootste klap, met het aftreden van de minister van Justitie, Sérgio Moro. Moro is ook niet erg populair bij links Brazilië, voornamelijk vanwege zijn harde optreden tegen ex-president Lula en de bewijzen dat hij daarbij bepaalde normen van rechterlijke onpartijdigheid overtreden heeft. Maar voor een groot deel van de Braziliaanse bevolking was Moro nog steeds de held van de anticorruptie-operatie Lava Jato (‘Wasstraat’), die te vergelijken is met de operatie Mani Pulite in Italië in de jaren ’90.

Voor Bolsonaro was het dus een geweldige troef dat hij Moro wist te overtuigen om minister te worden in zijn regering. Het maakte zijn aanspraak op de titel van bestrijder van corruptie een stuk geloofwaardiger. Wat Moro bezielde om de uitnodiging te accepteren was voor veel mensen, waaronder mijzelf, veel minder duidelijk. Hij moest er een 22-jarige carrière als rechter voor opgeven en versterkte natuurlijk de verdenking van partijdigheid en politieke ambities. En dat voor een president waar hij, afgezien van de anticorruptie-agenda, weinig mee gemeen had. Het was dan ook nauwelijks een verrassing dat dat een keer mis zou gaan.

Bij zijn aftreden lanceerde Moro een serie beschuldigingen die maken dat Bolsonaro nu niet alleen zijn anticorruptie symbool kwijt is, maar die hem zelfs in de klaagbank plaatsen. Het soort corruptie dat Brazilië onder de PT-regeringen meegemaakt heeft is vooralsnog niet aanwezig in de regering Bolsonaro: geen grootschalige verduistering van geld uit staatsondernemingen om de positie van de regeringspartij te versterken en politieke steun van de oppositie te kopen. Maar dat betekent allerminst dat de familie Bolsonaro schone handen heeft. Met name de activiteiten van de drie zoons van de president trekken in toenemende mate de aandacht van de Federale Politie en het Hooggerechtshof. Moro beschuldigt de president van inmenging in die processen, met name de vervanging van de Directeur van de Federale Politie door iemand die hij direct kan beïnvloeden.

De oudste zoon, Flávio Bolsonaro, die senator is, wordt ervan verdacht dat hij functionarissen benoemd heeft die in ruil daarvoor een deel van hun salaris hebben moeten afdragen. Er zijn ook vermoedens dat een deel van dat geld gebruikt is voor het financieren van de illegale milities in Rio de Janeiro. Er zijn soortgelijke beschuldigingen tegen de tweede zoon, Carlos Bolsonaro, die als gemeenteraadslid van Rio de Janeiro adviseurs benoemd zou hebben die nooit hun functie uitgeoefend hebben, om zich het grootste deel van hun salaris toe te eigenen.

Er zijn ook beschuldigingen dat Carlos Bolsonaro en zijn jongere broer, Eduardo, achter fake news– campagnes zitten waarmee ze tegenstanders van de regering Bolsonaro in diskrediet hebben proberen te brengen. Zijn vader wilde Eduardo als ambassadeur in Washington benoemen. Ter versterking van de banden tussen de Trump en Bolsonaro families had Eric Trump dan misschien naar Brasília kunnen komen. Dat is weliswaar niet strikt illegaal, maar het is een vorm van nepotisme waar ook de Brazilianen niet van gediend zijn. Vader Bolsonaro heeft er van af moeten zien omdat zoonlief nauwelijks Engels spreekt en omdat het haaks staat op de Braziliaanse diplomatieke traditie waarin politieke ambassadeursbenoemingen weinig voorkomen en doorgaans voorbehouden zijn aan toppolitici zoals ex-presidenten, ex-gouverneurs of ex-ministers: 70% van de publieke opinie was er tegen.

Afgezien van de militairen, die maar liefst negen ministersposten hebben, plus het vicepresidentschap, is er nog maar één technocraat over in de regering Bolsonaro, namelijk de minister van Economie, Paulo Guedes. Ook die is als neoliberaal niet geliefd in linkse kringen, maar het is wel iemand met een technische visie die zich niet laat leiden door familiebelangetjes en de reactionaire hersenspinsels van Olavo de Carvalho et al.

Er wordt druk over gespeculeerd dat Guedes misschien de volgende minister is die het veld zal moeten ruimen, ook al omdat hij en Moro vaak soortgelijke ideeën hadden. Als dat gebeurt dan blijven alleen de militairen en de ideologen rond de familie Bolsonaro over. Tussen die twee zijn de militairen veruit het meest professioneel. Bolsonaro heeft ze binnengebracht niet alleen omdat hij zelf ooit kapitein in het Braziliaanse leger geweest is, maar ook omdat de militairen een niveau van technische competentie hebben dat in het partijkader van de PSL (de partij van Bolsonaro) volstrekt ontbreekt.

Echter, hoe professioneel de militairen zich ook mogen gedragen, een al te grote invloed van de strijdkrachten op de burgerregering is een gevaar waar Latijns-Amerika slechte ervaringen mee heeft. Binnen de strijdkrachten zelf is er een hoop discussie over de wenselijkheid van een situatie waarin de ondersteuning van de regering Bolsonaro het steeds moeilijker zal maken voor de militairen om niet in conflict te komen met de burgerpolitici.

De Braziliaanse bevolking zelf is momenteel ongeveer 50-50 verdeeld. De helft vindt dat Bolsonaro af moet treden of anders via een impeachment afgezet moet worden; de andere helft vindt dat hij moet blijven. Het probleem van een impeachment is dat het een uitermate controversiëel proces is dat de verdeeldheid in het land geweldig zal doen toenemen, juist op het moment dat de coronavirusepidemie vraagt om een energieke en gecoördineerde aanpak, zonder nodeloos politiek geruzie.

Anderzijds is het onwaarschijnlijk dat Bolsonaro uit eigen beweging af zal treden. Misschien dat hij, net als Jânio Quadros in 1961, op een zeker moment zijn armen de lucht in werpt en beweert dat duistere krachten het onmogelijk voor hem maken om nog langer te regeren, maar ik reken er niet op. Er is een beroemde uitdrukking die aan verschillende personages toegeschreven wordt en die zegt dat voorspellen heel moeilijk is, vooral als het over de toekomst gaat.

Ik durf mijn hand er ook niet voor in het vuur te steken, maar mijn vermoeden is dat Bolsonaro niet af zal treden en niet afgezet zal worden, ook niet als hij officiëel aangeklaagd zou worden door het Openbaar Ministerie. Ik denk dat hij aan zal blijven, maar steeds irrelevanter zal worden. Hij zal af en toe nog wel eens voor koppen op de voorpagina zorgen met zijn onverantwoordelijke uitspraken over COVID-19 en met zijn favoriete obsessies over de zedenverwildering, de plaag van gender en de gevaren van het socialisme, maar buiten de onderwijssector zal daar nauwelijks naar geluisterd worden. Het eigenlijke beleidswerk zal gedaan worden door de militaire technocraten, misschien Paulo Guedes als hij mag blijven, en door het parlement, dat al eerder het beleidsvacuüm van deze regering op heeft moeten vullen.

En dan hopen we maar dat zich tussen nu en de presidentsverkiezingen van 2022 een beter alternatief aandient. Moro misschien? Dat zou ook niet ideaal zijn, maar beter dan de status quo…

Geef een reactie

Laatste reacties (12)