965
13

Analist internationale politiek, Brussel

Tijdens zijn loopbaan bij de Europese Commissie in Brussel vervulde Willem-Gert Aldershoff diverse functies in de departementen voor Internationale Betrekkingen en Binnenlandse Zaken en Justitie. Sinds enkele jaren werkt hij in Brussel als onafhankelijk adviseur en publicist inzake de betrekkingen tussen de Europese Unie en Israël-Palestina.

De afgelopen maanden verschenen bijdragen van hem in de Israelische krant 'Haaretz' en op het blog 'Open Zion' van Peter Beinart in New York. Daarnaast houdt hij zich bezig met Oekraïne.

Boodschap voor president Peres

Aan EU-richtlijnen tegen Israëlische instellingen in bezette gebieden valt niet te morrelen

De Israëlische president Peres zal tijdens zijn aanstaande bezoek aan Nederland zeker kritiek uiten op nieuwe EU-richtlijnen. Die maken het voor Israëlische bedrijven in de bezette gebieden onmogelijk een beroep te doen op EU-fondsen. Willem-Gert Aldershoff hoopt dat onze regering de rug recht houdt en niet toegeeft aan de druk van Israël om de richtlijnen te verzachten.

Op uitnodiging van de Nederlandse regering brengt de Israelische president Shimon Peres van 29 september tot 2 oktober een officieel bezoek aan Nederland. Vraag is wat de Nederlandse regering met dit bezoek, dat opmerkelijk lang duurt, beoogt en welke boodschap zij de president wil meegeven. Het zal haar niet gemakkelijk vallen een gepaste boodschap te vinden. 

Shimon Peres is een oude man van negentig, nog zeer vitaal, op persoonlijk vlak uiterst innemend en een gewiekst debater. In 1994 ontving hij samen met Yitzhak Rabin en Yasser Arafat de Nobelprijs voor de vrede. In het Israelische politieke landschap  wordt hij als ‘duif’ gezien.  De afgelopen jaren noemde Peres de Palestijnse president Abbas publiekelijk “een man van vrede”, bekritiseerde hij het beleid van de regeringen Netanyahu  en hield hij zijn landgenoten voor dat territoriale compromissen noodzakelijk zijn voor een blijvende vrede met de Palestijnen. Overigens was Peres niet altijd de ‘duif’ die hij vandaag is. Tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw beschouwde men hem als ‘havik’, onder meer door zijn actieve steun aan de bouw van Joodse nederzettingen in bezet Palestijns gebied. 

Zo valt het ergens te begrijpen dat men de huidige Israelische president liever geen kritische boodschap meegeeft. En toch zal de Nederlandse regering dat moeten doen. Peres is namelijk president van een land dat sinds decennia een onaanvaardbaar beleid ten aanzien van de Palestijnen voert, een beleid dat met Israels veiligheid niets van doen heeft: de bouw van nederzettingen, het inpalmen van Palestijns land, het afsluiten van de Gaza-strook van de buitenwereld, het verdrijven van Palestijnen uit Oost-Jeruzalem en het fnuiken van de sociaal-economische ontwikkeling van de Palestijnen zoals Wereld Bank en IMF vaststellen.

Vraag is of Peres in zijn zestig jaar lange politieke loopbaan zich er voldoende voor heeft ingezet dat de Palestijnen uiteindelijk het minimum zullen krijgen waarop zij recht hebben. Namelijk niets minder dan de 22  procent van het oorspronkelijke Palestina die nog overblijft voor een eigen Palestijnse staat. 78 procent van het vroegere Palestina is immers al Israëls nationale grondgebied, bijna de helft meer dan wat de VN Verdelingsresolutie uit 1947 voorzag.

Het Israëlisch staatkundig bestel geeft een president weinig ruimte om zich politiek te uiten. Daarom is Peres’ recente zware kritiek op de richtlijnen die de Europese Commissie op 19 juli j.l. publiceerde zo opmerkelijk. Volgens die richtlijnen kunnen Israëlische instellingen en bedrijven in de bezette gebieden geen gebruik meer maken van EU-fondsen. Op zich zijn de richtlijnen niets nieuws. Zij leggen, zij het zeer verlaat, schriftelijk vast wat de EU al decennialang jaren lang verkondigt. Namelijk dat volgens het internationaal recht – resoluties van de VN Veiligheidsraad, de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof, de Geneefse Conventies – de bezette Palestijnse gebieden geen deel uitmaken van de staat Israël; en dat ook de nederzettingen, waar inmiddels 500.000 Joodse kolonisten wonen, in strijd zijn met het internationaal recht. 

Nog voordat de richtlijnen waren gepubliceerd drong de Israelische president er bij de EU sterk op aan om de publicatie uit te stellen.  Daarbij gebruikte hij opmerkelijk onwaarachtige argumenten:  het EU besluit  was “onnodig en prematuur.” “Wacht met Uw besluit”, betoogde hij. “Maak vrede Uw prioriteit. Leg geen onverantwoordelijke sancties op die het vredesproces zullen beschadigen.” Misschien onthult deze uitval de daadwerkelijke kijk van Peres op het conflict. Hij volgt namelijk dezelfde argumentatie als die van de regering Netanyahu wanneer Israel  wordt bekritiseerd: “Buitenland, wees niet onverantwoordelijk, gebruik geen sancties tegen ons; wij werken serieus aan vrede, stoor ons daarbij alsjeblieft niet!”

Zulk een omdraaien van argumenten is werkelijk alle onwaarachtigheid troef.  Alsof niet de EU, maar Israel,  oprecht bezig is met het bevorderen van de vrede. Israel, dat als de veel sterkere partij al jaren geleden daadwerkelijke stappen richting vrede had kunnen en moeten zetten, zonder daarbij overigens zijn veiligheid in gevaar te brengen. Alsof de EU, en niet Israël, onverantwoordelijk bezig is. Israel dat zich niets gelegen laat liggen aan de veroordelingen door de VN Veiligheidsraad, het Internationaal Gerechtshof en de oproepen van de VS en de EU, ja de gehele wereldgemeenschap. Alsof de richtlijnen van de EU “sancties” zijn en niet louter een formele bevestiging op papier van wat de EU al jaren verklaart. 

Tijdens zijn bezoek aan Nederland zal president Peres de richtlijnen zeker aan de orde stellen. Hopelijk hebben zijn gesprekspartners weet van de dringende oproepen uit Israel zelf aan de EU om de richtlijnen overeind te houden: de brieven van NGOs als “Vrede Nu” en “De Coalitie van Vrouwen voor de Vrede”; de door honderden intellectuelen en opinieleiders ondertekende petitie; de opiniebijdragen in Europese kranten van Alon Liel , voormalig Israelisch ambassadeur en Directeur-Generaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken, en van Avram Burg, voormalig voorzitter van het Israelisch parlement, van het Joods Nationaal Fonds en van het World Zionist Congress.  In de woorden van Liel:  “Terwijl de Israëlische regering de (grenzen van voor-1967) uitwist, herbevestigen en bekrachtigen de richtlijnen het fundamentele principe dat een twee-statenoplossing alleen op …(deze grenzen) gebaseerd kan zijn…..(de) richtlijnen zorgen ervoor dat de EU schone handen houdt…..Het is nu van groot belang dat de EU ….niet toegeeft …..aan Israëlische druk om ze bij of af te stellen”.

Geef een reactie

Laatste reacties (13)