1.324
1

Emeritus hoogleraar Gezondheidszorg

Ivan Wolffers (1948) studeerde af als arts. Sindsdien schrijft hij over medische onderwerpen, variërend van medicijnen tot zijn eigen prostaatkanker. Hij promoveerde in de medische antropologie en werd in 1989 benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam waar hij tot zijn emeritaat in 2014 Gezondheidszorg en Cultuur doceerde.

Botox als middel tegen depressie

Fronsen is net zo besmettelijk als lachen

Onderzoekers ontdekten dat mensen die een serieuze depressie hebben geholpen kunnen worden met een shot botox. Weg die zorgelijke rimpels, weg die sombere neerwaartse lijnen in je gezicht. Lach en blijf gelukkig. Grote onzin? Misschien niet zo veel als je denkt.

Het onderzoek werd uitgevoerd door Eric Finzi, een dermatoloog, en Norman Rosenthal, hoogleraar psychiatrie, en verscheen in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Psychiatric Research. Een groep willekeurige mensen (74 in het totaal) met een grote depressie werd willekeurig in tweeën gedeeld en de ene helft werd behandeld met prikjes botox in het voorhoofd, de andere helft met fysiologisch water. Ze wisten niet wat ze kregen. Zes weken na de behandeling had 52 procent van de mensen die Botox kreeg minder last van de depressie tegen 15 procent van de mensen met de zoutoplossing.

Nu denk je natuurlijk: als je botox gekregen hebt dan kun je dat wel in de spiegel zien. Ja, de helft van de deelnemers aan het onderzoek had het door (natuurlijk wel verrassend dat die andere helft het niet zag), maar als gekeken werd of het uitmaakte of je het door hebt dan bleek dat niet uit te maken voor wat betreft de invloed op de depressie.

Botox verlamt de zenuwen die de gelaatspieren aansturen. De mimiek verdwijnt. Dus de frons is weg. Daar kun je toch niet een depressie door kwijt raken, zal je denken. Toch wel, want het zenuwstelsel werkt twee richtingen op. Meer zelfs als je het goed beschouwt. Je bent namelijk je lichaam (je hebt het niet; nooit). Dat lichaam staat onder allerlei invloeden en gaat automatisch zijn gang bij het reageren daarop. Er zit geen mannetje in je hersenen dat nadenkt over de onbetaalde rekeningen en dat je vriend zo raar doet de laatste tijd. En dat mannetje geeft geen seintje naar je gezicht: hup somber kijken. Het zit ingewikkelder dan dat.

Het gaat zelfs verder. Als jij glimlacht en iemand ziet het, dan beginnen de spiegelzenuwen in zijn gezicht te werken en wordt zijn gezicht ook vriendelijker. Als jij fronst, dan blijkt je frons een beetje besmettelijk. En door die gelaatsexpressie te imiteren ga je je voelen zoals die ander.

Helemaal goed te verklaren is het nog niet omdat er veel meer onderzoek moet gebeuren naar zulke mechanismen. Het dominante onderzoekparadigma wordt zo bepaald op het oorzaak-gevolg denken waarbij de hersenen/de wil/het zenuwstelsel altijd als oorzaak/beginpunt gezien worden dat het nog een tijd duurt voordat we het leren te verklaren vanuit een flexibeler paradigma waarin oog is voor multipele oorzaken en meerdere reacties en hoe die op elkaar inwerken.

Het is overigens onderzoek van een jaar geleden en er zijn wel vergelijkbare experimenten gedaan. Het presenteren als nieuws lijkt dus een beetje mal. Nu heb ik dat gevoel met veel onderzoek dat als nieuw gebracht wordt, want bijna alles is wel eens langsgekomen. Slechts een heel klein deel van onderzoek dat gepresenteerd wordt als een doorbraak is werkelijk innoverend. Je moet wetenschap ook niet beoordelen op één onderzoek, maar zien als een proces: kleine stapjes die geleidelijk ons inzicht veranderen. Wantrouw de doorbraken, leer van het proces houden.

Volg Ivan Wolffers ook op Twitter
Ivan schrijft voor Joop elke dag een Gezond Weetje van de Dag: 
klik hier voor een overzicht


Laatste publicatie van IvanWolffers

  • Broer van God

    Oktober 2017


Geef een reactie

Laatste reactie