548
13

Promovendus rechtsgeleerdheid

Khaibar Sarghandoy studeerde af in de rechtswetenschap en is nu bezig met een proefschrift over de vrijheid van meningsuiting aan de Erasmus School of Law.

Botsing der beschavingen?

Von der Dunk als adviseur interculturele communicatie van het Amerikaanse leger in Afghanistan

Thomas von der Dunk is een van de weinige lichtpuntjes in de duisternis die het Nederlandse medialandschap heet. Zijn stukken bevatten meestal kritische, heldere en originele analyses die bij menig journalist en politiek commentator in Nederland node worden gemist.

Maar uit zijn opiniestuk van 1 maart jl., ‘Amerika kan elk succes in Afghanistan nu vergeten’, dat hij naar aanleiding van de zogenaamde ‘Koranprotesten’ in Afghanistan heeft geschreven, blijkt dat ook hij in staat is om de plank af en toe volledig mis te slaan. 

De fouten die hij daar maakt zijn zo ernstig en een intellectueel van zijn kaliber onwaardig dat het mijns inziens noodzakelijk is om hem van repliek te dienen. In zijn stuk stelt hij voorop dat de gewelddadige reacties op de Koranverbrandingen in Afghanistan ‘natuurlijk buiten elke proportie’ en daarmee ‘volslagen idioot’ zijn, maar, voegt hij er vol begrip en inlevingsvermogen aan toe, dat is nu eenmaal hoe men daar reageert op Koranverbrandingen, dus moeten de Amerikanen meer rekening houden met de ‘plaatselijke zeden’ en ‘culturele gevoeligheden’. Bovendien zullen deze Koranverbrandingen niet bijdragen aan het bereiken van de vermeende doelen van de oorlog, namelijk ‘om de inwoners van de Taliban te bevrijden en hun hearts and minds voor het Westen te winnen’. Om daarin te kunnen slagen zullen de Amerikanen niet hun ‘eigen normen over wat normaal is tot uitgangspunt moeten nemen’, maar die van de bevolking voor wie ze het zeggen te doen. Uit dit commentaar blijkt dat Von der Dunk zich niet heeft verdiept in de echte beweegredenen van de deelnemers aan de demonstraties die door de Volkskrant gemakshalve als Koranprotesten zijn aangeduid. De opmerking die bedoeld is als een verzachtende omstandigheid – ‘zo reageren ze daar nu eenmaal op Koranverbrandingen’ – is in feite een denigrerende en beledigende opmerking die de mensen die het aangaat vastzet binnen de rigide culturele en religieuze kaders en hun gedrag uitsluitend verklaart in termen van die cultuur en religie.

Von der Dunk lijkt niet op de hoogte te zijn van de veel ergere voorbeelden van Amerikaanse misdaden tegen de weerloze burgerbevolking, of hij kiest er gewoon voor om ze te negeren. Hij hoefde niet uitgebreid op onderzoek uit te gaan om te achterhalen waar de woede van de demonstrerende Afghanen voornamelijk op was gericht. In dit artikel uit de New York Times wordt een van de demonstranten, de zestigjarige Maruf Hotak, geciteerd die aangeeft dat het hem met name gaat om het onteren van Afghaanse doden en

het doden van onschuldige Afghaanse kinderen. Deze voorbeelden kunnen overigens moeiteloos worden aangevuld met talloze andere, zoals bijvoorbeeld de Amerikaanse militairen – het zogenaamde ‘Kill team’ – die puur uit verveling en voor eigen plezier willekeurige voorbijgangers, waaronder een kind van 15, doodschoten, lachend met hun slachtoffers op de foto gingen en hun lichaamsdelen als trofeeën bewaarden.

Wij kunnen ons niet voorstellen hoe het zou zijn om te moeten leven in voortdurende angst voor luchtaanvallen door onbemande vliegtuigen die, zoals de ervaring in o.a. Afghanistan en Pakistan leert, op elk willekeurig moment kunnen worden uitgevoerd en meestal uitsluitend onschuldige burgerslachtoffers tot gevolg hebben. Wij kunnen ons ook niet voorstellen hoe het voelt om onze kinderen te verliezen door deze willekeurige luchtaanvallen, maar voor Afghanen zijn deze en soortgelijke gebeurtenissen een vast onderdeel van het dagelijks leven geworden.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat steeds meer mensen gehoor geven aan de oproep van verschillende parlementsleden en religieuze leiders om in gewapend verzet te komen tegen de aanwezigheid van de buitenlandse troepen in hun land. De meeste mensen die zich bij de Taliban aansluiten doen dat niet uit religieuze en extremistische motieven, maar uit pure wanhoop en ellende omdat ze bijvoorbeeld

hun hele gezin hebben zien omkomen bij een luchtaanval. Dat Von der Dunk zich kennelijk niet bewust is van de werkelijke redenen van de demonstraties is nog tot daaraan toe, maar nog kwalijker vind ik de verklaring die hij aan deze ‘Afghaanse woede-uitbarsting’ geeft. Zijn verklaring voor de ‘buitenproportionele’ en ‘volslagen idiote’ reacties op ‘een paar verbrande Korans’ is simpelweg dat die mensen nu eenmaal idioten zijn. De Amerikanen zouden wat hem betreft wat meer ‘cultureel inlevingsvermogen’ tentoon moeten spreiden om dit soort clashes of civilizations – dat wil zeggen botsingen tussen de rationele, gematigde en intelligente Amerikanen aan de ene kant, en de irrationele, fanatieke en idiote Afghanen aan de andere kant – te voorkomen. De Amerikanen hadden dan ook beter moeten weten na eerdere incidenten zoals ‘die paar urinerende commando’s’ en ‘die vele alledaagse voorbeelden van schending van de plaatselijke zeden, bij het binnenvallen van Afghaanse woningen, de vernederingen die de vader des huizes dan voor het oog van zijn gezin moet ondergaan.’

Benadrukt moet worden dat Von der Dunk de door hem als ‘buitenproportioneel’ en ‘volslagen idioot’ aangemerkte reacties als weinig verrassende en volkomen te verwachten manifestaties ziet van de plaatselijke zeden, religie en cultuur. Met andere woorden, deze reacties zijn niet ingegeven door politieke, sociale en economische omstandigheden waar deze mensen zich in bevinden, maar simpelweg door wie of wat ze zijn: Afghaan en moslim. Volgens deze essentialistische interpretatie zijn de gewelddadige reacties op Koranverbrandingen simpelweg een manifestatie van de identiteit van deze gewelddadige fanatici, en niet van de harde werkelijkheid van decennialange oorlog en de nu ruim tien jaar durende illegale bezetting van hun land door de Westerse troepen. Von der Dunk is dan ook niet zozeer ‘onthutst’ over ‘de voorspelbare Afghaanse woede-uitbarsting’, maar vooral over ‘het totale gebrek aan cultureel inlevingsvermogen van Amerikaanse zijde in den vreemde.’

Maar wat ik – niet als Afghaanse Nederlander maar gewoon als mens – het meest onthutsend vind aan het stuk van Von der Dunk is dat hij het kennelijk als een kwestie van culturele gevoeligheid of een schending van de plaatselijke zeden beschouwt als mensen woedend worden over het feit dat hun doden worden onteerd, hun huizen worden binnengevallen en de vader des huizes allerlei vernederingen voor het oog van zijn gezin moet ondergaan. Ik vraag mij af hoe de gemiddelde Nederlander volgens Von der Dunk in een soortgelijke situatie zou reageren. Zou hij de commando’s die zijn deur intrappen, hem onder schot houden en in een vreemde taal dreigend toespreken met open armen ontvangen en thee met koekjes aanbieden? Wat zou de voorspelbare reactie van een mens – ongeacht van welke afkomst, ras, religie en cultuur dan ook – zijn op de aanwezigheid van buitenlandse troepen in zijn land die niets heeft teweeggebracht dan nog meer onschuldige slachtoffers, nog meer pijn en nog meer verdriet dan het land daarvoor al had meegemaakt?

Dit zijn vragen waar we het antwoord op zouden weten als we ons zelf in de situatie van de onschuldige slachtoffers zouden bevinden. Het inlevingsvermogen waar Von der Dunk over spreekt is dan ook cruciaal, maar dan moet het wel gaan over zaken die er werkelijk toedoen, namelijk de echte pijn en ellende die onschuldige burgers dagelijks als gevolg van een ruim tien jaar durende illegale bezetting van hun land ervaren, en niet de (ongetwijfeld goed bedoelde) prietpraat over het rekening houden met de ‘plaatselijke zeden’ en ‘culturele gevoeligheden’.

Mis niets: Volg Joop op Twitter, vind Joop leuk op Facebook

Geef een reactie

Laatste reacties (13)