1.057
24

Schrijver, diplomaat, jurist

Serv Wiemers is schrijver en freelance diplomaat. Hij is internationaal jurist en publiceert over actuele politieke vraagstukken, met name globalisering, democratie, China en inheemse volken. Zijn laatste boek is ‘Veerkracht, Indianen van nu over de wereld van morgen’ (ISVW 2018). Serv Wiemers was diplomaat in Peking, manager van het Netherlands Foreign Investment Agency en werkt regelmatig als verkiezingswaarnemer in de Balkan.

Brazilië toont weer aan: maak inheemse volken prioriteit

De situatie in de Amazone schokte ons vijftig jaar geleden ook. Toch is er wel iets veranderd. Hoog tijd om samen te werken met inheemse volken, schrijven Leo van der Vlist, Anna Schoemakers en Serv Wiemers.

“De Braziliaanse regering zorgt ervoor dat de indianen in de jungle van Brazilië uitsterven,” aldus de Sunday Times.

Deze zomer is de wereld geschokt door wat zich afspeelt in het Amazonegebied van Brazilië. Door het beleid van de Braziliaanse president Bolsonaro verdwijnt in rap tempo regenwoud om plaats te maken voor landbouwgrond en mijnbouw. Grote delen van het bos staan in brand. Inheemse bewoners die hun leefgebied proberen te beschermen worden bedreigd, verjaagd of vermoord.

cc-foto: CIFOR

Maar het citaat uit de Sunday Times is niet van dit jaar. Precies vijftig jaar geleden was de wereld ook geschokt door wat zich afspeelde in het Braziliaanse Amazonewoud. De Britse krant publiceerde toen een onderzoek en concludeerde dat de indianen daar systematisch werden uitgeroeid om plaats te maken voor commerciële belangen. De verontwaardiging leidde in Nederland tot oprichting van de WIZA, Werkgroep Indianen Zuid-Amerika, later omgevormd tot NCIV, Nederlands Centrum voor Inheemse Volken.

Is er in die vijftig jaar eigenlijk wel wat veranderd? Heeft de Nederlandse verontwaardiging en solidariteit zin gehad? Wat is de rol van de Nederlandse overheid?

Vijftig jaar geleden dachten velen dat indianen en andere oorspronkelijke volken waren uitgestorven en hooguit in een etnologisch museum te zien waren. Dat was eigenlijk vreemd, in een tijd dat juist veel volken zich losmaakten van hun Europese koloniale overheersers en zichzelf gingen besturen. Het universele recht op zelfbeschikking ging echter aan een groot deel van de volken voorbij: de inheemse volken.

Begin jaren zeventig groeide het bewustzijn dat ook indianen, Aboriginals, Maori’s en anderen, volken vormen die net zo goed rechten hebben: op land, cultuur en zelfbestuur. Vanuit Nederland kwam steun hiervoor: van de WIZA, maar bijvoorbeeld ook van de NANAI, Nederlandse Actiegroep Noord-Amerikaanse Indianen. Nederland steunde de eerste conferentie van de Verenigde Naties over discriminatie van indiaanse volken in 1977. WIZA en NANAI organiseerden vervolgens samen met anderen in 1980 het Vierde Russell Tribunaal over de Rechten van Indianen in Noord-, Midden- en Zuid-Amerika in Rotterdam. Ook toen waren er spanningen met Brazilië. De Braziliaanse regering weigerde aanvankelijk de indiaanse juryvoorzitter Mario Juruna naar Nederland te laten reizen. Juruna arriveerde pas op de laatste dag van het Tribunaal. Brazilië, de Verenigde Staten en andere landen werden veroordeeld voor grove mensenrechtenschendingen jegens indiaanse volken.

In Braziliaanse bossen waar indianen nog wonen, vinden geen bosbranden plaats
Binnen de VN ging vervolgens een werkgroep aan de slag waar inheemse vertegenwoordigers mee konden werken aan een verklaring die hun rechten zou gaan erkennen. Daarmee groeide de aandacht voor inheemse volken. In 1993 werden inheemse volken een prioriteit in het Nederlandse ontwikkelingssamenwerkingsbeleid. Ons land was daarmee voorloper in Europa. Nederland ratificeerde ook als één van de weinigen ILO Conventie 169, het enige multilaterale verdrag dat rechten van inheemse volken erkent. Na veel duwen en trekken door inheemse vertegenwoordigers – gesteund door NCIV – nam de VN uiteindelijk in 2007 de Verklaring over de Rechten van Inheemse Volken aan (UNDRIP). Hoewel daarmee een hoogtepunt werd bereikt in de strijd voor inheemse rechten, was het ook een dieptepunt voor de betrokkenheid van de Nederlandse regering. Nederland stemde nog wel voor de verklaring, maar voerde inheemse volken vervolgens af van de beleidsagenda en stopte de subsidie aan het NCIV.

Dat is een vreemde en onverstandige keuze, om verschillende redenen.

Ten eerste vanuit mensenrechtenperspectief. De VN-verklaring is van groot belang, maar zelfs na tien jaar staat de implementatie in de kinderschoenen. Op veel plaatsen in de wereld worden inheemse leiders die hun land en de natuur verdedigen met grof geweld geconfronteerd, zoals bijvoorbeeld in de VS en Canada bij de aanleg van oliepijpleidingen door hun heilige gebieden, in Brazilië bij het kappen en verbranden van regenwoud, maar ook in West-Papua en de Filipijnen. Hoe kan Nederland zich sterk maken voor SDG 16 (de duurzame ontwikkelingsdoelstelling van de VN over toegang tot rechtvaardigheid die door minister Kaag als prioriteit is gekozen) en tegelijkertijd rechten van zo’n vijfduizend gemarginaliseerde inheemse volken verspreid over de hele wereld niet belangrijk vinden?

Ten tweede kunnen wij veel leren van inheemse volken. In ons ‘westerse’ model lopen we tegen grenzen van duurzaamheid aan met de klimaatcrisis, uitputting van grondstoffen en vruchtbare gebieden, sterk afnemende biodiversiteit, en plastic soep in de oceanen. Inheemse volken zorgen voor de natuur, vanuit hun filosofie dat Moeder Aarde niet van ons is maar wij verantwoordelijk zijn haar te beheren voor toekomstige generaties. In die Braziliaanse bossen waar indianen nog wonen, vinden geen bosbranden plaats. Ruim 80% van de biodiversiteit op de aarde is te vinden in inheemse gebieden. Het recente VN-biodiversiteitsrapport concludeerde “dat alles met elkaar is verbonden”. Laat dat nu precies zijn wat inheemse volken ons al eeuwen proberen duidelijk te maken. Deze zomer erkende ook het VN-klimaatpanel de belangrijke rol van inheemse volken bij het bestrijden van de klimaatcrisis.

Steun aan inheemse volken is dus urgent, en betekent tegelijkertijd steun voor duurzaamheid en tegen klimaatverandering. Daarmee is iets cruciaals veranderd in de afgelopen vijftig jaar. Het begon vijftig jaar geleden met solidariteit; nu is het wederkerig. Wij moeten gelijkwaardige partnerschappen aangaan met inheemse volken en bereid zijn te leren van hun manier van omgaan met de aarde willen we als mensen overleven. Deze partnerschappen met inheemse volken zijn noodzakelijk voor hen en voor ons. Zo zijn een aantal maatschappelijke organisaties waaronder Greenpeace gestart met de ‘Alle ogen op de Amazone’-campagne om samen met inheemse volken het bos, haar bewoners en de rijke biodiversiteit te beschermen. Laten we hopen dat in de komende vijftig jaar de rechten van de VN-verklaring worden waargemaakt, de klimaatcrisis een halt is toegeroepen en de Braziliaanse indianen en andere inheemse volken hun leefgebieden in vrede kunnen beheren. Nederland kan en moet bijdragen door inheemse volken weer hoog op de prioriteitenlijst te zetten en bijvoorbeeld waarborging van hun rechten en bescherming van de Amazone een harde voorwaarde maken voor ratificatie van het Mercosur-handelsverdrag. Brazilië toont weer aan: maak inheemse volken prioriteit.

Leo van der Vlist, directeur NCIV, Anna Schoemakers, directeur Greenpeace Nederland, Serv Wiemers, auteur van het boek ‘Veerkracht, Indianen van nu over de wereld van morgen’


Laatste publicatie van Serv Wiemers

  • Veerkracht

    Indianen van nu over de wereld van morgen

    Oktober 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (24)